Landelijk Vlaanderen

Vereniging van Bos-, Land-, en Natuureigenaars v.z.w.






















Home > Landeigenaar > LE Nr 30


Inhoud
Woord van de voorzitter
Grondenbank
Mestdecreet
Afbakening land, bos, natuur
Natuurrichtplan
Prijs Leefmilieu SBNL
LV op het terrein
Erkenning bosexploitant
175 miljoen ha PEFC bos
Woord van de voorzitter
Genietend van de kalmte van de eerste winterdagen in het landelijke Vlaanderen wil ik U en uw dierbaren mijn beste wensen overmaken voor het nieuwe jaar. Met nieuwe moed en goede intenties zijn we klaar om de uitdagingen aan te gaan.

Na enkele jaren van grote decretale initiatieven, zijn er nu plannen voor verfijning van instrumenten en aanpassingen van decreten. Telkens moet onze vereniging hiervan de gevolgen bestuderen en inschatten, een standpunt bepalen en eventueel reageren. Ook moet zij, zo goed als mogelijk, de leden informeren en hen de mogelijkheid bieden op tijd te reageren. In deze taak schieten we soms nog tekort, des te meer omdat wij merken dat bepaalde dossiers onbekend blijven of verkeerd worden beoordeeld.

Onder druk van de Europese Commissie, moet het Mestdecreet aangepast worden en waarschijnlijk wordt gans Vlaanderen als kwetsbaar gebied aangeduid, wat een veel strakkere politiek betekent. In deze context wensen wij ook dat de nulbemestingzones worden afgeschaft.

Twee belangrijke decreten zijn in voorbereiding. De grondenbank en de harmonisatie van de voorkooprechten. Het decreet betreffende het voorkooprecht beoogt een vereenvoudiging van de verschillende voorkooprechten, vnl. naar procedure. De grondenbank wordt een instrument om aan de overheid o.a. de mogelijkheid te geven grondruiloperaties te doen. Vooral in het kader van de economische beveiliging van de landbouwfunctie, gezien de beperkingen opgelegd door verschillende decreten (natuurdecreet, waterdecreet....). Het gaat telkens over rechten die aan de overheid worden gegeven om tussen te komen in de marktmecanismen. Deze decreten zullen ook invloed hebben op de relatie tussen de overheid, de landbouwer/pachter en de eigenaar. De mondialisatie van de landbouw veroorzaakt belangrijke verschuivingen in deze economische sector en er wordt op alle niveauís naar nieuwe evenwichten gezocht. De verschillende (lobbyís van) actoren oefenen druk uit. De landeigenaar, die soepel moet inspelen, wordt echter al te vaak vergeten in het debat, of blijft verscholen achter de ìlandbouwerî. Op deze twee decreten komen wij in de toekomst zeker terugÖ

De recente discussies over de Europese begroting, gekoppeld aan de laatstse beslissingen in Hong Kong over de (wereld)handel van landbouwprodukten, blijken voor ons Gewest gevolgen te hebben op de financiering van de plattelandsontwikkeling. De Vlaamse Regering verwacht(te) veel van een vernieuwde plattelandspolitiek, maar welke zal nog hun financiÎle slagkracht zijn? En wat ook met de gelden voor Natura 2000? Hierop hebben wij vandaag geen duidelijk zicht. Dit toont de afstand tussen een gewenste en opgelegde politiek enerzijds,en de (niet meer) beschikbare middelen anderzijds.

Over Natura 2000 : herinneren wij u eraan dat momenteel de eerste projecten tot opmaken van Natuurrichtplannen begonnen zijn in zes regioís in Vlaanderen. Decretaal krijgen de eigenaars weinig plaats in deze procedure, en zelfs geen enkele in de stuurgroep die dan de beslissing (unaniem) moet nemen! En het gaat specifiek over de terreinen van sommige eigenaars waar men zal bepalen wat mag en niet mag in het kader van het natuurbehoud, natuurontwikkeling in functie van Natura 2000 met SBZ-V en SBS-H (speciale beschermingszone vogel en speciale beschermingszone habitat), VEN of voor andere groene-, park- en bosgebieden. De overheid beseft nu dat de eigenaars toch moeten betrokken worden en Landelijk Vlaanderen wordt aangesproken om hen naar de overlegtafel te brengen.
Wij merken dat het niet gemakkelijk is om ten eerste de eigenaars in deze gebieden te vinden, en ten tweede hen te motiveren deel te nemen aan het overleg. Ik herinner u graag nog even aan wat ik schreef in het vorig edito. Wij klagen graag als onze eigendommen worden afgebakend in een bepaald systeem, maar als wij dan de kans krijgen om mede te beslissen, moeten wij dan ook aanwezig zijn.
Na de zes testprojecten zal een evaluatie van de natuurrichtplannen en eventuele aanpassingen komen. In principe komt elke regio van Vlaanderen aan de beurt. De eigenaars moeten zich hierop voorbereiden. We roepen u dan ook op om u nu reeds aan te melden op het secretariaat van Landelijk Vlaanderen, en om deel te nemen aan het overleg in uw streek. Ik raad u aan het artikel in dit nummer grondig te lezen, u vindt er alle info.

