Landelijk Vlaanderen

Vereniging van Bos-, Land-, en Natuureigenaars v.z.w.






















Home > Landeigenaar > LE Nr 32


Inhoud
Woord van de voorzitter
Verslag Algemene Vergadering
Ruimtelijk Visie Landbouw, Bos en Natuur
Natura 2000 gebieden zijn de kroonjuwelen
Schelde : Toegankelijkheid, veiligheid, natuurlijkheid
Woord van de voorzitter
Toespraak ter gelegenheid van de Algemene Ledenvergadering op 9 mei 2006
Dames en Heren,
Graag wil ik u mijn indruk weergeven na een jaar voorzitterschap van onze vereniging. Een verrassing is de vaststelling van de kwaliteit van haar relatie met de overheid, zowel op kabinets-niveau als bij de administratie. Mooi resultaat van het werk van mijn voorgangers, weliswaar vergemakkelijkt door de politieke context die tegenwoordig een luisterend oor heeft voor onze bekommernissen.

De decretale texten voorzien geen statutaire plaats voor de landeigenaars in de beheersorganen.
Nu echter,in de praktijk, krijgen wij uitnodigingen voor overleg. Landeigenaars wor- den voor het eerst erkend als een doel- groep, niet alleen bij Leefmilieu, maar ook bij Ruimtelijke Ordening, ook bij Landbouw en Platteland. Met als gevolg dat onze organisatie in staat moet zijn hen een antwoord te geven. Wij moeten aldus een ernstige inspanning leveren op gebied van kennis van de verschillende materies en wetgevingen, op gebied van terreinpraktijk, met potentieel voor standpuntenvorming, voorstellenredactie- en verdediging. Hiermee noem ik een van onze zwaarste knelpunten.

Landeigenaars en meer algemeen de gebruikers van de open ruimte (inclusief jagers, vissers en anderen) missen de noodzakelijke theoretische en juridische vorming. Ze heb ben vaak niet de nodige tijd. Ze geven niet bepaald een prioriteit om volwaardig betrokken te worden in de talloze initiatieven van de overheid, die met veel middelen, mankracht en wetenschappelijke deskundigheid, niet gestructureerde doelgroepen aan de overlegtafel uitnodigt.
Landeigenaars klagen vaak en soms terecht over de betutteling. Gedeeltelijk is dit te wijten aan de onmogelijkheid om met gelijke middelen te overleggen met mensen die het blijkbaar goed menen. Aldus ontstaat er in feite een communica- tiekloof veel meer dan een oppositie ! Wij weten immers wel dat sommigen andere doeleinden hebben en andere agenda’s... Daarom mijn pleidooi : laten wij niet verder klagen, maar constructief meewerken met voorstellen en met aanwezigheid. Laten we permanent alert blijven want overheidsinitiatieven komen van alle kanten en vaak ongemeld !

Bewijs van de kwaliteit van onze relaties was de toespraak van Minister Peeters verleden jaar in deze zaal. Het was een klare aanmoediging voor onze acties en een aanwijzing van de rol die hij aan de landeigenaars wil geven. Concreet gebeurt dit nu met de studie op het Kabinet van het Landgoedconcept. Dit initiatief wil een stimulans zijn voor goed landgoedbeheer, met beheersvereenvoudiging en landgoedontwikkeling. Deze studie is thans in een actieve fase en wordt uitgebreid naar andere beleidsdomeinen.
Dit landgoedconcept kadert in plattelands- beheer. De tot nu toe gevoerde sectoriele actie, waar de landeigenaar - zoals zojuist gezegd - een kleinere plaats had, wordt voortaan aangevuld met een horizontale aanpak van het plattelandsbeheer : de ondernemende landeigenaar kan op zijn terrein nu een grotere rol spelen. Het gaat over de toekomst van het platteland in een verstedelijkt Vlaanderen, in het kader van de evolutie van de landbouw en van de Europese initiatieven in “Rural Development”, die internationaal aan de dagorde zijn. Het is een unieke kans, een belangrijke uitdaging en een boeiend geval van socioeconomische omwenteling ! Voor de eerste keer in de geschiedenis van de mens leven wij in een maatschappij die kan losgekoppeld worden van de landbouw. Van boeren evolueert het concept landbouw naar “bouwen van het (platte)land”.

In de loop van 2005 hebben wij onze contacten met andere kabinetten verstevigd. Zo leggen wij nu een bijzonder accent op wat wij noemen de "rode functie". Met onze gastspreker en straks met een kabinetsmede werker van Minister Van Mechelen, die onze projecten met aandacht volgt, komt deze sector ruimschoots aan bod. Ook met het Kabinet van Minister-president Leterme werken we samen, vooral omtrent enkele landbouwmateries en een vernieuwd plattelandsbeleid.

