










|
 |
|
Inhoud
Woord van de voorzitter
Mestdecreet
Ruimtelijke Visie
Voorkooprecht
VCM Ontmoetingsdag
Afscheid Bos & Groen / IBW
Natura 2000
Nieuwe Bosgroep in Oost-Vlaanderen
|
| Woord van de voorzitter |
Naast het dagelijkse
kantoorwerk
en de talrijke
dossiers,
volgt Landelijk
V l a a n d e r e n
enkele dossiers wegens hun bijzondere
impact, van zeer nabij. Het betreft het plan-
ningsproces voor landbouw, bos en natuur,
de proefprojecten van de natuurrichtplannen
en twee ontwerpdecreten, nl. de gronden-
bank en voorkooprecht.
Het planningsproces voor landbouw, bos,
natuur is gestart in 9 van de 13 regio’s in
Vlaanderen. In Haspengouw-Voeren gaat
men reeds over tot de uiteindelijke afbakening
aan de hand van Ruimtelijke Uitvoe-
ringsplannen, de RUP’s. Op kaart staan de
voorstellen voor bijkomend groen, VEN, bos
en natuurgebieden aangeduid. Als eigenaar
kan u nu concreet vaststellen of uw eigendommen
van bestemming veranderen, en
eventueel bezwaar aantekenen. Vanuit ons
kantoor te Brussel is het moeilijk om
concreet te weten wie betrokken is. We
staan tot uw beschikking voor alle info en
kaartmateriaal, maar beter is nog contact op
te nemen met onze regio-verantwoordelijke,
Thierry de Grunne (thierry.degrunne@
telenet.be), die het dossier lokaal op de
voet volgt. Voor regio Kustgebied zullen de
eerste RUP’s binnenkort worden opgestart.
De opmaak van natuurrichtplannen in zes
proefgebieden volgt Landelijk Vlaanderen
ook zeer nauw op. Uit onze eerste ervaring
stellen we vast dat in de stuurgroepen, de
leden voor de private sector, vaak over onvoldoende
kennis beschikken over de materie,
om het dossier grondig te kunnen opvolgen.
Daarom bundelt Landelijk Vlaanderen,
samen met jagers, vissers en landbouwers,
de krachten om een gezamenlijk standpunt
te kunnen innemen. Onze medewerker, Alec
van Havre, volgt het dossier nauwlettend
op. Hij pleit voor een aangepaste visievorming
om de rechten en de inbreng van de
private sector te waarborgen. We hebben
regelmatig overleg met het agentschap Bos
en Natuur (de voormalige afdeling Natuur)
hieromtrent.
In de natuurrichtplannen worden ook de
bepalingen opgenomen omtrent de afgebakende
speciale beschermingszones Vogel
en Habitat (SBZ-V en SBZ-H), samen met
Europese Natura 2000 Netwerk. In Wallonië
een zeer gevoelig dossier, maar in het
Vlaams Gewest ‘vermomd’ in het natuurdecreet.
Op termijn zullen voor alle groengebieden,
bossen en gelijkgestelde gebieden
een natuurrichtplan worden opgemaakt.
Ik spoor U aan hierop voorbereid te zijn! Een
vormingscyclus kan nuttig zijn.
Momenteel liggen ook twee gevoelige ontwerpdecreten
op de tafel van het Vlaams
Parlement.
Met de oprichting van de Grondenbank zal
de VLM alle aankopen als gevolg van voorkooprechten
en koopplichten uitvoeren,
maar kan ook uit eigen initiatief gronden
kopen op de markt, meestal landbouwgronden,
om een reserve voor ruil op te
bouwen. Zo wordt de overheid een actieve
speler op de grondenmarkt.
Wij hebben de voorbereidingen op de voet
gevolgd en hebben onze opmerkingen overgemaakt
aan enkele parlementsleden. Er
blijven veel onduidelijkheden ! Ons belangrijkste
bezwaar: een ruil van gronden kan
gevraagd worden door een overheid of een
landbouwer, zelfs een pachter, zonder expliciet
het akkoord van de eigenaar. Bovendien
is een ruil op vraag van de eigenaar niet
voorzien.
Gekoppeld aan de grondenbank is er een
ontwerp van decreet over de harmonisatie
van de voorkooprechten. Positief gegeven is
dat de informatie over alle soorten voorkooprechten
in één gegevensbank gecentraliseerd
worden. Wij betreuren echter het
gebrek aan rechtszekerheid en dat men niet
meer mogelijkheden voorziet waarin het
voorkooprecht niet van toepassing is, vb. bij
aankopen in familiaal verband. Maar dit zijn
wel inhoudelijke wijzigingen die niet tot het
doel van dit decreet behoren. Voor een aantal
onduidelijkheden in het voorstel vragen wij
wel nog een bijsturing.