Terzelfdertijd loopt ook het afbakeningsproces van landbouw, natuur en bos in het kader van de Ruimtelijke Ordening. Voor deze zachte functies worden de Gewestplannen aangepast en omgezet in Ruimtelijke Uitvoeringsplannen, RUP. De procedure is ver gevorderd voor de Kust en Haspengouw, is aan de gang in het Meetjesland, Hageland en Neteland en start in andere regioís. U leest er meer over in dit nummer. Ook hiervoor zoeken wij vrijwilligers die ons per regio willen helpen om dit op te volgen, de leden te informeren en samen te brengen of Landelijk Vlaanderen te vertegenwoordigen op de verschillende overlegronden. Gelieve ons ook hiervoor te contacteren. Deze twee dossiers tonen aan in hoever een gedecentraliseerde werking noodzakelijk is.

U hebt in onze brieven voor lidmaatschap kunnen zien dat onze banden met KBBM geleidelijk aan duidelijker worden. Doel is om het lidmaatschap vanuit de vleugels te innen. Iedereen wordt dan principieel lid, van zowel KBBM, als van LV. Vanaf nu zal elk dan ook de twee ledenbladen krijgen, zodat de informatiedoorstroming gewaarborgd blijft en een coherentere communicatie mogelijk wordt.

Nog een laatste oproep: graag zouden wij onze website opnieuw operationeel maken en verder uitbouwen. Indien iemand bereid is ons daarin te helpen, zodat wij sneller en directer onze leden kunnen bereiken. We zouden u hiervoor zeer dankbaar zijn.

Dit zijn enkele van de talrijke dossiers die wij dit jaar wensen te volgen. Er is nog veel werk aan de winkel. De globale visie van onze vereniging vindt U als bijlage bij dit nummer. Gebruik deze visietekst. Laten we afspreken dat elk van u dit jaar nog minstens ÈÈn nieuw lid aanbrengt. Het zal onze basis enorm versterken.

Een belangenvereniging kan niet zonder de bereidwillige medewerking van vrijwilligers. Mijn oproep in het vorig edito heeft reeds verschillende mensen aangesproken. Zonder volledig te zijn, wens ik toch reeds enkele mensen te danken voor hun inzet : Patrick Vienne en Guy Van Wallegem (natuurrichtplan Hoppeland - Ieper), Leopold Janssens (afbakeningsproces Brugge-Meetjesland), Alec van Havre (juridisch raadgever o.a. natuurrichtplannen), onze provinciale verantwoordelijken, Bernard Boes (West Vlaanderen), Thierry de Grunne (Limburg). Wij zoeken nog een verantwoordelijke voor Vlaams Brabant, Antwerpen en Oost Vlaanderen. Ik ben er zeker van dat vele van onze leden, al was het maar tijdelijk, wensen mee te werken aan diverse dossiers. Aarzel niet om ons te contacteren.

Graag richt ik ook een oproep tot de wildbeheereenheden en de leden van de bosgroepen om tot een nauwere samenwerking te komen.

U kan steeds terecht bij onze permanente ploeg te Brussel, met Tom en Liliane, voor de dagelijkse dossiers. Onze Secretaris Generaal, Bertrand de Lophem zorgt voor de algemene coˆrdinatie.

Ik hoop u binnenkort te mogen begroeten en dank u nu reeds voor uw inzet Philippe Casier
Voorzitter

Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
Grondenbank

Op voorstel van Kris PEETERS, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, keurde de Vlaamse Regering het voorontwerp van decreet betreffende het oprichten van de Vlaamse grondenbank principieel goed.

Met de Vlaamse grondenbank wil de Vlaamse Regering grondeigenaars en landbouwers, die omwille van grote infrastructuurwerken of andere overheidsprojecten hun eigendom dreigen te verliezen, de mogelijkheid bieden om hun bedreigde gronden uit te ruilen. Ook bij een bosuitbreiding of inrichting van een landbouwgebied kan de grondenbank ingezet worden.

Via ruil van zowel grondgebruik als grondeigendom, kan de grondenbank zo oplossingen aanreiken aan gebruikers en eigenaars die omwille van een overheidsproject geconfronteerd worden met grondverlies of met bijkomende beperkingen op hun gronden.

De grondenbank kan eveneens ingezet worden in het kader van natuurinrichting en landinrichtingsprojecten.

De doelstellingen van de grondenbank gaan evenwel nog verder dan louter het uitruilen van gronden. Met de Vlaamse grondenbank is er ÈÈn aanspreekpunt waar iedereen terecht kan voor informatie over de bestaande rechten van voorkoop en de koopplichten van de overheid.

Door middel van de Vlaamse Grondenbank zullen zowel eigenaars als gebruikers van gronden voortaan kunnen kiezen om hun bedreigde gronden te ruilen in plaats van te worden onteigend.

Toch reeds enkele bedenkingen : Vooraleer de overheid gronden kan ruilen zal ze eerst de gronden moeten aankopen, en dit op een markt dit nu reeds gebukt gaat onder een massa wettelijke bepalingen, onder meer het voorkooprecht. Uit een eerste lezing blijkt ook dat de overheid zich aan de pachtwetgeving zou kunnen onttrekken.

