










|
 |
|
Inhoud
Woord van de voorzitter
Verslag Algemene Vergadering
Ruimtelijk Visie Landbouw,
Bos en Natuur
Natura 2000 gebieden
zijn de kroonjuwelen
Schelde : Toegankelijkheid,
veiligheid, natuurlijkheid |
| Woord van de voorzitter |
Toespraak ter
gelegenheid van
de Algemene
Ledenvergadering
op 9 mei 2006
Dames en Heren,
Graag wil ik u mijn indruk weergeven na een
jaar voorzitterschap van onze vereniging.
Een verrassing is de vaststelling van de kwaliteit
van haar relatie met de overheid, zowel
op kabinets-niveau als bij de administratie.
Mooi resultaat van het werk van mijn voorgangers,
weliswaar vergemakkelijkt door de
politieke context die tegenwoordig een luisterend
oor heeft voor onze bekommernissen.
De decretale texten voorzien geen statutaire
plaats voor de landeigenaars in de
beheersorganen.
Nu echter,in de praktijk, krijgen wij uitnodigingen
voor overleg. Landeigenaars wor-
den voor het eerst erkend als een doel-
groep, niet alleen bij Leefmilieu, maar ook bij
Ruimtelijke Ordening, ook bij Landbouw en
Platteland. Met als gevolg dat onze organisatie
in staat moet zijn hen een antwoord te
geven. Wij moeten aldus een ernstige
inspanning leveren op gebied van kennis
van de verschillende materies en wetgevingen,
op gebied van terreinpraktijk, met
potentieel voor standpuntenvorming, voorstellenredactie-
en verdediging. Hiermee
noem ik een van onze zwaarste knelpunten.
Landeigenaars en meer algemeen de gebruikers
van de open ruimte (inclusief jagers, vissers
en anderen) missen de noodzakelijke
theoretische en juridische vorming. Ze heb
ben vaak niet de nodige tijd. Ze geven niet
bepaald een prioriteit om volwaardig betrokken
te worden in de talloze initiatieven van de
overheid, die met veel middelen, mankracht
en wetenschappelijke deskundigheid, niet
gestructureerde doelgroepen aan de overlegtafel
uitnodigt.
Landeigenaars klagen vaak en soms terecht
over de betutteling. Gedeeltelijk is dit te wijten
aan de onmogelijkheid om met gelijke
middelen te overleggen met mensen die het
blijkbaar goed menen.
Aldus ontstaat er in feite een communica-
tiekloof veel meer dan een oppositie !
Wij weten immers wel dat sommigen andere
doeleinden hebben en andere agenda’s...
Daarom mijn pleidooi : laten wij niet verder
klagen, maar constructief meewerken met
voorstellen en met aanwezigheid. Laten we
permanent alert blijven want overheidsinitiatieven
komen van alle kanten en vaak
ongemeld !
Bewijs van de kwaliteit van onze relaties
was de toespraak van Minister Peeters verleden
jaar in deze zaal. Het was een klare
aanmoediging voor onze acties en een aanwijzing
van de rol die hij aan de landeigenaars
wil geven. Concreet gebeurt dit nu met de
studie op het Kabinet van het
Landgoedconcept. Dit initiatief wil een stimulans
zijn voor goed landgoedbeheer, met
beheersvereenvoudiging en landgoedontwikkeling.
Deze studie is thans in een actieve
fase en wordt uitgebreid naar andere
beleidsdomeinen.
Dit landgoedconcept kadert in plattelands-
beheer. De tot nu toe gevoerde sectoriele
actie, waar de landeigenaar - zoals zojuist
gezegd - een kleinere plaats had, wordt
voortaan aangevuld met een horizontale
aanpak van het plattelandsbeheer : de
ondernemende landeigenaar kan op zijn terrein
nu een grotere rol spelen. Het gaat over
de toekomst van het platteland in een verstedelijkt
Vlaanderen, in het kader van de
evolutie van de landbouw en van de
Europese initiatieven in “Rural Development”,
die internationaal aan de dagorde zijn.
Het is een unieke kans, een belangrijke uitdaging
en een boeiend geval van socioeconomische
omwenteling ! Voor de eerste
keer in de geschiedenis van de mens leven
wij in een maatschappij die kan losgekoppeld
worden van de landbouw. Van boeren evolueert
het concept landbouw naar “bouwen
van het (platte)land”.
In de loop van 2005 hebben wij onze contacten
met andere kabinetten verstevigd.
Zo leggen wij nu een bijzonder accent op wat
wij noemen de "rode functie". Met onze gastspreker
en straks met een kabinetsmede werker van Minister Van Mechelen, die
onze projecten met aandacht volgt, komt
deze sector ruimschoots aan bod. Ook
met het Kabinet van Minister-president
Leterme werken we samen, vooral omtrent
enkele landbouwmateries en een vernieuwd
plattelandsbeleid.