Wij hebben ook onze relaties met onze partners verstevigd.

Met KBBM en NTF zijn deze verduidelijkt. Ik dank de respectievelijke voorzitters, Jean François de le Court en Etienne Snyers voor de goede samenwerking en de continue steun. Met de Boerenbond zijn wij - weliswaar wegens onze eigenheid - aan de andere kant van de tafel, maar meestal vinden wij elkaar in positief overleg.. Met Platform Buitengebied werd de concrete samenwerking verstevigd, o.a. in het kader van de natuurrichtplannen. Voor de goede uitoefening van de voorkooprechten en voor een evaluatie van de wetgeving hieromtrent weten wij mekaar te steunen. In het algemeen kunnen wij allen (en dit zijn velen) samen het traditioneel gebruik verdedigen van het platteland en van de natuur met alle gebonden waarden. Met ELO werken wij nauw samen. Niet alleen omdat wij beiden in Brussel gevestigd zijn maar ook omdat Thierry de l'Escaille een eminente rol speelt in beide organisaties. Een combinatie van acties van ELO op Europees niveau en van LV lokaal kan een krachtig en, in feite, uniek instrument zijn om stevige dossiers op te bouwen. Voor Natura 2000 en voor de mestproblematiek, waarin de Europese invloed van belang is, kan zodoende de gecombineerde werking doeltreffend zijn.

Voor de "rode sector" (RO, monumenten, stedenbouw) spelen wij onze rol in Vloro. Wij denken immers dat daar een meer zichtbare actie en proactief beleid kan gevoerd worden !

Wij overleggen ook regelmatig en soms samen met de Bosraad, met de Afdeling Bos & Groen en met de Afdeling Natuur, nu samen ANB. In het kader van de werkgroepen van de MiNa-Raad wordt ook overlegd met de natuurverenigingen. Deze vergaderingen geven de kans elkaar beter te begrijpen. Gezond verstand en goede wil kunnen inderdaad bruggen leggen ! Zo kan immers de indruk van betutteling weggewerkt worden. In het kader van BBB zal de rol van de MiNa-Raad evenwel gewijzigd worden. Laten wij hopen dat een meer gebalanceerde samenstelling ervan het gewicht van de verschillende actoren zal erkennen. Een belangrijk aandachtspunt voor de toekomst is de interne werking van onze vereniging en de terugkoppeling naar onze leden. Sleutelwoorden zijn motivatie, communi- catie, vorming en middelen.

Motivatie is groot bij onze kleine ploeg, die voor alles en nog wat zorgt : administratief werk, ledenbeheer, excursieplanning, lobbywerk, overleg. Tom Anthonis en Liliane Verstrepen zijn onze permanente staf. Geleid door Bertrand de Lophem, onze vrijwillige secretaris-generaal, leveren zij samen veel werk met veel inzet. Ik wil ze vandaag bedanken. Ook dank aan onze gasten, die ons regelmatig ontvangen voor excursies, alsook aan onze trouwe partner Puilaetco, die ons regelmatig steunt en in het bijzonder vandaag met het aanbieden van een receptie. Vrijwilligers vervullen een aantal taken. Dit is structureel soms moeilijk : we hangen veel af van hun beschikbaarheid, maar wij zijn hen hiervoor zeer dankbaar. Alec van Havre volgt de natuurrichtplannen, Leopold Janssens de afbakening in West- Vlaanderen en François Dierckx deze in de provincie Antwerpen. François de Jonghe helpt met het Landgoedproject ; Thierry de Grunne met de landbouwdossiers. Andere leden van onze Raad van Bestuur zijn actief als regioverantwoordelijke of in technische materies. Ons budget laat ons niet toe om onze organisatie professioneler uit te bouwen. Wij hopen evenwel dat het Platform Buitengebied meer middelen zal krijgen voor dossieropvolgingen ... Een uitdaging is het uitbouwen van een regionale basis. Vraag is : hoe kunnen wij een structuur opbouwen, met organisatie, vrijwilligerswerk, dossierkennis, vertrekkend van nul want lokale eigenaarsgroeperingen bestaan nu niet. Er zijn wel aanverwante organisaties zoals de bosgroepen, de WBE’s. Moeten wij met iets nieuws beginnen of samenwerking zoeken ? Ondertussen maak ik nog een oproep : kandidaten om ons regionaal te helpen maar ook om sectoriële standpunten te bepalen.