Centrale Geografische Databank
Naast de oprichting van de Vlaamse grondenbank wordt eveneens voorzien in de oprichting en optimalisatie van het Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen (AGIV). Door het AGIV wordt een centraal informatiesysteem uitgebouwd dat zowel administratieve (onder meer adres, kadastraal perceelsnummer) als thematische informatie (onder andere recht van voorkoop, wettelijke beschermingen, bodemgebruik) over onroerende goederen, gelegen in het Vlaamse Gewest of toebehorend aan een administratieve overheid van het Vlaamse Gewest, centraal bundelt. Instanties, waaronder de Vlaamse grondenbank, kunnen dan op deze gecentraliseerde databank beroep doen voor het verschaffen van grondgebonden informatie.
Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
Mest : Vlaanderen volledig kwetsbaar gebied
De feiten
Landelijk Vlaanderen is niet verbaasd dat de Europese Commissie Vlaanderen verplicht het Vlaamse Gewest volledig aan te duiden als kwetsbaar gebied. Reeds sinds de oprichting van de Vlaamse Landeigendom (VLE) in 1993 hebben we geargumenteerd dat dit de beste oplossing is, ook voor de landbouwers, om te voldoen aan de Nitraatrichtlijn. Om de verrijking van het oppervlakte- en grondwater door fosfaten en nitraten tegen te gaan werkte de Vlaamse Regering het Mestdecreet uit. Doel was om gefaseerd de bemestingnormen aan te scherpen en overgangsmaatregelen te voorzien. Maar...

Vlaanderen had echter de kwetsbare gebieden aangeduid op basis van een planologische indeling, nl de groene bestemmingen op het gewestplan. Wij hebben er steeds op gewezen dat de aanduiding diende te gebeuren op grond van het gebruik en op basis van wetenschappelijke argumenten. Het Europese antwoord hierop was duidelijk en onderstreept ons standpunt : 'De Vlaamse Regering dient de aanduiding van kwetsbare gebieden te doen op basis van het intensieve landbouwgebruik, en niet op basis van het natuurlijke karakter van deze grond op basis van groene bestemmingszones'. De Vlaamse Regering koppelt aan de kwetsbare gebieden ook automatisch de strengste norm, nl. de nulbemesting of 2 grootvee-eenheden op grasland. Aldus ontstaat er een grote discrepantie en discriminatie op het terrein. Gelegen in groengebied, dus kwetsbaar, kan u niets meer, en uw buur kan rustig verder exploiteren. Europa heeft nooit een dergelijke strenge norm als een verplichting geÎist, maar stelt scherpe normen voor met betrekking tot het gebruik van meststoffen in kwetsbare gebieden. Door onmiddellijk de strengste normen te voorzien in Vlaanderen, is er geen enkele stimulans meer, noch verantwoording ten opzichte van de gebruiker om hem aan te zetten tot het nemen van maatregelen die het leefmilieu bevorderen. Derhalve is geen beheersovereenkomst mogelijk. De exploitatie van de gronden is nihil en een compensatie of vergoeding is onbestaande of nihil : het komt eigenlijk neer op een de facto onteigening !
De vergoeding natuur is zeker niet voldoende. Trouwens gronden die in 1996 niet werden aangegeven komen al niet in aanmerking . De beheersovereenkomsten lopen slechts over een periode van 5 jaar, de nulbemesting voor altijd.

Veroordeling

Landelijk Vlaanderen was dan ook niet verrast dat het Hof van Justitie op 22 september 2005 de lidstaat BelgiÎ opnieuw veroordeelde en stelde dat de aanduiding van kwetsbare gebieden in Vlaanderen onjuist en onvolledig gebeurde. De Europese Commissie verplicht nu de Vlaamse Regering om Vlaanderen volledig als kwetsbaar gebied aan te duiden met een veralgemeende verscherpte normering. Dit had eigenlijk reeds moeten gebeuren bij het eerste MAP. Bij toepassing van een veralgemeende strenge bemestingsnorm is de nulbemesting op de cultuurgronden gelegen in bosgebieden, natuurgebieden, natuurontwikkelingsgebieden of natuurreservaten dan ook volstrekt overbodig. In gans Vlaanderen zal immers een verscherpte normering van toepassing zijn. In deze optiek dient de nulbemestingsregel als optioneel instrument naar voor geschoven te worden. Een volledige afbakening van Vlaanderen als kwetsbaar gebied biedt tevens de mogelijkheid om aan de Europese Commissie een derogatie aan te vragen. In het verleden werd dit verzoek steeds afgewezen omdat de aanduiding niet afdoende was.

De nieuwe regeling zorgt voor een rechtvaardigere verdeling van de milieubelasting en creÎert een groter maatschappelijk draagvlak. Het maakt bovendien het behoud mogelijk van een gedifferentieerd gebruik in de betrokken zones kwetsbare natuur, water.

Nieuw voorstel

Landelijk Vlaanderen heeft steeds gepleit om Vlaanderen volledig aan te duiden als kwetsbaar gebied. De huidige regeling was een onaanvaardbare aantasting van het eigendomsrecht en een aanfluiting van het proportionaliteitsbeginsel : de maatregel van de nulbemesting, stond niet meer in verhouding tot de individueel te dragen last.
De nieuwe regeling zal het mogelijk maken om de nulbemesting niet te verplichten, maar als optioneel systeem aan te bieden. Het Europees OriÎntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw voorziet in steun voor plattelandsontwikkeling. Het is mogelijk om beheersovereenkomsten af te sluiten en compensaties te krijgen indien men dient te voldoen aan de milieueisen in gebieden met specifieke beperkingen op het milieugebied. Landbouwers kunnen volgens deze verordening ook financiÎle compensaties krijgen voor kosten in inkomensverliezen. Het optionele regime laat aldus het gebruik toe van beheersovereenkomsten om de verliezen te compenseren.