Het vergt een enorme inspanning om dit op
de voet te blijven volgen, en bovendien zijn
er nog de talrijke regionale dossiers. Binnenkort
start bvb. de provinciale afbakening
van de natuurverbindingsgebieden. We
kunnen spijtig genoeg niet overal aanwezig
zijn. Vandaar mijn oproep : indien u weet dat
lokaal processen opstarten, ons deze informatie
door te geven, maar beter nog ons te
helpen om, vooral regionaal, de dossiers
op te volgen ... Reeds van harte dank.
Philippe Casier
Voorzitter
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
| Mestdecreet
|
In ons vorig nummer van de Landeigenaar
in Vlaanderen kon u reeds lezen dat de
Europese Commisie België heeft veroordeeld
voor het niet naleven van de
Nitraatrichtlijn in het Vlaams Gewest, en
derhalve Vlaanderen volledig dient in te
kleuren als kwetsbaar gebied.
In kwetsbare gebieden gelden strikte regels
naar bemesting. Vlaanderen bakende echter
een beperkt gebied af, maar stelde
echter wel de nulbemesting verplicht in de
kwetsbare gebieden natuur.
De Vlaamse Landeigendom heeft steeds
dit principe en beleid aangevochten,
Landelijk Vlaanderen zet deze strijd voort.
Verschillende landeigenaars vragen ons
om advies. De problemen ontstaan voor de
landeigenaar vaak pas op het ogenblik als
de pacht verstrijkt en men opnieuw volle
eigenaar wordt van de grond. Gelegen in
het kwetsbaar gebied gelden er voor de
eigenaar plots geen overgangsbepalingen
of ontheffingen meer, maar valt men onmiddellijk
onder de nulbemesting.
Het onbegrip is des te groter als men vaststelt
dat eigenaars die net buiten het kwetsbaar
gebied zitten, of zelfs net over de
taalgrens of landgrens boeren, op enkele
meters van hun akkers, aan geen enkele
beperking zijn onderworpen.
Voorstel Landelijk Vlaanderen
Het Vlaams Gewest wordt nu als één enkel
kwetsbaar gebied beschouwd. Als gevolg
is er geen reden meer om verschillende
types kwetsbare gebieden te behouden;
alle gronden moeten op een duurzame
wijze beheerd worden.
Een ernstig probleem blijft, onder het stelsel
van het bestaande MAP, de nulbemesting
in art. 15ter (kwetsbare zones
natuur). Voor “gezinsveeteeltbedrijven
betekent dit een beperkt probleem, dankzij
de ontheffing tot 2 GVE”s per ha. Maar
de akkerbouwbedrijven kunnen niets doen,
en kunnen ook niet aan vee komen bij
gebrek aan toegepaste quota.
Voor akkerbouwbedrijven en voor de landeigenaar,
in geval van pacht aan een boer,
is er dus geen uitweg.
De financiering van de beheersovereenkomst
is ook een probleem want Europa
financiert beheersovereenkomsten voor
zover die verder gaan dan de nationale/
regionale regel. En meer dan nulbemesting
is onmogelijk. De regering had
in 2002 gezegd dat dit probleem moest
geregeld worden in het kader van de
natuurrichplannen die in 2007 klaar zouden
zijn.
Nu het huidige MAP getoetst is vraagt
Landelijk Vlaanderen een voorlopige
ontheffing voor de bedrijven die nu onder
de nulbemesting vallen, in afwachting van
het nieuwe MAP en dat in het nieuwe MAP,
een echte vrijwillige nulbemesting voorzien
wordt, d.w.z. optioneel, door de uitbater
gekozen.
Dit heeft verschillende voordelen: geen
onrechtvaardig onderscheid tussen kwetsbare
zones, aankoopverplichtingen kunnen
vermeden worden (+/- 60.000 ha), aankoop
van grote complexen kunnen vermeden
worden (Merodebossen gevallen)
en financiering van Europa kan dan in het
kader van de tweede pijler.
Deze aanvaardbare oplossing voor alle
partijen kan eventueel via het instrument
van de Natuurrichtplannen concreet worden
toegepast.
Aftoetsen
Landelijk Vlaanderen vindt gehoor met zijn
stelling in de politieke wereld, en ook de
natuurbeweging kan zich onder voorwaarden
vinden in onze voorstellen.