Wij hebben ook onze relaties met onze
partners verstevigd.
Met KBBM en NTF zijn deze verduidelijkt.
Ik dank de respectievelijke voorzitters, Jean
François de le Court en Etienne Snyers
voor de goede samenwerking en de continue
steun. Met de Boerenbond zijn wij -
weliswaar wegens onze eigenheid - aan de
andere kant van de tafel, maar meestal
vinden wij elkaar in positief overleg..
Met Platform Buitengebied werd de concrete
samenwerking verstevigd, o.a. in het
kader van de natuurrichtplannen. Voor de
goede uitoefening van de voorkooprechten
en voor een evaluatie van de wetgeving
hieromtrent weten wij mekaar te steunen.
In het algemeen kunnen wij allen (en dit zijn
velen) samen het traditioneel gebruik verdedigen
van het platteland en van de
natuur met alle gebonden waarden.
Met ELO werken wij nauw samen. Niet
alleen omdat wij beiden in Brussel gevestigd
zijn maar ook omdat Thierry de
l'Escaille een eminente rol speelt in beide
organisaties. Een combinatie van acties
van ELO op Europees niveau en van LV
lokaal kan een krachtig en, in feite, uniek
instrument zijn om stevige dossiers op te
bouwen. Voor Natura 2000 en voor de
mestproblematiek, waarin de Europese
invloed van belang is, kan zodoende de
gecombineerde werking doeltreffend zijn.
Voor de "rode sector" (RO, monumenten,
stedenbouw) spelen wij onze rol in Vloro.
Wij denken immers dat daar een meer
zichtbare actie en proactief beleid kan
gevoerd worden !
Wij overleggen ook regelmatig en soms
samen met de Bosraad, met de Afdeling
Bos & Groen en met de Afdeling Natuur, nu
samen ANB. In het kader van de werkgroepen
van de MiNa-Raad wordt ook
overlegd met de natuurverenigingen. Deze
vergaderingen geven de kans elkaar beter
te begrijpen.
Gezond verstand en goede wil kunnen
inderdaad bruggen leggen ! Zo kan immers
de indruk van betutteling weggewerkt worden.
In het kader van BBB zal de rol van de
MiNa-Raad evenwel gewijzigd worden.
Laten wij hopen dat een meer gebalanceerde
samenstelling ervan het gewicht
van de verschillende actoren zal erkennen.
Een belangrijk aandachtspunt voor de toekomst
is de interne werking van onze vereniging
en de terugkoppeling naar onze
leden.
Sleutelwoorden zijn motivatie, communi-
catie, vorming en middelen.
Motivatie is groot bij onze kleine ploeg, die
voor alles en nog wat zorgt : administratief
werk, ledenbeheer, excursieplanning, lobbywerk, overleg.
Tom Anthonis en Liliane Verstrepen zijn
onze permanente staf. Geleid door
Bertrand de Lophem, onze vrijwillige
secretaris-generaal, leveren zij samen veel
werk met veel inzet. Ik wil ze vandaag
bedanken. Ook dank aan onze gasten,
die ons regelmatig ontvangen voor excursies,
alsook aan onze trouwe partner
Puilaetco, die ons regelmatig steunt en in
het bijzonder vandaag met het aanbieden
van een receptie.
Vrijwilligers vervullen een aantal taken. Dit
is structureel soms moeilijk : we hangen
veel af van hun beschikbaarheid, maar wij
zijn hen hiervoor zeer dankbaar.
Alec van Havre volgt de natuurrichtplannen,
Leopold Janssens de afbakening in West-
Vlaanderen en François Dierckx deze in de
provincie Antwerpen. François de Jonghe
helpt met het Landgoedproject ; Thierry de
Grunne met de landbouwdossiers. Andere
leden van onze Raad van Bestuur zijn actief
als regioverantwoordelijke of in technische
materies. Ons budget laat ons niet toe om
onze organisatie professioneler uit te bouwen.
Wij hopen evenwel dat het Platform
Buitengebied meer middelen zal krijgen
voor dossieropvolgingen ...
Een uitdaging is het uitbouwen van een
regionale basis. Vraag is : hoe kunnen wij
een structuur opbouwen, met organisatie,
vrijwilligerswerk, dossierkennis, vertrekkend
van nul want lokale eigenaarsgroeperingen
bestaan nu niet. Er zijn wel aanverwante
organisaties zoals de
bosgroepen, de WBE’s. Moeten wij met
iets nieuws beginnen of samenwerking
zoeken ?