Communicatie. Hierin schieten wij te kort! Een goede oplossing heb ik nog niet. Ingevolge de evolutie van onze relatie met KBBM is nu een lid van LV of KBBM ook lid van de andere vereniging. Hij krijgt nu de twee tijdschriften: de Landeigenaar en Silva Belgica. Het systeem is niet eenvoudig... De gegevensbank wordt samen ontwikkeld. Ledenbeheer moet dan versterkt worden. De website is nu weer actief maar nog in een initiële vorm. Elektronische infor- matie kan doorgespeeld worden, maar niet iedereen gebruikt dit middel. Informatiedagen hebben wij gehouden in bepaalde regio’s, doch er zijn er nog onvoldoende. Vorming. Veel landeigenaars beheren hun goed deskundig uit ervaring. Maar is dit wel zo voor de jongere generatie ? Voor de bosbouw heeft KBBM een lange traditie van ondersteuning. In de huidige leefomgeving is bijkomende kennis nodig : juridische kennis van de reglementering, wetenschappelijke kennis van natuur en biologisch beheer, technische kennis van Europese aangelegenheden, kennis van subsidiesystemen, van vergunningsprocedures, van instituties en van actoren, van onderhandelingstechnieken in overlegrondes, ook aanwezigheid in lokale instellingen Hoe kan een landeigenaar actief deelnemen aan het institutioneel gebeuren van vandaag, in natuurrichtplannen, in afbakeningen en in plattelandsontwikkeling? Hoe kan een landeigenaarsorganisa- tie erkend worden en aldus officieel aangesteld voor medebeheer? In de natuurrichtplannen, in de regionale landschappen, in verschillende raden zijn wij niet officieel aanwezig omdat wij geen sta- tuut hebben. Hoe kunnen wij aantonen dat landgoedeigenaars degelijke beheers- plannen kunnen voorleggen ? Is er een kwaliteitsnorm nodig in ruil voor rechtszekerheid en flexibiliteit ? Ik zei het reeds : vaak zijn wij radeloos bij gebrek aan kennis van de context. Wie onder jullie weet juist wat een natuurrichtplan is of wat een instandhouding is? Hoe kunnen wij deze kennis verspreiden ?

En dan de middelen. Over de mensen heb ik het al gehad. Geld is ook broodnodig. Eigenaars zijn niet vrijgevig, en het aantal leden is te klein. Wij moeten derhalve een duidelijke actie voeren voor het “verkopen” van onze kennis in een bredere kring van partners, corporate organisaties, de financiële wereld waar bijkomend dienstbetoon kan geleverd worden. Wij hebben reeds onze werking uitgelegd, door korte voordrachten te houden, bij jagers, in clubverband. Wij zullen dit nog verder doen aan de hand van een slide show. Vraag is : kunnen wij als kleine organisatie commandooperaties voeren met een heel kleine struc- tuur en met doelgerichte visibiliteit in geselecteerde dossiers ? Ofwel hebben wij een echte structuur nodig met aanwezigheid en visibiliteit, maar dan met gepaste middelen ?
Ik weet nog niet wat haalbaar is ! Ondertussen moeten wij onze ledenbasis vergroten. Wij boeken veel te weinig nieuwe aansluitingen en er wordt geen promotie gemaakt door onze leden. Als test voor de elasticiteit van de ledenwerving vraag ik U allen om, inde komende maanden, elk 5 nieuwe leden te maken in uw bosgroepkring, in uw jachtkring, in uw club. Documentatie en onze nieuwe teaser staan ter beschikking in deze zaal en op ons secretariaat. Wij overwegen binnenkort een nieuw lid- geldsysteem (gemeenschappelijk lidgeld) in te voeren voor organisaties zoals jachtgroepen of bosgroepen.
Onze governance zullen wij herzien. Door onze fusie met KBBM moet de samenstelling van onze Algemene Vergadering en het stemrechtsysteem herbekeken worden alsook de rol van onze Raad van Bestuur, het directiecomité, de regionale werking. Nieuwe ideeën hieromtrent zullen wij uitwerken en aan een Buitengewone Algemene Vergadering van LV voorleggen.