Landelijk Vlaanderen begrijpt het standpunt
van de boerenorganisaties, trouwens
tal van onze leden zijn zelf actief landbouwer-
eigenaar. Maar de onevenredige toestand
van het verleden kon echt niet meer
door de beugel.
De volledige afbakening van Vlaanderen als
kwetsbaar gebied zal leiden tot een billijkere
spreiding van de lasten over alle boeren, en
laat toe aangepaste begeleidingsprogramma's
uit te werken, met de steun van
Europa. We hebben er trouwens allen
belang bij dat we, als eigenaars en landbouwers,
ook in de toekomst kunnen blijven
'bouwen' aan een duurzaam 'landelijk'
Vlaanderen.
Nu geheel het Vlaams Gewest kwestbaar
gebied wordt vraagt Landelijk Vlaanderen
een overgangsbepaling voor de akkerbouwers
die momenteel in kwetsbaar
gebied natuur vallen. Men is onmiddellijk
onderworpen aan nulbemesting, terwijl er
eigenlijk minimumnormen bestaan, en nulbemesting
een vrijwillig optioneel systeem
zou moeten zijn.
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
Ruimtelijke Visie over landbouw, natuur en
bos: ledeninfo in het Slot van Male
| Op 14 maart 2006 hield Landelijk
Vlaanderen voor haar leden uit de deelgebieden
Kustgebied en Veldgebied, een
info-avond in het Slot van Male te Brugge.
Ruim vijftig landeigenaars gaven present.
De heer Leopold Janssens, onze lokale
coördinator, schetste er kort nog eens de
doelstellingen van dit proces. Het is namelijk
de bedoeling van de overheid om
ondermeer de tweede fase VEN af te bake-
nen.
De landbouwsector zal inkrimpen en de
gronden zullen worden omgezet naar
andere functies, o.a. natuur en bosuitbreiding,
maar ook recreatie, woonuitbreiding,
industriegebied is mogelijk.
In het buitengebied zal het voornamelijk
echter steeds een afweging zijn tussen
het behoud van de agrarische functie (herbevestiging
van de agrarische structuren)
of een overheveling naar natuur of bosuitbreiding.
Het Ruimtelijk Structuur Plan stelt
namelijk een agrarische structuur van 750
000 ha voorop en een uitbreiding van
natuur met 53 000 ha en 10 000 ha aan
bos.
Op dit gemoedelijk overleg met onze leden
kwamen duidelijk enkel zaken naar voor.
Een algemene vaststelling is dat het een
enorm complex proces blijft, dat moeilijk
doordringt tot de gewone man en zijn
eigendom. Het overleg blijft vaak steken in
algemene vage principes en algemene
afwegingen, wat het voor de persoon op
het terrein moeilijk maakt concreet in te
schatten welke de gevolgen zullen zijn, op
korte en lange termijn.
Bij de afbakening van de “te herbevestigen
agrarische gebieden” (HAG), werden de
gebieden voor “verder onderzoek” soms
zeer ruim opgevat tegenover de feitelijke
doelgebieden die er in schuil gaan. Dit
brengt mee dat de eigenaars en grondgebruikers
van deze gebieden nog voor lange
tijd in rechtsonzekerheid zullen verkeren.
Het is dus aangewezen dat men de 'onderzoeksfase'
niet eindeloos laat aanslepen,
dat hier ook overleg mogelijkheden worden
ingebouwd, maar dit uiteindelijk binnen
een redelijke termijn aanleiding moet geven
tot het concreet opstarten van RUP’s. Een
herbevestiging of vastleggen van de bestemming
zal uiteindelijk hopelijk voldoende
rechtszekerheid bieden. Een mogelijkheid
hiervoor, alle actieve landbouw-bedrijfszetels
als uitgangspunt nemen.
De onzekerheid naar toekomstig gebruik
blijft het grootste vraagteken voor vele
leden. Ze vrezen dat een te strikte opdeling
in ruimtelijk bestemming een sterke rem zal
zijn op de flexibiliteit in grondbeheer, net zo
kenmerkend voor het beheer van landeigenaars,
die vaak diverse functies zo goed
mogelijke proberen te verenigen op hun
eigendom.
Landelijk Vlaanderen pleit er dan ook voor
dat de evenwichtige verhouding die nu
reeds bestaat tussen de diverse functies
zoveel als mogelijk dient behouden te blijven.
Het is aan te bevelen te streven naar
een maximale verwevenheid. Met verwevenheid
wordt bedoeld verweven van functies
in één gebied of zelfs op één perceel,
los van de planologische bestemming en
niet een mozaïek van planologische
gewestplan bestemmingen door elkaar.