Ondertussen maak ik nog een oproep :
kandidaten om ons regionaal te helpen
maar ook om sectoriële standpunten te
bepalen.
Communicatie. Hierin schieten wij te kort!
Een goede oplossing heb ik nog niet.
Ingevolge de evolutie van onze relatie met
KBBM is nu een lid van LV of KBBM ook lid
van de andere vereniging. Hij krijgt nu de
twee tijdschriften: de Landeigenaar en Silva
Belgica. Het systeem is niet eenvoudig...
De gegevensbank wordt samen ontwikkeld.
Ledenbeheer moet dan versterkt
worden. De website is nu weer actief maar
nog in een initiële vorm. Elektronische infor-
matie kan doorgespeeld worden, maar
niet iedereen gebruikt dit middel.
Informatiedagen hebben wij gehouden in
bepaalde regio’s, doch er zijn er nog onvoldoende.
Vorming. Veel landeigenaars beheren hun
goed deskundig uit ervaring. Maar is dit wel
zo voor de jongere generatie ? Voor de
bosbouw heeft KBBM een lange traditie
van ondersteuning. In de huidige leefomgeving
is bijkomende kennis nodig : juridische
kennis van de reglementering, wetenschappelijke
kennis van natuur en
biologisch beheer, technische kennis van
Europese aangelegenheden, kennis van
subsidiesystemen, van vergunningsprocedures,
van instituties en van actoren,
van onderhandelingstechnieken in overlegrondes,
ook aanwezigheid in lokale instellingen
Hoe kan een landeigenaar actief
deelnemen aan het institutioneel gebeuren
van vandaag, in natuurrichtplannen, in
afbakeningen en in plattelandsontwikkeling?
Hoe kan een landeigenaarsorganisa-
tie erkend worden en aldus officieel aangesteld
voor medebeheer? In de
natuurrichtplannen, in de regionale landschappen,
in verschillende raden zijn wij
niet officieel aanwezig omdat wij geen sta-
tuut hebben. Hoe kunnen wij aantonen
dat landgoedeigenaars degelijke beheers-
plannen kunnen voorleggen ? Is er een
kwaliteitsnorm nodig in ruil voor rechtszekerheid
en flexibiliteit ? Ik zei het reeds :
vaak zijn wij radeloos bij gebrek aan kennis
van de context. Wie onder jullie weet
juist wat een natuurrichtplan is of wat een
instandhouding is? Hoe kunnen wij deze
kennis verspreiden ?
En dan de middelen. Over de mensen heb
ik het al gehad. Geld is ook broodnodig.
Eigenaars zijn niet vrijgevig, en het aantal
leden is te klein. Wij moeten derhalve een
duidelijke actie voeren voor het “verkopen”
van onze kennis in een bredere kring
van partners, corporate organisaties, de
financiële wereld waar bijkomend dienstbetoon
kan geleverd worden. Wij hebben
reeds onze werking uitgelegd, door korte
voordrachten te houden, bij jagers, in clubverband.
Wij zullen dit nog verder doen aan
de hand van een slide show. Vraag is : kunnen
wij als kleine organisatie commandooperaties
voeren met een heel kleine struc-
tuur en met doelgerichte visibiliteit in
geselecteerde dossiers ? Ofwel hebben
wij een echte structuur nodig met aanwezigheid
en visibiliteit, maar dan met gepaste
middelen ?
Ik weet nog niet wat haalbaar is !
Ondertussen moeten wij onze ledenbasis
vergroten. Wij boeken veel te weinig nieuwe
aansluitingen en er wordt geen promotie
gemaakt door onze leden.
Als test voor de elasticiteit van de ledenwerving
vraag ik U allen om, inde komende
maanden, elk 5 nieuwe leden te maken
in uw bosgroepkring, in uw jachtkring, in
uw club. Documentatie en onze nieuwe
teaser staan ter beschikking in deze zaal en
op ons secretariaat.
Wij overwegen binnenkort een nieuw lid-
geldsysteem (gemeenschappelijk lidgeld) in
te voeren voor organisaties zoals jachtgroepen
of bosgroepen.
Onze governance zullen wij herzien. Door
onze fusie met KBBM moet de samenstelling
van onze Algemene Vergadering en
het stemrechtsysteem herbekeken worden
alsook de rol van onze Raad van
Bestuur, het directiecomité, de regionale
werking. Nieuwe ideeën hieromtrent zullen
wij uitwerken en aan een Buitengewone
Algemene Vergadering van LV voorleggen.
Ondertussen hopen wij dat U onze actie
verder wilt steunen. En niet alleen vandaag.