Ondertussen hopen wij dat U onze actie verder wilt steunen. En niet alleen vandaag. Dit kan U doen door vrijwilligerswerk, door deel te nemen aan onze activiteiten, door ons bestaan te melden in uw contactkringen, door onze teaser te verdelen, door leden te recruteren, door artikels of suggesties, door uw kinderen aan te sluiten, door ons te vertegenwoordigen op lokaal niveau, door standpunten te ontwikkelen, door duizend manieren van actieve deelname aan het plattelandsbeheer. Zo wordt aangetoond dat landeigenaars dyna- mische ondernemers zijn op het platte- land, en dat een belangrijke doelgroep van houders van de zakelijke rechten niet kan vergeten worden. Hun rol is te veel verwaarloosd, gedeeltelijk door hun eigen afwezigheid. Hun plaats is te vaak gelaten aan anderen... Laten wij dit rechttrekken, maar in samenwerking met alle andere actoren van de open ruimte.

Philippe Casier
Voorzitter

Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
Verslag Algemene Vergadering

- Situering Op 9 mei 2006 hield Landelijk Vlaanderen haar Algemene Vergadering in de Ouwe Schuur te Overijse. De toespraak van de voorzitter kan u reeds intergraal lezen in het 'Woord van de voorzitter' vooraan in dit nummer. Het dossier over de grondenbank werd toegelicht door de heer Filiep Loosveldt, voorzitter van Vlacoro. In zijn gekende stijl plaatste hij enkele kanttekeningen bij dit decreet en enkele aanbevelingen om van de grondenbank een efficiënt instrument te maken in het grondbeleid in Vlaanderen. Een bittere pil voor de grondeigenaar is de mogelijkheid tot uitruiling op de vraag van de landbouwer, niet alleen indien hij eigenaar is, maar ook als pachter, en dit zonder de toestemming van de eigenaar. Vervolgens schetste Tom Anthonis, de directeur van Landelijk Vlaanderen, de dossiers die worden opgevolgd.
De natuurrichtplannen blijven onze energie opslorpen. Er zijn 6 proefprojecten opgestart. Landelijk Vlaanderen volgt van zeer nabij het project in het West-Vlaamse Hoppeland op. Aan de hand van onze ervaringen heeft Landelijke Vlaanderen een standpuntennota opgesteld en overgemaakt aan de bevoegde overheid. Er moet een duidelijkere en begrijpbaardere taal worden gebruikt en er moet worden gewerkt op basis van kennis- en ervaringsuitwisseling i.p.v. enkel overdracht van informatie.

In het afbakeningsproces van de land- bouw-, bos- en natuurstructuur probeert Landelijk Vlaanderen, via een regioverantwoordelijke in de dertien deelgebieden, dit proces te volgen en gerichte adviezen uit te brengen. Een eerste infoavond voor de leden had in mei plaats te Brugge, er worden ook in de andere gebieden dergelijke infosessies gepland. Naast de herbevestiging van bepaalde landbouwzones, wordt vooral opzoek gegaan naar nieuwe groengebieden en bosuitbreidingsgebieden, met het oog op de afbakening VEN 2de fase en de geplande 10 000 ha nieuw bos in Vlaanderen.

Landelijk Vlaanderen zetelde in een werkgroep “uitgebreid bosbeheerplan” van de Vlaamse Hoge Bosraad. Deze werkgroep stelt concrete aanbevelingen voor om tot een soepelere uitwerking te komen van het uitgebreid bosbeheerplan en de toepassing van de criteria duurzaam bosbeheer. Landelijk Vlaanderen heeft ook een structureel overleg met de afdeling Bos en Groen in een overlegorgaan privé-bos waarin ook vertegenwoordigers zitten van de bosgroepen. De Vlaamse administratie werd grondig hervormd en sinds 1 april 2006 spreekt men van het Agentschap Natuur en Bos, waarin de afdeling Natuur en de afdeling Bos en Groen werden samengevoegd.

Landelijk Vlaanderen organiseerde in het najaar 2005 drie excursies, één over de populier (Oosterzele), natuurinrichting (Mol) en het landgoed (Oostkamp). De studiereis naar Litouwen was een leerrijke ervaring om vast te stellen hoe een jonge nieuwe lidstaat de Europese regelgeving integreert.
Minister Kris Peeters (Leefmilieu) richtte onder impuls van Landelijk Vlaanderen een werkgroep Landgoederen op, met als doel een statuut uit te werken, waarin gestreefd wordt naar horizontale afstemming van functies en integratie van beheer en regelgeving.

Landelijk Vlaanderen onderhoudt ook goede contacten met de Boerenbond en wisselt er van gedachten over o.a. de pachtwet, de afbakening en het mestdecreet. Landelijk Vlaanderen en het Platform Buitengebied zetelen ook in het IPO, het interbestuurlijk plattelandsoverlegorgaan. Het IPO heeft als doelstelling om via het plattelandsbeleid te komen tot een horizontale afstemming van de sectoren. Een goed ambtelijk overleg is hiervoor nodig, voorzien van de nodige input van experten. Samen met het Platform Buitengebied werd actie gevoerd tegen willekeurig gebruik van het voorkooprecht.