Er moet over gewaakt worden dat de pla-
nologische aanduiding van bosuitbreidinggebieden,
zgn. mozaïeklandschappen
en verwevingsgebieden niet al te rigide
gebeurt en ruimte laat voor flexibele invulling
door lokale actoren (landbouwers,
grond- en boseigenaars). Een te rigide
planologische invulling dreigt tot gevolg te
hebben, enerzijds, dat gebieden aangewezen
worden waarvan de bestemming
niet zal kunnen worden gerealiseerd en,
anderzijds, gebieden die wel voor bosuitbreiding
in aanmerking komen, (bijv. omdat
ze vrij van pacht zijn ed., omdat de landbouwers
op termijn geen opvolger hebben)
planologisch worden uitgesloten van
bosuitbreiding.
Ook het tijdspad is daarbij van belang.
Bosbouw en landschapszorg is een zaak
van lange termijn. Daarom is het van belang
dat ruimte wordt gegeven aan de betrokken
actoren van het buitengebied om de
bestemming bosuitbreiding en verwevingsgebied
op lange termijn te realiseren (bijv.
na beëindiging bestaande landbouwactiviteiten,
pacht). Dit moet vertaald worden
in de planologische voorschriften.
In de planologische voorschriften moeten
garanties worden ingebouwd dat in de
gebieden waar het privaat initiatief reeds
bebossingsprojecten heeft uitgevoerd, dit
initiatief verder kan worden gezet. Er werden
sinds de opmaak van het RVS op het
terrein trouwens soms al bebossingsinitiatieven
genomen door de particuliere sector.
Er kan, in samenspraak met de betrokkenen,
overwogen worden om deze
terreinen als bosuitbreidingsgebied aan te
wijzen.
Van belang is dat in een later stadium, bij
de perceelsgewijze invulling van de bestemming,
voldoende overleg plaatsvindt
met de locale actoren. Zoniet dreigen heel
wat planologische herbestemmingen een
maat voor niets te worden.
In heel wat landbouwgebieden, mozaïeklandschappen
e.d.m werden landbouwinrichtingen
ingeplant, vergund, uitgebreid
zonder enige inpassing in het omgevend
landschap (soms vaak zonder of met miskenning
van vergunningsvoorwaarden).
Minstens in de mozaïeklandschappen, verwevingsgebieden,
maar eigenlijk ook in
"gewone" landbouwgebieden, zal er over
te waken zijn dat planologische voorschriften
worden voorzien die deze inrichtingen
inpassen in het omgevend landschap
door afdoende groenschermen of
aangepaste bouwwijze of gebruik van
bouwmaterialen. Dit is trouwens in het
belang van de landbouwsector zelf (maatschappelijke
aanvaardbaarheid, imago,...).
Landelijk Vlaanderen heeft haar standpunt
kenbaar gemaakt aan de bevoegde overheid.
We blijven dit dossier van nabij opvolgen.
De info-avond te Brugge heeft aangetoond
dat de eigenaars nog met tal van
vragen zitten, maar dat er wel op lokaal
niveau een uitwisseling op gang kan komen
van concrete informatie.
U als lid heeft de sleutel in handen voor de
lokale situatie. Zit u met vragen, wil u uw
situatie kenbaar maken, aarzel niet om
contact op te nemen met het secretariaat
te Brussel. We helpen u graag verder.
Voor alle info : www.ruimtelijkeordening.be
of www.landelijkvlaanderen.be
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
| Voorkooprecht enkel indien noodzaak voor natuurontwikkeling |
Minister Peeters wil enkel voorkooprecht
indien dit noodzakelijk is voor natuurontwikkeling.
Regelmatig vragen leden ons advies of
onze tussenkomst in een zaak waarbij de
verkoop van hun onroerend goed de overheid
gebruik maakt van het recht van
voorkoop, daar de eigendom gelegen is in
het Vlaams Ecologisch Netwerk, VEN, of in
een perimeter van een erkend natuurreservaat.
De klachten komen vooral van boseigenaars,
maar ook vissers en jagers klagen
dat hun gebieden worden opgekocht met
overheidsgeld om er afgesloten reservaten
van te maken, waarin geen plaats meer is
voor bosbeheer, hengelsport of jacht.
Bovendien maakt 'Jan-met-de-Pet' geen
onderscheid tussen een goed aangekocht
via recht van voorkoop of een normale
aankoop. Het zijn gronden die ze kwijt zijn.
Het aantal viswaters is in 20 jaar van 3.000
ha gehalveerd tot 1.500 ha. Kleine frustraties
die al vlug op de spits kunnen worden
gedreven, en aanleiding geven tot
ongenoegen op het platteland.