Deze nieuwe benadering van de nulbemesting kadert beter binnen de opvatting dat het nieuwe mestdecreet gebaseerd moet worden op het principe van de ìzelfregulerende mestafzetî, en een grotere verantwoordelijkheid aan de landbouwer moet gegeven worden, dat het nieuwe mestbeleid in zijn algemeenheid flexibeler en dynamischer moet zijn, en kadert binnen de theorie van de ìminder restrictieve alternatieve oplossingî zoals uitgewerkt in de rechtspraak van het Europees Hof.

Landelijk Vlaanderen heeft aan de bevoegde minister Kris Peeters een nieuw tekstvoorstel gedaan voor artikel 15ter van het Mestdecreet waarin voor de nulbemesting KAN gekozen worden, maar niet verplicht is in de kwetsbare gebieden.

Tijdens verschillende onderhouden met de bevoegde kabinetsmedewerkers werden onze argumenten ter zake toegelicht en werd ons de verzekering gegeven dat deze ernstig worden genomen.
Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
Ruimtelijke visie voor Landbouw, Natuur en Bos in uw regio.
Zoals reeds werd gemeld op onze Algemene Vergadering op 10 mei 2005, en u kon lezen in de vorige nummers van de Landeigenaar in Vlaanderen, werkt de Administratie voor Ruimtelijke Ordening en Milieu (AROHM) aan de afbakening van de agrarische en natuurlijke structuur. Het gaat over een nieuwe afweging tussen landbouw, natuur en bos, dus uitsluitend over het ìbuitengebiedî . Deze afbakening gebeurt ten voordele van uitbreiding van bos, natuur, park en recreatie, duidelijk ten laste van landbouw en dit in het kader van het nieuwe Ruimtelijke Structuurplan Vlaanderen.

AROHM zal dan de gewenste ruimtelijke structuur en de programmaís voor uitvoering (ì per deelgebiedî) voorleggen aan de Vlaamse Regering, om als basis gebruikt te worden voor de concrete invulling van ìGewestelijke Ruimtelijke Uitvoeringsplannenî (RUP) en Natuurrichtplannen (NRP).

Voor deze visievorming, werd Vlaanderen ingedeeld in 15 ìdeelgebiedenî of regioís, die elk aan consultatie-rondes voor de visie-opbouw worden onderworpen. Het studiebureau CIBE werd hiervoor ingeschakeld.

De regio's ìVeldgebied Brugge- Meetjeslandî, "Neteland" en "Hageland" zijn nu volop aan de beurt.

Na de bekendmaking van een verkenningsnota in juni 2005 werd aan de actoren schriftelijk advies gevraagd. Rekening gehouden met deze adviezen, werd in december 2005 het verslag programma voor Uitvoering en Onderzoek voorgesteld.

Programma ìUitvoeringî en ìOnderzoekî
Ondertussen keurde de Vlaamse Regering in juni 2005 de methodiek goed voor het eerst aanduiden van de te herbevestigen agrarische gebieden. Dit betekent dat het huidig gewestplan voor deze bepaalde gebieden, op kaart afgebakend, ongewijzigd blijven en zo zal een voorstel aan de Vlaamse Regering, zonder verdere discussie gedistilleerd worden (gebieden voor ìUitvoeringî). De andere gebieden worden dan onderworpen aan verder ìOnderzoekî en dus voor uitvoering later.

Inhoud van de studie per deelgebied :
Ieder deelgebied wordt opgedeeld in ìdeelruimtesî en vervolgens nog verfijnd naar ìprogrammagebiedenî, met voor elk de aanduiding als horende tot het programma ìUitvoeringî of tot het programma ìOnderzoekî en telkens met voorstelkaarten. Voor elk programmagebied wordt een ruimte balans 1994/2005 landbouw/bos/ groen/Ö) weergegeven, alsook de ìinhoudelijke elementen van de visieî. In bijlage bij elke studie zit ook de verwerking van de tot nu toe ontvangen adviezen over de verkenningsnota (proces, methodiek, vorm, inhoud)

Stand van het programma ìuitvoeringî
Nemen we als voorbeeld het deelgebied Veldgebied Brugge - Meetjesland dan werden op de 53 ìgebiedenî er 23 op de voorstellijst ìte herbevestigen agrarische gebiedenî ondergebracht (dus voorstel tot ongewijzigd gewestplan). Dit is goed voor 53 284 ha landbouwgrond (67%), op de 79 307 ha landbouwgrond van de beschouwde regio. Voor deze gebieden volgt nu een formele adviesvraag en bilateraal overleg over de kaart en dit tot 1 april 2006. Daarna komt de besluitvorming van de Vlaamse Regering.

Voor deze gebieden in ìonderzoekî, is er vooruitzicht van een bilateraal overleg voorzien in februari-maart: bespreking van de algemene principes met belangengroepen.

ìLandelijk Vlaanderenî was en zal verder op deze voorstellingen en consultatierondes aanwezig zijn. Nu begint het concreet werk van belang voor de eigenaars en het is nodig, specifiek met de leden uit de betrokken deelruimtes, informaties uit te wisselen.

Ons lid, de heer, LÈopold Janssens de Bisthoven, heeft aanvaard om de coordinatie en het contact met de leden van de betrokken regio Veldgebied Brugge- Meetjesland, op zich te nemen. En de heer Eric de Neeff zal deze taak waarnemen voor Regio Hageland.

De Regio îKust-Polders-Westhoekî en Regio Haspengouw-Voeren werden reeds onderworpen aan deze procedure. Nu komt daar concreet de eerste beslissing zijnde de bepaling van de zones voor uitvoering en het programma voor het onderzoek van de andere zones bij (waarvoor dan ook verder overleg zal plaatshebben).