Landelijk Vlaanderen stond in voor de logistieke ondersteuning en het secretariaat van de Stichting Behoud Natuur en Leefmilieu. De v.z.w. Ontwikkeling Vijvergebied Midden-Limburg werd bekroond als laureaat van de InBev Leefmilieuprijs 2005.

- Slot De algemene vergadering werd afgesloten met een receptie, vriendelijk aangeboden door Puilaetco-Dewaay Private Bankers.
Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
Ruimtelijk Visie Landbouw, Bos en Natuur
We hebben u op deze bladzijden reeds verschillende malen geïnformeerd over het proces van de afbakening van de landbouw-, bos- en natuurstructuur. In een eerste fase worden in de 13 deelgebieden bepaalde landbouwgebieden herbevestigd. Dit zou in de toekomst de rechtszekerheid voor de landbouwsector moeten verhogen. In deze gebieden, met hoofdbestemming landbouw, kan niet meer 'ingebroken' worden door andere sectoren met ruimteclaims. Er blijven vervolgens nog talrijke gebieden over in 'onderzoek'. In Neteland en Veldgebied Brugge-Meetjesland zit men reeds in de onderzoeksfase voor de niet-herbevestigde landbouwgebieden. Onze vertegenwoordigers volgen dit nauw op en maken hun opmerkingen kenbaar tijdens de overlegvergaderingen.Landelijk Vlaanderen probeert ook in de andere deelgebieden dit proces zo goed mogelijk op te volgen, onder meer via onze regioverantwoordelijken in (bijna) elk gebied.

Eind juni 2006 heeft Landelijk Vlaanderen aan het projectteam een standpuntennota overgemaakt voor de deelgebieden Limburgse Kempen-Maasland, Noorderkempen, Leiestreek en Schelde- Dender. We geven u deze in het kort nog even mee.

Landelijk Vlaanderen is de Vereniging van Bos-, Land- en Natuureigenaars”. Wij vragen dus actief verder te mogen deelnemen aan het overleg met de drie sectoren voor het proces en niet enkel en alleen als bossector.

Landeigenaars en grondgebruikers verwezenlijken vaak een belangrijke meerwaarde voor de maatschappij met het beheer van hun gronden. Deze 'niet-vermarktbare' functies worden echter vaak niet of onvoldoende vergoed. Dit brengt rechtsonzekerheid, maar vooral frustraties met zich mee, waardoor het draagvlak afkalft. Een objectief debat is noodzakelijk en waardebepaling van deze functies is mogelijk.

Landelijk Vlaanderen dringt erop aan dat nieuwe bestemmingsvoorschriften en terminologie de rechtszekerheid van de bestaande toestand (en terminologie) niet schaden. Een nieuwe naam kan de inhoud niet wijzigen, vooral niet tijdens een afbakening die de bestaande toestand bevestigt. Nieuwe voorschriften zouden zeker, in een juridische duidelijke omgeving, deel moeten uitmaken van de analyse per gebied.


Er dient in kwetsbare gebieden voor elk gebouw een afweging gemaakt te worden en in voorschriften opgenomen, zodoende dat de problematiek van de zonevreemde gebouwen niet telkens terug opduikt.

Ook in agrarische gebieden moet de eco nomische of cultuurbebossing mogelijk blijven, mits randvoorwaarden, in het kader van de richtinggevende bepalingen van het RSV en de Europese verordeningen. Er moet over gewaakt worden dat de planologische aanduiding van bosuitbreidings gebieden niet al te rigide gebeurt en ruimte laat voor flexibele invulling door lokale actoren (landbouwers, grond- en boseigenaars).
In de planologische voorschriften moeten garanties worden ingebouwd dat in de gebieden waar het privaat initiatief reeds bebossingsprojecten heeft uitgevoerd, dit initiatief verder kan worden gezet

Een knelpunt blijft dat bij een bestemmingswijziging naar natuur er geen of te weinig rekening wordt gehouden met de waardeverliezen van de omzetting. De weinige economische compensaties zijn niet relevant, de beheersgevolgen zijn groot (bv bemesting, voorkooprechten) en er wordt geen rekening gehouden met genotswaar den waarbij met ruil of koopplicht geen oplossing wordt geboden voor het feit dat een stuk grond niet dezelfde mogelijkheden biedt als een ander (bv. in het kader van een (bestaand) geïntegreerd beheer)

Recreatie gebeurt op het openbaar domein of volgens vrijwillige overeenkomst met de privé-sector. Knelpunten zijn de veiligheid, hygiëne, vervuiling en alle soorten andere lasten op gebied van hinder en milieu. Recreatie is in de betrokken gebieden gebonden aan sterke randvoorwaarden.