Een delegatie van het Platform Buitengebied
werd onlangs persoonlijk ontvangen
door minister Kris Peeters.
De minister was formeel in zijn antwoord :
"De problematiek is in de eerste plaats
ernstig te nemen omdat, ook wanneer de
voorkooprechten op relatief beperkte
oppervlakten uitgeoefend worden, het telkens
per definitie gaat over gronden waar
iemand anders in geïnteresseerd was en
een dus zeker gebruik in gedachte had. Dat
er bij de uitoefening van voorkooprechten
dus mensen teleurgesteld worden kan
nooit vermeden worden. Hierbij zullen niet
zozeer de voorkooprechten ten behoeve
van natuur, maar eventueel wel alle aankopen
van natuur- en bosbeleid samen,
inclusief deze door de natuurverenigingen,
een bepaalde negatieve impact gehad
hebben op de beschikbaarheid van visvijvers."
Het kabinet lichte ook een nota toe met de
procedure en de richtlijnen die worden
gebruikt door de afdeling Natuur om uitoefening
van het voorkooprecht af te wegen
en gaf een overzicht van de aangekochte
hectaren via dit instrument.
1.Het voorkooprecht ten voordele van
natuurbeleid is ingesteld met een besluit
van de Vlaamse regering in 1998, en
was pas operationeel in 1999. Sinds de
instelling en toepassing van dit voorkooprecht
zijn er in totaal ong. 600ha
natuurterreinen verworven met dit instrument,
waarvan 223ha in Antwerpen,
137ha in Limburg, 112ha in Vlaams-
Brabant, 97ha in Oost-Vlaanderen en
31ha in West-Vlaanderen.
2. De criteria en parameters die momenteel
door de Vlaamse overheid gehanteerd
worden bij het gebruik van voorkooprecht
voor natuurbescherming :
a. Organisatorisch is het niet de Vlaamse
overheid als zodanig, maar wel de V.L.M.
die de voorkooprechten uitoefent. De
raad van bestuur van de V.L.M. beslist
hierover, en doet dit op advies van
Afdeling Natuur. In geval er ook sprake
is van pachtsituatie, is er ook een adviesverlening
van de A.L.T. voorzien. Naast
de uitvoerende en de adviserende rol, zijn
er ten derde ook de organisaties ten
behoeve waarvan het voorkooprecht
wordt uitgeoefend. Dit kunnen Afdeling
Natuur en Afdeling Bos & Groen zijn –
binnenkort verenigd in één agentschap
– maar ook een natuurvereniging die in
de buurt een lopend reservaatproject
heeft. Het is dus alleszins niet zo dat de
natuurverenigingen zelf enig voorkooprecht
hebben. Hiermee is onmiddellijk
ook de vraag beantwoord welke criteria
en parameters zouden gelden voor voorkooprecht
door natuurorganisaties.
b. Ten tweede gebruikt Afdeling Natuur
bij zijn advisering wel degelijk bepaalde
criteria.
i. _ De ligging van percelen ten aanzien van
het toepassingsgebied is een eerste criterium.
Het moet gaan om een perceel dat
(het liefst geheel) gelegen is in een groene
bestemming op het gewestplan, een VEN
of een natuurinrichtingsproject.
ii. _ De ligging ten aanzien van bepaalde
projectgebieden is een tweede criterium.
Hier speelt vooral het SIGMA-plan. De
basis is een beslissing van de Vlaamse
regering die noopt tot onteigening of herinrichting.
iii. _ De prijs is een derde criterium. Die
wordt beoordeeld door het aankoopcomité,
eventueel door Inspectie Financiën en
eventueel door de Minister.
iv. _ Een vierde criterium is de precieze ligging
ten aanzien van een lopend aankoopproject
van de overheid (afdeling
Natuur, afdeling Bos en Groen, eventueel
provincie, gemeente) of een erkende terreinbeherende
vereniging (perimeter van
een reservaat).
v. _ Een vijfde criterium betreft de aanwezigheid
van gebouwen: wat is het kostenplaatje
– in principe met betrekking tot
afbraak?
vi. _ Een slotcriterium is de bescherming
en de natuurwaarde aan de hand van de
status (SBZ, VEN 1e fase, GNBS) en
Biologische Waarderingskaart, verrijkt met
extra beschikbare ecologische gegevens
en terreinkennis.
c. Dat deze criteria ook daadwerkelijk
effect ressorteren, moge blijken uit het
gegeven dat op de meeste van de aangeboden
voorkooprechten niet ingegaan
wordt. In 2004 werden (door notarissen)
2969 aanbiedingen gedaan. 953
ervan vielen daadwerkelijk binnen het
toepassingsgebied. Daarbij is er door
de V.L.M. slechts op 137 aanbiedingen
ingegaan (4,6% resp. 14,4%), wat ong.