Dit kan U doen door vrijwilligerswerk,
door deel te nemen aan onze activiteiten,
door ons bestaan te melden in uw
contactkringen, door onze teaser te verdelen,
door leden te recruteren, door artikels
of suggesties, door uw kinderen aan
te sluiten, door ons te vertegenwoordigen
op lokaal niveau, door standpunten te ontwikkelen,
door duizend manieren van actieve
deelname aan het plattelandsbeheer. Zo
wordt aangetoond dat landeigenaars dyna-
mische ondernemers zijn op het platte-
land, en dat een belangrijke doelgroep van
houders van de zakelijke rechten niet kan
vergeten worden. Hun rol is te veel verwaarloosd,
gedeeltelijk door hun eigen
afwezigheid. Hun plaats is te vaak gelaten
aan anderen...
Laten wij dit rechttrekken, maar in samenwerking
met alle andere actoren van de
open ruimte.
Philippe Casier
Voorzitter
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
| Verslag Algemene Vergadering
|
- Situering
Op 9 mei 2006 hield Landelijk Vlaanderen
haar Algemene Vergadering in de Ouwe
Schuur te Overijse.
De toespraak van de voorzitter kan u reeds
intergraal lezen in het 'Woord van de voorzitter'
vooraan in dit nummer.
Het dossier over de grondenbank werd
toegelicht door de heer Filiep Loosveldt,
voorzitter van Vlacoro. In zijn gekende stijl
plaatste hij enkele kanttekeningen bij dit
decreet en enkele aanbevelingen om van
de grondenbank een efficiënt instrument te
maken in het grondbeleid in Vlaanderen.
Een bittere pil voor de grondeigenaar is de
mogelijkheid tot uitruiling op de vraag van
de landbouwer, niet alleen indien hij eigenaar
is, maar ook als pachter, en dit zonder
de toestemming van de eigenaar.
Vervolgens schetste Tom Anthonis, de
directeur van Landelijk Vlaanderen, de dossiers
die worden opgevolgd.
De natuurrichtplannen blijven onze energie
opslorpen. Er zijn 6 proefprojecten opgestart.
Landelijk Vlaanderen volgt van zeer
nabij het project in het West-Vlaamse
Hoppeland op. Aan de hand van onze
ervaringen heeft Landelijke Vlaanderen een
standpuntennota opgesteld en overgemaakt
aan de bevoegde overheid.
Er moet een duidelijkere en begrijpbaardere
taal worden gebruikt en er moet worden
gewerkt op basis van kennis- en ervaringsuitwisseling
i.p.v. enkel overdracht
van informatie.
In het afbakeningsproces van de land-
bouw-, bos- en natuurstructuur probeert
Landelijk Vlaanderen, via een regioverantwoordelijke
in de dertien deelgebieden, dit
proces te volgen en gerichte adviezen uit
te brengen. Een eerste infoavond voor de
leden had in mei plaats te Brugge, er worden
ook in de andere gebieden dergelijke
infosessies gepland. Naast de herbevestiging
van bepaalde landbouwzones, wordt
vooral opzoek gegaan naar nieuwe groengebieden
en bosuitbreidingsgebieden, met
het oog op de afbakening VEN 2de fase en
de geplande 10 000 ha nieuw bos in
Vlaanderen.
Landelijk Vlaanderen zetelde in een werkgroep
“uitgebreid bosbeheerplan” van de
Vlaamse Hoge Bosraad. Deze werkgroep
stelt concrete aanbevelingen voor om tot
een soepelere uitwerking te komen van
het uitgebreid bosbeheerplan en de toepassing
van de criteria duurzaam bosbeheer.
Landelijk Vlaanderen heeft ook een
structureel overleg met de afdeling Bos
en Groen in een overlegorgaan privé-bos
waarin ook vertegenwoordigers zitten van
de bosgroepen.
De Vlaamse administratie werd grondig
hervormd en sinds 1 april 2006 spreekt
men van het Agentschap Natuur en Bos,
waarin de afdeling Natuur en de afdeling
Bos en Groen werden samengevoegd.
Landelijk Vlaanderen organiseerde in het
najaar 2005 drie excursies, één over de
populier (Oosterzele), natuurinrichting (Mol)
en het landgoed (Oostkamp). De studiereis
naar Litouwen was een leerrijke ervaring
om vast te stellen hoe een jonge nieuwe lidstaat
de Europese regelgeving integreert. Minister Kris Peeters (Leefmilieu) richtte
onder impuls van Landelijk Vlaanderen een
werkgroep Landgoederen op, met als doel
een statuut uit te werken, waarin gestreefd
wordt naar horizontale afstemming van
functies en integratie van beheer en regelgeving.
Landelijk Vlaanderen onderhoudt ook
goede contacten met de Boerenbond en
wisselt er van gedachten over o.a. de
pachtwet, de afbakening en het mestdecreet.