Ook voor de overige regio's die in de loop van 2006 zullen worden opgestart wenst Landelijk Vlaanderen aanwezig te zijn bij het overleg. We willen onze leden dan ook oproepen om actief deel te nemen aan dit overleg. U kent het best de lokale situatie. We zouden het zeer op prijs stellen indien u in naam van Landelijk Vlaanderen reeds de lokale situatie in uw streek even zou kunnen bestuderen en natrekken. Neem contact op met uw lokale vertegenwoordiger of met ons secretariaat als u in een ander deelgebieden woont.

Uw mening als landeigenaar, en zakelijke rechthouder, is van cruciaal belang om de eventuele toekomstige gebruiksrechten van uw eigendom te kunnen vrijwaren.

Landelijk Vlaanderen probeert per gebied infovergaderingen te beleggen met de eigenaars, om te informeren en u de mogelijkheid te bieden uw mening kenbaar te maken.

Alle rapporten en kaarten kan u vinden op de officiÎle website : www.ruimtelijkeordening. be en dan doorklikken op planningsprocessen, dan buitengebied, en vervolgens planningsproces land, bos, natuur. U kan dan de reeds actieve deelregio's aanklikken.

Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
Het Natuurrichtplan. Een lerend proces en overleg noodzakelijk
Op 11 mei 2003 stapten in Gent meer dan 20.000 mensen met een hart voor het platteland mee in de grootste betoging ooit in Vlaanderen georganiseerd door de plattelandsbeweging. Het moest en het zou gedaan zijn met die overdreven regelneverij, die betutteling, al de beperkingen en tegenstrijdigheden. De plattelandsbewoner, maar ook jager, visser, ruiter, boer en landeigenaar raakten ontmoedigd : gedegradeerd tot uitvoerders van een opgelegd beleid. Het platteland dreigde zijn kloppend hart te verliezen....

We zijn ruim twee jaar verder... en de tijden zijn veranderd. De nieuwe Vlaamse regering trok van wal met de slogan 'Vertrouwen geven, verantwoordelijkheid nemen'. De eerste tekenen van verandering kon men al lezen in de beleidsnota van minister Kris Peeters : "De in het decreet natuurbehoud vooropgestelde natuurrichtplannen worden opgemaakt in overleg met de betrokkenen en gericht op samenwerking en maatwerk. Hierbij treedt de overheid op als meewerkende en " lerende" organisatie, veeleer dan als regulator. Rechtszekerheid van de gebruiker geldt als een belangrijke waarde. Waar passend wordt de prioriteit gelegd bij de Europese beschermingszones".

Procedure
Wettelijk dient een bepaalde procedure te worden gevolgd om een natuurrichtplan op te maken. Het natuurrichtplan wordt opgemaakt door een plangroep van Vlaamse ambtenaren. De coˆrdinatie is in handen van afdeling Natuur. De voorstellen die de plangroep uitwerkt worden voorgelegd aan een stuurgroep, samengesteld uit plaatselijke overheden en vertegenwoordigers van lokale gebruikers en eigenaars. Binnen de stuurgroep wordt de discussie gevoerd over de gebiedsvisie en de vertaling daarvan in maatregelen. Vooraleer het ontwerpnatuurrichtplan naar de minister gaat, geeft de stuurgroep.

Het plan wordt tevens onderworpen aan een openbaar onderzoek en ten slotte definitief goedgekeurd. Indien er echter geen consensus is bereikt in de stuurgroep, dan dienen de ministers bevoegd voor Ruimtelijke Ordening en Leefmilieu, de knoop door te hakken.
De samenstelling van de stuurgroep is wettelijk vastgelegd. De landeigenaars zijn officieel echter niet opgenomen in de stuurgroep. De boseigenaar kan op voordracht van de bosgroep wel iemand afvaardigen. Maar de geest van de beleidsnota indachtig, nl. het opmaken van een natuurrichtplan een lerend proces dient te zijn, heeft de afdeling Natuur niet geaarzeld om ook bilateraal overleg op te starten met o.a. Landelijk Vlaanderen, de koepel van jeugdverenigingen en de recreatiesector.

Waar, wat, hoe,...?

Een natuurrichtplan wordt opgemaakt voor alle gronden gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk, de natuurverbindingsgebieden, de groen-, park-, buffer- en bosgebieden en de vogel- en habitatrichtlijngebieden (SBZ). Voor de overheid zijn de maatregelen altijd bindend. Voor de particulier zijn de maatregelen hoofdzakelijk stimulerend, maar kunnen bindend zijn in het VEN, SBZ en de groen- en bosgebieden.

Het Natuurrichtplan is een plan dat aangeeft wat op vlak van natuurbehoud voor een specifiek gebied wordt beoogd en waarin de instrumenten en maatregelen zijn opgenomen die al dan niet projectmatig verlopen, om de beoogde doelstellingen op het vlak van het natuurbehoud te realiseren. Opvallende vernieuwing in de communicatie van de afdeling Natuur : "Het plan komt tot stand en wordt uitgevoerd met de medewerking van eigenaars en grondgebruikers."

De verantwoordelijken voor de natuurrichtplannen van de afdeling Natuur hebben reeds voor diverse groepen eind 2005 voordrachten gehouden, zo ondermeer voor het Platform Buitengebied en ook voor de landeigenaars in het proefgebied Hoppeland te Ieper.