153ha voorkopen opleverde. In 2005
werden 2237 aanbiedingen gedaan,
1023 ervan vielen binnen het toepassingsgebied,
waarbij er slechts op 118
aanbiedingen ingegaan werd (5,2% resp.
11,5%), voor ong. 113ha.
De minister kondigde ook aan dat hij maatregelen
zal nemen die er moeten voor
zorgen dat de overheid nog beter een
afweging kan maken indien gronden worden
aangeboden met een recht van voorkoop.
Aldus de minister : "De maatregel die
ik wens te nemen is dat ik een kleine maar
belangrijke uitbreiding wens te doen bij de
zo-even geciteerde verzameling criteria,
die momenteel gebezigd wordt bij de advisering
door Afdeling Natuur. Met name
dient ook, bij de beoordeling van de al of
niet uitoefening van een mogelijk voorkooprecht
op een concreet stuk grond,
melding gemaakt te worden van het actuele
gebruik en van het gebruik dat de koper
vermoedelijk op het oog heeft. Wanneer dit
criterium samen genomen wordt met de
hiervoor, reeds vermelde criteria, dan zijn
alle elementen ter beschikking om een
evenwichtig oordeel te vellen over de afzonderlijke
aanbiedingen."
Landelijk Vlaanderen wil zijn leden dan ook
oproepen om steeds een dergelijke motivatie
bij de verkoopakte te steken, zodat
de bevoegde overheid onmiddellijk duidelijkheid
heeft over de bestemming van de
grond.Landelijk Vlaanderen durft te hopen
dat de bevoegde administratie op basis van
deze gegevens maximaal zullen afzien van
hun recht op voorkoop.
Bovendien heeft minister Peeters onlangs
via een verzameldecreet een wijziging voorgesteld
aan het decreet natuurbehoud.
Het ontwerp voorziet in recreatief
medegebruik voor o.m. vissers,
jagers in natuurreservaten, en is van
die strekking en zal overigens eveneens
van toepassing zijn op door
natuurverenigingen beheerde reservaten.
"In de meeste gevallen moet
recreatief medegebruik aldus mogelijk
zijn. In verband daarmee is het
overigens niet zo dat per definitie alle
wegenis of installaties verwijderd
worden, vermits deze een belang
kunnen hebben bij dit recreatieve medegebruik"
aldus nog minister Peeters.
Een typisch Vlaams bos, waarom zou de buurman niet mogen kopen ?
PROCEDURES VOORKOOPRECHT HARMONISEREN
Vlaamse decreten voorzien momenteel in sectorgerichte
voorkooprechten : huisvesting, natuur, ruimtelijke ordening,
waterbeleid, havenbeleid, enz.
Deze voorkooprechten zijn onvoldoende op elkaar
afgestemd. De informatie over waar, hoe, wie, wat, ...
is zeer verspreid beschikbaar, bij verschillende instanties
en kanalen. Ook de procedures en het uitoefenen
verschilt, met verschillende termijnen, specifieke regels
en uitzonderingen.
De soms onduidelijke definiëring van de zones waarbinnen
voorkooprechten gelden, en het niet samenvallen
daarvan met de kadastrale percelen, bevordert
de rechtszekerheid
niet. Ze verhoogt bovendien het
aantal gevallen waar voorkooprechten (ongewild) niet
behoorlijk wordt aangeboden, evenals het aantal gevallen
waar het voorkooprecht onterecht wordt aangeboden
of uitgeoefend.
In het kader van de Vlaamse Grondenbank
werkt de
Vlaamse Regering ook aan een decreet rond het voorkooprecht
om te komen tot een uniek (online) voorkooploket.
Procedures worden op elkaar afgestemd en
door de horizontale aanpak streeft men naar een doorgedreven
harmonisatie en uniformisering, wat de transparantie
moet verhogen.
Een stap in de goede richting, spijtig dat men de inhoudelijk
vraag over het nut of de noodzaak van bepaalde
rechten van voorkoop niet in vraag durft te stellen.
Een gemiste kans ?
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar
|
| Van klein landschapselement tot landgoed. |
Met dit thema had de 13de VCMontmoetingsdag
plaats op zaterdag 8 april
2006 in het arboretum te Kalmthout.
VCM is het contactforum voor erfgoedverenigingen.