Wild en faunabeheer is belangrijk voor het behoud van de biodiversiteit.
Landelijk Vlaanderen wil de vinger aan de pols houden, en zal in het najaar in de verschillende deelgebieden, informatiesessies organiseren voor de leden. Doel is de leden meer inzicht te geven in het proces, maar anderzijds ook van de knelpunten te leren kennen op lokaal niveau. Dit moet toelaten nog gerichter adviezen te kunnen overmaken aan de verantwoordelijken van het procesteam.
Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
Natura 2000 gebieden zijn de kroonjuwelen
We kunnen ons voorstellen dat menig lid de wenkbrauwen zal fronsen bij het lezen van de titel van dit artikel. Bij de meerderheid van de mensen in het buitengebied heerst er eerder een argwaan t.o.v. Natura 2000. Het wordt aangevoeld als een bedreiging van de grondrechten, het grondbezit en het grondgebruik.

Nochtans zijn het de woorden van Ladislav Miko, Directeur van DG Leefmilieu Europa tijdens zijn toespraak bij de start van de informatiecampagne in 2006 over Natura 2000 in België. Een gezamenlijk initiatief van ELO en de Europese Commissie.

De heer Miko wijst er op dat onwetendheid de grootste bedreiging is. De Europese Commissie staat er op dat de burger juist en goed wordt ingelicht. Onwetendheid kan enkel maar opgelost worden door het publiek bewust te maken, Natura 2000 uit te leggen, ervaringen te delen en goede beheerpraktijken te promoten. De heer Miko onderstreept : 'Natura 2000 mag niet ervaren worden als de nagel aan de doodskist, maar moet net ervaren worden als een geschenk voor jarenlange inspanningen, m.a.w. waardevolle natuurgebieden in Europa, de kroonjuwelen.'

Belangrijk voor het welslagen van Natura 2000 is de kerngedachte 'nature for peop- le'. De heer Miko beklemtoont : 'We moeten durven uitleggen dat in de meerderheid van de gevallen, het bestaande landgebruik en actieve beheer, niet verboden wordt, maar integendeel, zelfs nodig zal zijn om de bestaande biodiversiteit te behouden, herstellen of zelfs te laten toenemen.' En hij besluit :'Laten we niet vergeten dat Natura 2000 er opgericht is een halt toe te roepen aan de daling van de biodiversiteit. Actief landbeheer, zoals eco-landbouw en duurzaam bosbeheer kunnen hier een belangrijke bijdrage leveren en de landeigenaars zijn de beste bondgenoten door hun generatielange ervaring'
Marc Coussement, voorzitter Platform Buitengebied, stelt dat vooral de onduidelijkheid rond de term 'een significant storend effect' aanleiding heeft tot veel argwaan bij de traditionele landgebruikers op het platteland.
Sommigen zien in deze woorden een argument om – in toepassing van het zogenaamde voorzorgsprincipe – allerlei traditionele landelijke activiteiten toch maar in de regel te verbieden en slechts bij uitzondering toe te laten.

In Vlaanderen is er zelfs een tendens om tevens het proportionaliteitsprincipe te negeren door te stellen “dat negatieve effecten niet onomstootbaar hoeven vast te staan”, maar dat van “zodra er een kans bestaat dat een dergelijk effect optreedt” er sowieso maatregelen moeten genomen worden.
Op basis van dergelijke extreem vergaande interpretaties kan men natuurlijk alle menselijke activiteiten in deze gebieden weren, ook al liggen deze traditionele landelijke activiteiten aan de basis van de instandhouding van het gebied. De heer Coussement pleit voor een PDCAconcept (Plan-Do-Check-Act cyclus-), waarbij stapje per stapje de instandhou- dingsdoelstellingen worden ingevuld. 'Werken via kleine concrete stappen en met een continue terugkoppeling naar 'leren en verbeteren' zal het wederzijds vertrouwen bevorderen en constructief overleg mogelijk maken tussen alle actoren. Een win-win situatie waar de natuur en de mens wel bij vaart ' aldus Marc Coussement.