Inmiddels zijn als leerproces de eerste proefprojecten voor het opmaken van een natuurrichtplan opgestart. Het betreft volgenden gebieden :
1. Duinen van de Middenkust tussen Oostende en Blankenberge;
2. Hoppenland van Poperinge en de Zuidelijke Ijzervlakte;
3. Dendervallei tussen de gewestgrens en Ninove, evenals het Raspailleboscomplex en Geitebos;
4. Heuvelrug-benedenstrooms;
5. Demervallei tussen Diest en Aarschot;
6. Hoge Kempen.
De natuurrichtplannen boezemen immers veel angst en onzekerheid in : de plannen zouden alles willen verbieden en aan banden leggen. Tijdens de eerste overlegvergaderingen stelden we echter toch een onverwachte openheid vast bij de afdeling Natuur. Vanuit hun visie is het de bedoeling net meer rechtszekerheid te bieden aan de eigenaars en gebruikers. Waar mogelijk, de wetgeving te gaan vereenvoudigen en indien beperkingen zich opdringen (moeten steeds in consensus worden goedgekeurd) dan zal en moet ook een passende vergoeding en/of begeleidende maatregelen worden voorzien.

Alhoewel niet officieel vertegenwoordigd rond de onderhandelingstafel wil Landelijk Vlaanderen toch actief deelnemen in dit lerende overlegproces. In nauwe samenwerking met de projectverantwoordelijken en de afdeling Natuur hebben we een bilateraal overleg opgestart zodat we over net dezelfde informatie beschikken als de officiÎle leden van de stuurgroep. Voor alle info kan u vanzelfsprekend terecht op ons secretariaat, maar ook op de website van de afdeling Natuur HYPERLINK "http://www. mina.be/natuurrichtplan.html" www.mina.be/ natuurrichtplan.html of tel 02 553 78 85
Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
InBev Prijs voor het Leefmilieu 2005. Prijsuitreiking te Bolderberg
De Stichting Behoud Natuur en Leefmilieu had het genoegen om Z.K.H. Prins Laurent te mogen begroeten op de wandeling door het vijvergebied Midden-Limburg. Het project van de v.z.w. Ontwikkeling Vijvergebied Midden-Limburg is de laureaat 2005 van de prestigieuze InBev Prijs voor het Leefmilieu. Meer dan honderd aanwezigen konden onder begeleiding van enkele bestuursleden kennis maken met de pracht van het gebiedÖ De inzet en samenwerking van alle actoren, private landeigenaars, vissers, jagers, recreanten, Ö vormen de waarborg dat deze terreinen ook een duurzame toekomst tegemoet gaan. Landelijk Vlaanderen hielp bij de organisatie en neemt het secretariaat waar van de Stichting. De heer E. Kesteloot, voorzitter van SBNL overhandigt de Inbev Prijs voor het Leefmilieu 2005 aan de heer E. Smeets, voorzitter OVML.

Het verslag van de jury was unaniem :
De toetsing van de ingediende projecten aan de criteria die de Stichting Behoud Natuur en Leefmilieu vooropstelt heeft de jury er toe gebracht de 2de prijs toe te kennen aan het project Plan ooievaar Daknamse Meersen ingediend door de vzw Natuurpunt. De Hoofdprijs van 7500 ?, Inbevprijs voor het leefmilieu 2005, werd toegekend aan het project Ontwikkeling Vijvergebied Midden-Limburg en de twee deelprojecten, nl. het ëSneppenkotí in het landgoed Terlamen en de aanleg van rietkragen ter bevordering van de biotoop voor de Roerdomp in het domein Kolberg. Het gaat hier bij uitstek om belangrijke materiÎle en financiÎle inspanningen van private personen waarbij het terreinbeheer gericht is op natuurbeheer en duurzaam gebruik; dat enkele stichters van de vzw fervente ornithologen zijn zal hier wel niet vreemd aan zijn. Er zijn op het terrein reeds concrete realisaties te bewonderen. Beide deelprojecten hebben een hoge voorbeeldfunctie en het gebied wordt, in samenwerking met de plaatselijk actieve natuurvereniging ontsloten voor wandelaars; InBev Prijs voor het Leefmilieu 2005 Prijsuitreiking te Bolderberg De Stichting Behoud Natuur en Leefmilieu had het genoegen om Z.K.H. Prins Laurent te mogen begroeten op de wandeling door het vijvergebied Midden-Limburg. Het project van de v.z.w. Ontwikkeling Vijvergebied Midden-Limburg is de laureaat 2005 van de prestigieuze InBev Prijs voor het Leefmilieu. Meer dan honderd aanwezigen konden onder begeleiding van enkele bestuursleden kennis maken met de pracht van het gebiedÖ De inzet en samenwerking van alle actoren, private landeigenaars, vissers, jagers, recreanten, Ö vormen de waarborg dat deze terreinen ook een duurzame toekomst tegemoet gaan. Landelijk Vlaanderen hielp bij de organisatie en neemt het secretariaat waar van de Stichting. De heer E. Kesteloot, voorzitter van SBNL overhandigt de Inbev Prijs voor het Leefmilieu 2005 aan de heer E. Smeets, voorzitter OVML.
Situering
Het vijvergebied Midden-Limburg is het grootste vijvergebied in BelgiÎ met een wateroppervlakte van ruim 4000 ha. De vzw Ontwikkeling Vijvergebied Midden- Limburg (ca. 2500 ha) beheert een gebied gekenmerkt door uitgestrekte bossen, zowel dennen- als loofbossen, en verspreide landbouwgebieden vaak met landschappelijk waardevol karakter. Hier zijn enkele historische landgoederen bewaard gebleven, in het bijzonder de domeinen van Vogelsanck, Terlaemen, Kolberg en Galgenberg-Tegenschuer. Zij strekken zich uit over het grondgebied van de gemeenten Hasselt, Zonhoven en Heusden-Zolder. Het grootste deel is afgelijnd als VENgebied en onderworpen aan de Europese voorschriften als Habitat- en Vogelrichtlijngebied. Het is een ìankerplaatsî voor een diversiteit aan fauna en flora.