Landelijk Vlaanderen en het Platform
Buitengebied zetelen ook in het IPO, het
interbestuurlijk plattelandsoverlegorgaan.
Het IPO heeft als doelstelling om via het
plattelandsbeleid te komen tot een horizontale
afstemming van de sectoren. Een
goed ambtelijk overleg is hiervoor nodig,
voorzien van de nodige input van experten.
Samen met het Platform Buitengebied
werd actie gevoerd tegen willekeurig
gebruik van het voorkooprecht.
Landelijk Vlaanderen stond in voor de logistieke
ondersteuning en het secretariaat
van de Stichting Behoud Natuur en
Leefmilieu. De v.z.w. Ontwikkeling
Vijvergebied Midden-Limburg werd
bekroond als laureaat van de InBev
Leefmilieuprijs 2005.
- Slot
De algemene vergadering werd afgesloten
met een receptie, vriendelijk aangeboden
door Puilaetco-Dewaay Private Bankers.
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
Ruimtelijk Visie Landbouw, Bos en Natuur
| We hebben u op deze bladzijden reeds verschillende malen geïnformeerd
over het proces van de afbakening van de landbouw-, bos- en natuurstructuur.
In een eerste fase worden in de 13 deelgebieden bepaalde landbouwgebieden
herbevestigd. Dit zou in de toekomst de rechtszekerheid voor
de landbouwsector moeten verhogen. In deze gebieden, met hoofdbestemming
landbouw, kan niet meer 'ingebroken' worden door andere sectoren met ruimteclaims.
Er blijven vervolgens nog talrijke gebieden over in 'onderzoek'.
In Neteland en Veldgebied Brugge-Meetjesland zit men reeds in de onderzoeksfase
voor de niet-herbevestigde landbouwgebieden. Onze vertegenwoordigers
volgen dit nauw op en maken hun opmerkingen kenbaar tijdens de
overlegvergaderingen.Landelijk Vlaanderen probeert ook in de
andere deelgebieden dit proces zo goed
mogelijk op te volgen, onder meer via onze
regioverantwoordelijken in (bijna) elk gebied.
Eind juni 2006 heeft Landelijk Vlaanderen
aan het projectteam een standpuntennota
overgemaakt voor de deelgebieden
Limburgse Kempen-Maasland,
Noorderkempen, Leiestreek en Schelde-
Dender. We geven u deze in het kort nog
even mee.
Landelijk Vlaanderen is de Vereniging van
Bos-, Land- en Natuureigenaars”. Wij vragen
dus actief verder te mogen deelnemen aan
het overleg met de drie sectoren voor het
proces en niet enkel en alleen als bossector.
Landeigenaars en grondgebruikers verwezenlijken
vaak een belangrijke meerwaarde
voor de maatschappij met het beheer van
hun gronden. Deze 'niet-vermarktbare' functies
worden echter vaak niet of onvoldoende
vergoed. Dit brengt rechtsonzekerheid,
maar vooral frustraties met zich mee, waardoor
het draagvlak afkalft. Een objectief
debat is noodzakelijk en waardebepaling
van deze functies is mogelijk.
Landelijk Vlaanderen dringt erop aan dat
nieuwe bestemmingsvoorschriften en terminologie
de rechtszekerheid van de
bestaande toestand (en terminologie) niet
schaden. Een nieuwe naam kan de inhoud
niet wijzigen, vooral niet tijdens een afbakening
die de bestaande toestand bevestigt.
Nieuwe voorschriften zouden zeker, in een
juridische duidelijke omgeving, deel moeten
uitmaken van de analyse per gebied.
Er dient in kwetsbare gebieden voor elk
gebouw een afweging gemaakt te worden
en in voorschriften opgenomen, zodoende
dat de problematiek van de zonevreemde
gebouwen niet telkens terug opduikt.
Ook in agrarische gebieden moet de eco
nomische of cultuurbebossing mogelijk blijven,
mits randvoorwaarden, in het kader
van de richtinggevende bepalingen van het
RSV en de Europese verordeningen.
Er moet over gewaakt worden dat de planologische
aanduiding van bosuitbreidings
gebieden niet al te rigide gebeurt en ruimte
laat voor flexibele invulling door lokale actoren
(landbouwers, grond- en boseigenaars).