Jan Verheeke, raadgever van minister Kris Peeters, stelt in de praktijk vaak nog com- petitie vast tussen natuurbeschermers en natuurgebruikers, ipv complementariteit. De natuurgebruiker vertrekt van het 'practische nut' voor zijn natuurbeeld en natuurbeleving. De natuurbeheerder vertaalt zijn esthetisch en ethische beleven in wetenschappelijk termen. Dit verschil in natuurbeelden, heeft dan ook zijn weerslag op de 'instandhoudingsdoelstellingen'. De uitdaging zal er in bestaan om de expertise van de wetenschappers te vertalen in het 'gezonde boerenverstand van de natuur- gebruikers en terreinbeheerders zelf'. De wetenschappelijke gegevens bieden het kader en de marge waarbinnen er gewerkt kan worden, en de basis voor de afbakening van de speciale beschermingszones. De maatregelen en instandhoudingsdoelstellingen worden ingevuld via dialoog tussen alle betrokken partijen. Vraag die zich stelt : kunnen natuurrichtplannen dienst doen om maatwerk te leveren voor de speciale beschermingszone ? De proefprojecten rond de natuurrichtplannen kunnen aangeven of een dergelijk proces van overleg kansen biedt. Het kabinet staat open voor suggesties en zal na evaluatie niet aarzelen om dit proces eventueel bij te sturen.

Raf Suys, kabinetschef minister Kris Peeters, stelt het als volgt : 'De meeste mensen zijn gerust bereid iets te doen voor de natuur en hebben er zelfs heel wat voor over, zolang ze zich dan erkend en gewaar- deerd weten voor de positieve bijdrage die ze leveren'.
Minister Kris Peeters staat open voor iedere suggestie en ideeën. Indien de campagne rond Natura 2000 concrete resultaten oplevert, is de minister graag bereid de nodige accentverschuivingen aan te brengen in het beleid.

De heer Thierry de l'Escaille, secretaris- generaal van ELO, beklemtoont nog eens tot slot dat Europa groot is geworden door een bloeiend economisch plattelandsomgeving. De landeigenaars bezitten en beheren vandaag een belangrijk aandeel van de gebieden opgenomen in het Natura 2000 Netwerk. Een ondersteuning en begeleiding van dit beheer zullen mee het succes van Natura 2000 bepalen. Indien er geen financiering of cofinanciering bestaat is er enkel een verplichting tot instandhouding.
Het succes zal ook mede bepaald worden door meer rekening te houden met de 7 principes van duurzaam beheer: 1. een intergeneratie gericht perspectief
2. een wetenschappelijke benadering;
3. een vrijwillige participatie;
4. teamwork;
5. het strikt naleven van het proportionaliteitsprincipe;
6. een gedecentraliseerde werking (gebied per gebied);
7. het noodzakelijke respect van de natuurlijke cycli

De infocampagne zal worden afgesloten met een European Country Fair, een plattelandsbeurs, die doorgaat van 22 tot 24 september 2006 op het kasteel domein van Hex.
Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
Schelde : Toegankelijkheid, veiligheid, natuurlijkheid
Het dossier van de Schelde blijft de mensen in het Scheldebekken beroeren. Nederland en Vlaanderen hebben plechtig het Scheldeverdrag ondertekend, dit houdt een formele goedkeuring in van de Ontwikkelingschets Schelde. Onder meer door de druk van het Platform Buitengebied besliste de Vlaamse regering in juli 2005 ook te voorzien in flankerende maatregelen plattelandsrecreatie, naast dat voor landbouw en natuur. Het doel is tweeledig. Ten eerste : door middel van procesbegeleiding en een communicatieplan komen tot een betere informatie-uitwisseling met de belangengroepen in het gebied, o.a. via het Platform Buitengebied en ook de inspraakmogelijkheden te verbeteren. Ten tweede : een planprogramma voor plattelandsrecreatie opmaken.

Op dit ogenblik heeft de Vlaamse Overheid 8 miljoen Euro ingeschreven voor het flankerend maatregelen plattelandsrecreatie. De vraag blijft of dit tot 2030 voldoende zal zijn om effectief de betrokken eigenaars en gebruikers in de betrokken gebieden effectief te compenseren ? Worden er ook middelen vrijgemaakt uit het budget natuur, landbouw, infrastructuur,....?

Er blijft tevens grote onduidelijkheid over de concrete uitwerkingen en de invloed op het terrein. Visserclubs, jagersverenigingen, landeigenaars leven in de onzekerheid of hun vijver, jachtrivier, eigendom op termijn nu wel of niet in een overstromingsgebied komt te liggen, welke zijn de maatregelen, welke de vergoedingen, de compensaties,....