Oorsprong van de vzw OVML

In dit unieke gebied gaan bewoning, landbouw en viskweek, recreatie en natuurbeheer sinds mensenheugenis hand in hand. In 2002 besloten enkele grondeigenaars zich te verenigen. Hun eigendommen maken immers meer dan 1000 ha uit van het Vijvercomplex. De uitgebreide regelgeving en de ìbetuttelingî van het Buitengebied door de Overheid was een directe stimulans om een vzw als een voor het gebied representatief gespreksorgaan te ontwikkelen. De leefbaarheid en het duurzame karakter van de streek kwam door gebrek aan inspraak en overleg in het gedrang terwijl in hun privaat beleid het natuurbehoud en het bewaren van het duurzame karakter voor eigenaars/beheerders en gebruikers altijd al van primordiaal belang is geweest. Een samengaan van natuurbehoud met menselijke economische en recreatieve activiteit moet realiseerbaar zijn in een duurzaam beheer rondom vooropgestelde doelstellingen. Door de oprichting ervan ontstond in ons land voor het eerst een vereniging die de verschillende gebruikers van een uniek en waardevol natuurgebied verenigt rondom dezelfde doelstellingen. De vereniging heeft tot doel bestaande initiatieven en activiteiten in het gebied te behouden en nieuwe initiatieven te ontwikkelen met verdediging van het eigendomsrecht, de vrijheid van beheer en het private initiatief. Op die manier wenst de vzw een alternatieve gesprekspartner te zijn voor alle externe beleidsorganen en in overleg te streven naar een haalbaar plan voor zowel duurzaam natuurbeheer als voor socioeconomische ontwikkeling van de streek die ook het Vijvercomplex omvat.
Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
Landelijk Vlaanderen op het terrein
Onze najaarsexcursies hadden enorm veel bijval. Over de populierexcursie eind september 2005 kon u reeds alles lezen in de vorige Landeigenaar. Op 7 oktober 2005 waren we te gast bij Sibelco, te Mol, met als thema "Van ontginning naar natuurherstel". Op 21 oktober 2005 verwelkomde de familie Ph. d'Ursel ons voor een bezoek aan het landgoed Gruuthuyse te Oostkamp. Voor onze nieuwe voorzitter Philippe Casier was het telkens een gelegenheid om nader kennis te maken met de leden en om nog eens de kernpunten van de toekomstvisie van Landelijk Vlaanderen toe te lichten.
Visie Landelijk Vlaanderen De excursies waren de ideale gelegenheid om op het terrein met de leden in discussie te treden en te horen met welke problemen ze geconfronteerd worden. Het bood onze voorzitter, Philippe Casier, eveneens de mogelijkheid de koers, die hij met Landelijk Vlaanderen (LV) wenst te varen, nader toe te lichten. We willen hier nog eens kort deze krachtlijnen weergeven. Landelijk Vlaanderen komt op voor de private-eigenaars en de titularissen van de zakelijke rechten op het platteland. Hierdoor nemen ze een bijzondere plaats in ten opzichte van de andere actoren in het buitengebied.
De leden ontplooien initiatieven : Ze investeren in land en gebouwen op basis van eigen expertise, ervaring, kennis en adviezen, met een hoge persoonlijke inbreng en betrokkenheid. Hierdoor dragen ze bij tot de ontwikkeling en de verscheidenheid van een evenwichtig platteland.
Het actieterrein is multidisciplinair en vergt een horizontale aanpak van het beleid rond bos, landbouw, natuur, leefmilieu, water, landgoederen, parken, jacht, recreatie, ruimtelijke ordening, landschap, monumenten, en andere beleidsdomeinen. Het vereist een brede kennis van alle verschillende actoren en elementen van het plattelandsbeleid.
Eeuwenoude tradities en persoonlijke betrokkenheid van de landeigenaar hebben het platteland continue getekend en opgebouwd. Het vormt de basis en het bewijs dat hun duurzaam beheer bijdraagt tot een dynamisch en waardevol platteland.

Eigenaars zijn terecht trots en fier op hun werk. Ze streven naar een voortdurende verbetering van het beheer en het waardebehoud van hun goederen. Waardoor een belangrijke maatschappelijke meerwaarde ontstaat. Hun ondernemerschap en hun sociale verantwoordelijkheidszin zorgen nog steeds voor een duurzame productie van voedsel, het behoud van cultureel erfgoed, waardevolle landschappen en het behoud van biodiversiteit en natuurwaarden.