In de planologische voorschriften moeten
garanties worden ingebouwd dat in de
gebieden waar het privaat initiatief reeds
bebossingsprojecten heeft uitgevoerd, dit
initiatief verder kan worden gezet
Een knelpunt blijft dat bij een bestemmingswijziging
naar natuur er geen of te
weinig rekening wordt gehouden met de
waardeverliezen van de omzetting. De weinige
economische compensaties zijn niet
relevant, de beheersgevolgen zijn groot (bv
bemesting, voorkooprechten) en er wordt
geen rekening gehouden met genotswaar
den waarbij met ruil of koopplicht geen
oplossing wordt geboden voor het feit dat
een stuk grond niet dezelfde mogelijkheden
biedt als een ander (bv. in het kader van
een (bestaand) geïntegreerd beheer)
Recreatie gebeurt op het openbaar domein
of volgens vrijwillige overeenkomst met de
privé-sector. Knelpunten zijn de veiligheid,
hygiëne, vervuiling en alle soorten andere
lasten op gebied van hinder en milieu.
Recreatie is in de betrokken gebieden
gebonden aan sterke randvoorwaarden.
Wild en faunabeheer is belangrijk voor het
behoud van de biodiversiteit.
Landelijk Vlaanderen wil de vinger aan de
pols houden, en zal in het najaar in de verschillende
deelgebieden, informatiesessies
organiseren voor de leden. Doel is de leden
meer inzicht te geven in het proces, maar
anderzijds ook van de knelpunten te leren
kennen op lokaal niveau. Dit moet toelaten
nog gerichter adviezen te kunnen overmaken
aan de verantwoordelijken van het procesteam.
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
| Natura 2000 gebieden zijn de kroonjuwelen |
We kunnen ons voorstellen dat menig lid de
wenkbrauwen zal fronsen bij het lezen van
de titel van dit artikel. Bij de meerderheid
van de mensen in het buitengebied heerst
er eerder een argwaan t.o.v. Natura 2000.
Het wordt aangevoeld als een bedreiging
van de grondrechten, het grondbezit en het
grondgebruik.
Nochtans zijn het de woorden van Ladislav
Miko, Directeur van DG Leefmilieu Europa
tijdens zijn toespraak bij de start van de
informatiecampagne in 2006 over Natura
2000 in België. Een gezamenlijk initiatief
van ELO en de Europese Commissie.
De heer Miko wijst er op dat onwetendheid
de grootste bedreiging is. De Europese
Commissie staat er op dat de burger juist
en goed wordt ingelicht. Onwetendheid
kan enkel maar opgelost worden door het
publiek bewust te maken, Natura 2000 uit
te leggen, ervaringen te delen en goede
beheerpraktijken te promoten. De heer
Miko onderstreept : 'Natura 2000 mag niet
ervaren worden als de nagel aan de doodskist,
maar moet net ervaren worden als
een geschenk voor jarenlange inspanningen,
m.a.w. waardevolle natuurgebieden in
Europa, de kroonjuwelen.'
Belangrijk voor het welslagen van Natura
2000 is de kerngedachte 'nature for peop-
le'. De heer Miko beklemtoont : 'We moeten
durven uitleggen dat in de meerderheid
van de gevallen, het bestaande landgebruik
en actieve beheer, niet verboden wordt,
maar integendeel, zelfs nodig zal zijn om de
bestaande biodiversiteit te behouden, herstellen
of zelfs te laten toenemen.' En hij
besluit :'Laten we niet vergeten dat Natura
2000 er opgericht is een halt toe te roepen
aan de daling van de biodiversiteit. Actief
landbeheer, zoals eco-landbouw en duurzaam
bosbeheer kunnen hier een belangrijke
bijdrage leveren en de landeigenaars
zijn de beste bondgenoten door hun generatielange
ervaring' Marc Coussement, voorzitter Platform
Buitengebied, stelt dat vooral de onduidelijkheid
rond de term 'een significant storend
effect' aanleiding heeft tot veel argwaan
bij de traditionele landgebruikers op
het platteland.
Sommigen zien in deze woorden een argument
om – in toepassing van het zogenaamde
voorzorgsprincipe – allerlei traditionele
landelijke activiteiten toch maar in de
regel te verbieden en slechts bij uitzondering
toe te laten.
In Vlaanderen is er zelfs een tendens om
tevens het proportionaliteitsprincipe te
negeren door te stellen “dat negatieve
effecten niet onomstootbaar hoeven vast
te staan”, maar dat van “zodra er een kans
bestaat dat een dergelijk effect optreedt” er
sowieso maatregelen moeten genomen
worden.
Op basis van dergelijke extreem vergaande
interpretaties kan men natuurlijk alle
menselijke activiteiten in deze gebieden
weren, ook al liggen deze traditionele landelijke
activiteiten aan de basis van de
instandhouding van het gebied.
De heer Coussement pleit voor een PDCAconcept
(Plan-Do-Check-Act cyclus-),
waarbij stapje per stapje de instandhou-
dingsdoelstellingen worden ingevuld.
'Werken via kleine concrete stappen en
met een continue terugkoppeling naar
'leren en verbeteren' zal het wederzijds
vertrouwen bevorderen en constructief
overleg mogelijk maken tussen alle actoren.