Het proces komt nu pas echt op gang, en het is dan ook belangrijk dat het Platform Buitengebied en Landelijk Vlaanderen nauw betrokken blijven bij het proces. Er is reeds tweemaal overleg geweest op initiatief van het kabinet van de Minister- President, met de bevoegde overheidsdiensten belast met dit dossier. Er is formeel toegezegd dat we ook in de toekomst zowel op Vlaams niveau, als op lokaal projectmatige niveau, steeds de nodige kansen tot inspraak en advisering zullen krijgen.

Eén van de concrete resultaten van de studiedag is dat zowel het Zeeuws Particulier Grondbezit en Landelijk Vlaanderen verder zullen worden uitgenodigd om deel te nemen aan het overleg binnen het OAP. We zijn reeds onze standpunten gaan toelichten op een OAP-vergadering tijdens een boottocht op de Schelde. Er werd afgesproken om een interne werkgroep op te richten in de schoot van het OAP om de specifieke problemen verbonden aan landeigendom en grondgebruik verder te kunnen behandelen.

VERDIEPING VERDIEPING WES WESTERSCHELDE: CONSEQUENTIES EN K TERSCHELDE: CONSEQUENTIES EN KANSEN ANSEN VOOR DE P OOR DE PAR ARTICULIEROp deze bijeenkomst georganiseerd op 9 juni 2006 door het Zeeuws Particulier Grondbezit en Landelijk Vlaanderen over de natuur- com- pensatie ten behoeve van de verdieping van de Westerschelde werd indringend gepleit voor het betrekken van de grondeigenaar en gebrui- ker bij de realisatie van de natuurcompensatie ten behoeve van de ver- dieping van de Westerschelde. ‘Laat daar, waar dat mogelijk is de eige- naar , eigenaar blijven en de gebruiker ook de gebruiker. Laat de overheden niet alle gronden aankopen en toedelen aan de natuur behe- rende organisaties. Respecteer elkaar als partijen en werk samen’, was de slotconclusie van de dagvoorzitter Drs. Jhr. P.A.C. Beelaerts van Blokland.

Vandaag, op dit congres, staan centraal de rechten en mogelijkheden van de betrokken eigenaren en gebruikers in dit proces. De heer J. Seijdlitz, voorzitter ZPG poneerde met twee stellingen:
• Zowel Landelijk Vlaanderen als ZPG zijn van oordeel, dat bij het realiseren van nieuwe natuur de eigenaar en gebruiker wordt betrokken bij het realiseren van het doel, waardoor deze eigenaar/ gebruiker van de grond kan blijven.
• Mocht voorgaande stelling niet haalbaar blijken, dan vinden wij dat de eigenaren en gebruikers een betere vergoeding dienen te krijgen. Er mag geen onderscheid zijn in prijs voor “rode en groene” grond bij aankoop. Groene grond is mede een voorwaarde om de verdieping mogelijk te maken.

Marc Coussement, voorzitter Platform Buitengebied, besloot zijn betoog met de indringende oproep dat de voorgenomen maatregelen de sociale en maatschappelijke cohesie van het gebied niet ingrijpend mogen verstoren en te trachten, in overleg met partijen maatschappelijk draagvlak te verkrijgen voor de plannen. Tijdens de lunch, onder het genot van een drankje, werd nog veel gepraat en overlegd, ook op “hoog” niveau. Tot aan de komst van minis- ter Kris Peeters, Vlaams minister van openbare werken,energie, leefmilieu en natuur. In zijn toespraak besteedde hij veel aandacht aan de positie van de land- en bosbouw en de plattelandsrecreatie, en besloot met de woorden : 'Dames en Heren, de herinrichting van het Schelde-estuarium is een reusachtige opdracht waarin economie, veiligheid en ecologie in de praktijk verzoend moeten worden. Het is een operatie die lange tijd in beslag zal nemen en de inzet van veel middelen zal vereisen. Het is een project waar veel mensen bij betrokken zijn, en daarom ook heel complex is. Voor ons gezamenlijk ligt de uitdaging om deze ingrepen in goede banen te leiden en wens dan ook op uw medewerking beroep te doen om, in dialoog met u allen,tot het gewenste resultaat te komen.'
Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
Landelijk Vlaanderen  •  Centrumgalerij, Blok 2, 5 verdieping  •  1000 - Brussel

Tel : +32 (0)2 217 27 40  •  Fax : +32 (0)2 217 27 43  •  Email : infolandelijkvlaanderen.be  •  www.landelijkvlaanderen.be

 COPYRIGHT LANDELIJK VLAANDEREN © 2006