Landelijk Vlaanderen was er gastspreker en
lichtte er een tip van de sluier op over het
concept landgoed.
Deze buitengewoon interessante dag liet
ons aan de hand van diverse lezingen
getuige zijn van de pracht van onze landschappen
en monumenten in Vlaanderen.
Alle aanwezigen waren het er over eens
dat Vlaanderen gelukkig nog rijk is aan
erfgoed, maar het kan steeds beter.
Bewustmaking is belangrijk, vnl. bij het
opmaken van nieuwe plannen of visies om
oog te hebben voor vaak 'kleine' ogenschijnlijk
onbelangrijke elementen in het
landschap zoals kapelletjes, trage wegen,
Gallo-Romeinse tumuli, houtige gewassen
zoals knotbomen, gerechtsbomen of
grensbomen.
Mevrouw Els Hofkens, erfgoedconsulent,
gaf een gebald, maar volledig, overzicht
van de wetgeving en de manier waarop de
overheid te werk gaat bij het afbakenen van
ankerplaatsen en erfgoedlandschappen.
In het buitengebied is er grote nood aan
een betere afstemming van de verschillende
sectorale wetgevingen op elkaar.
Een horizontale aanpak valt aan te bevelen
binnen landgoederen.
Landelijk Vlaanderen beklemtoonde in haar
uiteenzetting dat een landelijke eigenaar
diverse functies herbergt op zijn grondeigendom
(bos, jacht, monumenten,
natuur, landbouw,...). Flexibiliteit in dit
multidisciplinaire en multifunctioneel
beheer, moet het mogelijk maken dat eigenaars
nog een economisch leefbaar landgoed
kunnen uitbaten. De economische
activiteiten, die voor de nodig financiele
draagkracht moeten zorgen, laten de
landeigenaars toe dat een belangrijk deel
kan terugvloeien voor investeringen en
onderhoud van de natuur- en landschapswaarde
van het landgoed. Het afstemmen
van de regelgeving in een geïntegreerde
landgoedbeheervisie heeft de eigenaar ook
rechtszekerheid. Het landgoedstatuut moet
steeds een vrijwillige keuze mogelijkheid
blijven voor de landeigenaar.
Op initiatief van minister Kris Peeters en
met de actieve medewerking van Landelijk
Vlaanderen is er in de schoot van het
kabinet een werkgroep landgoederenforum
opgericht, om het concept landgoed in de
praktijk uit te werken.
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
| Afscheid van afdeling Bos & Groen en IBW |
Op 1 april 2006 ging het Beleidsdomein
Leefmilieu, Natuur en Energie van start.
Dit is het resultaat van het project Beter
Bestuurlijk Beleid. Hiermee wil de Vlaamse
Regering concreet gestalte geven aan een
vernieuwd en modern bestuurlijk beleid.
Het doel van dit project is onder meer het
verzekeren van een efficiënte, klantvriendelijke
en slagvaardige werking van de
Vlaamse overheid.
Een van de opvallendste veranderingen
van Beter Bestuurlijk Beleid is de nieuwe
structuur voor de Vlaamse overheid. Het
hele landschap wordt herschikt in 13
homogene beleidsdomeinen met telkens
dezelfde interne structuur.
In het nieuwe organisatiemodel bestaat
de Vlaamse overheid uit volgende categorieën
: het Departement onderverdeeld in
Intern Verzelfstandigde Agentschappen
(IVA) (met of zonder rechtspersoonlijkheid)
en Extern Verzelfstandigde Agentschappen
(EVA)
Per beleidsdomein wordt een Vlaams
Ministerie opgericht. De entiteiten die tot dit
ministerie behoren hebben geen afzonderlijke
rechtspersoonlijkheid, maar behoren
tot de rechtspersoon Vlaamse
Gemeenschap/Vlaams Gewest. Een
Vlaams Ministerie bestaat uit:
* Het departement van het beleidsdomein
* De IVA's zonder rechtspersoonlijkheid
van het beleidsdomein
Concreet voor de bossector houdt dit in
dat op 1 april 2006 de afdeling Natuur en
de afdeling Bos en Groen werden samengevoegd
tot één nieuw Agentschap Natuur
en Bos, dat deel uitmaakt van het departement
Leefmilieu, Natuur en Energie (vervangt
het voormalige LIN : Leefmilieu
Infrastructuur en Natuur). Een overzicht
(zie ook organigram) :
Mevrouw Marleen Evenepoel werd aangesteld
als leidend ambtenaar voor het
Agentschap Natuur en Bos.