Een win-win situatie waar de natuur en de
mens wel bij vaart ' aldus Marc
Coussement.
Jan Verheeke, raadgever van minister Kris
Peeters, stelt in de praktijk vaak nog com-
petitie vast tussen natuurbeschermers en
natuurgebruikers, ipv complementariteit.
De natuurgebruiker vertrekt van het 'practische
nut' voor zijn natuurbeeld en natuurbeleving.
De natuurbeheerder vertaalt zijn
esthetisch en ethische beleven in wetenschappelijk
termen. Dit verschil in natuurbeelden,
heeft dan ook zijn weerslag op de
'instandhoudingsdoelstellingen'. De uitdaging
zal er in bestaan om de expertise
van de wetenschappers te vertalen in het
'gezonde boerenverstand van de natuur-
gebruikers en terreinbeheerders zelf'.
De wetenschappelijke gegevens bieden
het kader en de marge waarbinnen er
gewerkt kan worden, en de basis voor de
afbakening van de speciale beschermingszones.
De maatregelen en instandhoudingsdoelstellingen
worden ingevuld
via dialoog tussen alle betrokken partijen.
Vraag die zich stelt : kunnen natuurrichtplannen
dienst doen om maatwerk te leveren
voor de speciale beschermingszone ?
De proefprojecten rond de natuurrichtplannen
kunnen aangeven of een dergelijk
proces van overleg kansen biedt. Het kabinet
staat open voor suggesties en zal na
evaluatie niet aarzelen om dit proces eventueel
bij te sturen.
Raf Suys, kabinetschef minister Kris
Peeters, stelt het als volgt : 'De meeste
mensen zijn gerust bereid iets te doen voor
de natuur en hebben er zelfs heel wat voor
over, zolang ze zich dan erkend en gewaar-
deerd weten voor de positieve bijdrage
die ze leveren'.
Minister Kris Peeters staat open voor iedere
suggestie en ideeën. Indien de campagne
rond Natura 2000 concrete resultaten
oplevert, is de minister graag bereid
de nodige accentverschuivingen aan te
brengen in het beleid.
De heer Thierry de l'Escaille, secretaris-
generaal van ELO, beklemtoont nog eens
tot slot dat Europa groot is geworden door
een bloeiend economisch plattelandsomgeving.
De landeigenaars bezitten en
beheren vandaag een belangrijk aandeel
van de gebieden opgenomen in het Natura
2000 Netwerk. Een ondersteuning en
begeleiding van dit beheer zullen mee het
succes van Natura 2000 bepalen. Indien er
geen financiering of cofinanciering bestaat
is er enkel een verplichting tot instandhouding.
Het succes zal ook mede bepaald
worden door meer rekening te houden
met de 7 principes van duurzaam beheer:
1. een intergeneratie gericht perspectief
2. een wetenschappelijke benadering;
3. een vrijwillige participatie;
4. teamwork;
5. het strikt naleven van het proportionaliteitsprincipe;
6. een gedecentraliseerde werking (gebied
per gebied);
7. het noodzakelijke respect van de natuurlijke
cycli
De infocampagne zal worden afgesloten
met een European Country Fair, een plattelandsbeurs,
die doorgaat van 22 tot 24
september 2006 op het kasteel domein
van Hex.
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar
|
| Schelde :
Toegankelijkheid, veiligheid, natuurlijkheid |
Het dossier van de Schelde blijft de
mensen in het Scheldebekken beroeren.
Nederland en Vlaanderen hebben
plechtig het Scheldeverdrag ondertekend,
dit houdt een formele goedkeuring
in van de Ontwikkelingschets
Schelde. Onder meer door de druk
van het Platform Buitengebied besliste
de Vlaamse regering in juli 2005
ook te voorzien in flankerende maatregelen
plattelandsrecreatie, naast
dat voor landbouw en natuur.
Het doel is tweeledig. Ten eerste :
door middel van procesbegeleiding
en een communicatieplan komen tot
een betere informatie-uitwisseling
met de belangengroepen in het
gebied, o.a. via het Platform
Buitengebied en ook de inspraakmogelijkheden
te verbeteren.
Ten tweede : een planprogramma
voor plattelandsrecreatie opmaken.
Op dit ogenblik heeft de Vlaamse
Overheid 8 miljoen Euro ingeschreven
voor het flankerend maatregelen plattelandsrecreatie.
De vraag blijft of dit tot
2030 voldoende zal zijn om effectief de
betrokken eigenaars en gebruikers in de
betrokken gebieden effectief te compenseren
? Worden er ook middelen vrijgemaakt
uit het budget natuur, landbouw,
infrastructuur,....?