De beide onderzoeksinstituten Instituut
Natuurbehoud en het Instituut voor
Bosbouw en Wildbeheer gaan samen op in het nieuwe Instituut voor Natuur- en
Bosonderzoek, Inbo. Leidend ambtenaar
wordt de heer Eckhart Kuijken.
Alle info vindt u terug op de website
www.vlaanderen.be/bbb of www.inbo.be
en www.natuurenbos.be
HET BELEIDSDOMEIN LEEFMILIEU, NATUUR EN ENERGIE Het Beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en
Energie bestaat uit:
* Het Departement Leefmilieu, Natuur en
Energie met 3 Agentschappen zonder
rechtspersoonlijkheid:
o Het Vlaams Energie-agentschap (VEA)
o Het Agentschap voor Natuur en Bos
(ANB)
o Instituut voor Natuur-en Bosonderzoek
(INBO)
* en uit 4 Agentschappen met rechtspersoonlijkheid
- OVAM, De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij
- VLM, De Vlaamse Landmaatschappij
- VMM, De Vlaamse Milieumaatschappij
- VREG, De Vlaamse Reguleringsinstantie
voor de Elektriciteits- en Gasmarkt
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
| From Belgium to Europe with Natura 2000 |
Met deze slogan wordt door ELO,
European Landowners Organisation, (onze
Europese koepelorganisatie), op 25 april
2006 een informatiecampagne over het
Natura 2000 Netwerk in België opgang
getrokken, gericht naar de sleutelfiguren op
het platteland. De campagne kan rekenen
op de steun van de Europese Commissie
en gebeurt in samenwerking met Union
Rurale en het Platform
Buitengebied.
Het doel is te informeren over
de diversiteit van de natuur en
de verschillende facetten van
het platteland in België. Het
grote publiek zal worden
gesensibiliseerd over het
belang van het Natura 2000
Netwerk en de centrale rol
van de plattelandsfactoren
voor het behoud van
Europa’s natuurlijk erfgoed.
Naast deze lanceeravond
en de mediacampagne wordt
er in het najaar ook een European Country
Fair georganiseerd op het kasteel domein
van Hex.
Natura 2000 is een ecologisch netwerk
op Europese schaal bedacht om ons rijk,
maar steeds kwetsbaar wordende natuurlijk
erfgoed te behouden. Volgens de
Europese wetgeving heeft België de plicht
om Natura 2000 gebieden aan te wijzen
voor 39 soorten en 59 habitattypen die
zich op haar grondgebied bevinden.
In Natura 2000 gaat het er niet om de
natuur onder een stolp te plaatsen maar te
erkennen dat de natuurwaarden integraal
deel uitmaken van ons levende platteland
en dat de plattelandsactiviteiten in de
Natura 2000 gebieden moeten behouden
en gepromoot worden op voorwaarde dat
ze de aanwezige soorten en habitattypen
niet aantasten.
In ons zomernummer van de Landeigenaar
in Vlaanderen komen we uitgebreid terug
op dit thema.
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
| Nieuwe Bosgroep in Oost-Vlaanderen |
Begin 2006 is de bosgroep midden
Oost-Vlaanderen als laatste Oost-
Vlaamse bosgroep van start
gegaan. Er is weinig bos in midden
Oost-Vlaanderen en het is enorm
versnipperd in vele kleine bosjes.
Langs de oevers van de Schelde en
de Dender vinden we wel grotere
populierenbossen.
De nieuwe bosgroepcoördinatrice
Maud Plouy is er helemaal klaar voor.
Eigenaars van de regio Midden Oost-
Vlaanderen kunnen vanaf nu ook
genieten van de voordelen die de
bosgroep te bieden heeft ! En de
bosgroep heeft een plaatsje op de
website gekregen.
Het werkingsgebied van de bosgroep
midden Oost-Vlaanderen omvat de
gemeenten Aalst, Berlare, Buggenhout,
De Pinte, Deinze, Dendermonde,
Destelbergen, Erpe-Mere, Gavere, Gent
(zuid), Hamme, Melle, Merelbeke, Kruibeke,
Laarne, Lebbeke, Lede, Nazareth,
Oosterzele, Sint-Lievens-Houtem, Sint-
Martens-Latem, Temse, Wetteren,
Wichelen, Zele en Zulte.
Meer info vindt u op de website
www.bosgroepen.be
U kan er ook een interessant
verslag lezen
over de houtveiling te
Arnhem waar uitzonderlijk
boomstammen
te koop worden aangeboden
en vaak
hoge prijzen halen
(http://www.houtrijk.nl/houtrijk/
homepage/).
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
|