Er blijft tevens grote onduidelijkheid over de
concrete uitwerkingen en de invloed op het
terrein. Visserclubs, jagersverenigingen,
landeigenaars leven in de onzekerheid of
hun vijver, jachtrivier, eigendom op termijn
nu wel of niet in een overstromingsgebied
komt te liggen, welke zijn de maatregelen,
welke de vergoedingen, de compensaties,....
Het proces komt nu pas echt op gang, en
het is dan ook belangrijk dat het Platform
Buitengebied en Landelijk Vlaanderen
nauw betrokken blijven bij het proces. Er
is reeds tweemaal overleg geweest op initiatief
van het kabinet van de Minister-
President, met de bevoegde overheidsdiensten
belast met dit dossier.
Er is formeel toegezegd dat we ook in de
toekomst zowel op Vlaams niveau, als op
lokaal projectmatige niveau, steeds de
nodige kansen tot inspraak en advisering
zullen krijgen.
Eén van de concrete resultaten van de
studiedag is dat zowel het Zeeuws
Particulier Grondbezit en Landelijk
Vlaanderen verder zullen worden uitgenodigd
om deel te nemen aan het overleg binnen
het OAP. We zijn reeds onze standpunten
gaan toelichten op een
OAP-vergadering tijdens een boottocht op
de Schelde. Er werd afgesproken om een
interne werkgroep op te richten in de
schoot van het OAP om de specifieke problemen
verbonden aan landeigendom en
grondgebruik verder te kunnen behandelen.
VERDIEPING VERDIEPING WES WESTERSCHELDE: CONSEQUENTIES EN K TERSCHELDE: CONSEQUENTIES EN KANSEN ANSEN VOOR DE P OOR DE PAR ARTICULIEROp deze bijeenkomst georganiseerd op 9 juni 2006 door het Zeeuws
Particulier Grondbezit en Landelijk Vlaanderen over de natuur- com-
pensatie ten behoeve van de verdieping van de Westerschelde werd
indringend gepleit voor het betrekken van de grondeigenaar en gebrui-
ker bij de realisatie van de natuurcompensatie ten behoeve van de ver-
dieping van de Westerschelde. ‘Laat daar, waar dat mogelijk is de eige-
naar , eigenaar blijven en de gebruiker ook de gebruiker. Laat de
overheden niet alle gronden aankopen en toedelen aan de natuur behe-
rende organisaties. Respecteer elkaar als partijen en werk samen’, was
de slotconclusie van de dagvoorzitter Drs. Jhr. P.A.C. Beelaerts van
Blokland.
Vandaag, op dit congres, staan centraal
de rechten en mogelijkheden van de
betrokken eigenaren en gebruikers in dit
proces. De heer J. Seijdlitz, voorzitter
ZPG poneerde met twee stellingen:
• Zowel Landelijk Vlaanderen als ZPG
zijn van oordeel, dat bij het realiseren
van nieuwe natuur de eigenaar en
gebruiker wordt betrokken bij het realiseren
van het doel, waardoor deze
eigenaar/ gebruiker van de grond kan
blijven.
• Mocht voorgaande stelling niet haalbaar
blijken, dan vinden wij dat de eigenaren
en gebruikers een betere vergoeding
dienen te krijgen. Er mag geen onderscheid
zijn in prijs voor “rode en groene”
grond bij aankoop. Groene grond is
mede een voorwaarde om de verdieping
mogelijk te maken.
Marc Coussement, voorzitter Platform Buitengebied, besloot zijn betoog
met de indringende oproep dat de voorgenomen maatregelen de
sociale en maatschappelijke cohesie van het gebied niet ingrijpend
mogen verstoren en te trachten, in overleg met partijen maatschappelijk
draagvlak te verkrijgen voor de plannen.
Tijdens de lunch, onder het genot van een drankje, werd nog veel
gepraat en overlegd, ook op “hoog” niveau. Tot aan de komst van minis-
ter Kris Peeters, Vlaams minister van openbare werken,energie, leefmilieu
en natuur. In zijn toespraak besteedde hij veel aandacht aan de positie
van de land- en bosbouw en de plattelandsrecreatie, en besloot met
de woorden : 'Dames en Heren, de herinrichting van het Schelde-estuarium
is een reusachtige opdracht waarin economie, veiligheid en ecologie
in de praktijk verzoend moeten worden. Het is een operatie die
lange tijd in beslag zal nemen en de inzet van veel middelen zal vereisen.
Het is een project waar veel mensen bij betrokken zijn, en daarom
ook heel complex is. Voor ons gezamenlijk ligt de uitdaging om deze
ingrepen in goede banen te leiden en wens dan ook op uw medewerking
beroep te doen om, in dialoog met u allen,tot het gewenste resultaat
te komen.'
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
|