Respect, aangepaste reglementering en financiÎle vergoedingen zijn aangewezen om de niet-economische functies van het landbeheer te ondersteunen. Een gezonde economische functie blijft immers essentieel. Aanvaardbare vergoedingen moeten de eigenaars stimuleren om te blijven investeren in hun erfgoed. In het buitengebied is er plaats voor de landbouwer, de jager, de visser, en ook de natuurverenigingen, en zelfs de boseigenaars Doch de landeigenaar wordt over het hoofd gezien ondanks zijn centrale rol. Dit is het gevolg van de versnippering of het gebrek aan actie. Zo bv. in het overleg bij afbakeningprocessen, regionale landschappen, natuurrichtplannen - allemaal regelgevingen die ingrijpen op het beheer van de eigendom - zijn de landeigenaars zelfs niet uitgenodigd. De basisdoelstelling van Landelijk Vlaanderen moet nu worden : ìsamenwerking van de eigenaars onderlingî en ìsamenwerking van de landeigenaars met de overheid en de andere actorenî
Steunend op een brede ledenbasis en op een exclusieve dossierkennis, wil Landelijk Vlaanderen de positieve en noodzakelijke gesprekspartner zijn voor al wie de toekomst van het buitengebied in Vlaanderen ter harte neemt.

Van ontginning tot natuurherstel
De naam Sibelco doet wellicht bij weinig mensen een belletje rinkelen. Belgen zijn maar al te bescheiden, nochtans is Sibelco, met bedrijfszetel te Mol, de wereldleider in zand- en mineralenontginning. Niet het zand dat je vindt in de doe-het-zelf-handel, maar hoog kwalitatief zand voor ondermeer de glasindustrie. Wie de streek van Mol, Dessel, Lommel een beetje kent, weet dat het gebied zeer waterrijk is (het zilvermeer te Mol). Al deze putten zijn ontstaan door de ontginning door Silbelco van het witte Molse zand in de ondergrond. De gebroeders Emsens startten bescheiden, en zijn het ook steeds gebleven, maar bouwden in de afgelopen halve eeuw een wereldgroep uit. Vandaag ontginnen ze in bijna alle hoeken van de wereld. Een grote kans dat het glas van uw wagen, huis of eenvoudig waterglas, gemaakt is met zand uit ÈÈn van hun ontginningen. Een glasfabrikant heeft trouwens een vestiging te Mol. De ontginning op zich is zeer ingrijpend in het landschap, en niets zal meer zijn zoals voordien. Sibelco is zich daar terdege van bewust en doet er alles aan om zowel tijdens als na de ontginning de schade voor het milieu tot een minimum te beperken. In Lommel heeft Sibelco nieuwe ontginningen in gebruik genomen, maar niet vooraleer ze op eigen kosten de zwaar vervuilde grond van de voormalige zinkfabriek volledig hadden gesaneerd. De vervuilde grond is nu veilig opgeborgen in een 'eeuwige bergplaats'. Na een ontginning blijft een 'put met water' achter. Niet zo voor Sibelco. De fracties die het bedrijf niet kan gebruiken worden opgespoten in reeds ontgonnen putten om aan landwinning te doen en om de oevers te verstevigen. Nadien komt de landschapherinrichting. Er wordt zoveel mogelijk opnieuw bos aangeplant, evenals rietkragen, moerasgebieden en poelen heringericht. In 2003 kreeg Sibelco de prestigieuze leefmilieuprijs van de "Andres Wall foundation" voor de herinrichting van de Kikbeenbron te Maasmechelen. Na de ontginning werd dit gebied immers opnieuw ingericht met heide, bos en water om zo op een natuurlijke manier aan te sluiten en te integreren in de omliggende natuurgebieden.

Het landgoed Gruuthuyse

Op 22 oktober 2005 was Landelijk Vlaanderen te gast op het domein Gruuthuyse te Oostkamp bij Brugge. Gastheer Graaf Philippe d'Ursel leidde ons door dit prachtige gebied en liet ons deelgenoot zijn van zijn enorme ervaring en kennis over het beheer van zijn eigendom. Het domein Gruuthuyse kan gezien worden als een mooi voorbeeld van een traditioneel landgoed, dat de diverse functies van het platteland integreert in ÈÈn geheel : monument, park, landschap, bosbouw, water, jacht, toerisme, recreatie, landbouw,..... m.a.w. multidisciplinair. Derhalve is hier nood aan een horizontale aanpak en niet een sectorale verticale benadering. De eigendom wordt doorsneden door minstens vier ruimtelijke zones : parkgebied, VEN-gebied, natuurgebied en habitatrichtlijngebied. De heer d'Ursel is vergroeid met het domein ; hij is er geboren, opgegroeid, en heeft alles geleerd als een 'self-made' man. De uitwisseling met andere eigenaars, o.a. door de excursie van de KBBM, waren een goede leerschool. Hij is ook een kenner van het landschapbeheer. Als bezoeker heeft men enkel oog voor de schoonheid en het 'natuurlijk' karakter van het park en het landschap. Alles blijkt echter minutieus uitgedacht, van de vorm van de haag, tot de positie van de zichtassen, de omvang van de grasperken, het inplanten van de bomen. Als landeigenaar heeft de heer d'Ursel het momenteel moeilijk met de toenemende wetgevingen, die totaal niet op elkaar zijn afgestemd. Vooral met de diverse plannen, die een concrete lange-termijnvisie op papier vereisen, zoals het bosbeheerplan, liggen moeilijk bij de eigenaar. Nochtans was hij ÈÈn van de eerste om een dergelijk bosbeheerplan in te dienen, omdat hij overtuigd was van de rechtzekerheid die het hem zou bieden. Het plan legt alles vast voor een termijn van 20 jaar. Maar visies en ideeÎn evolueren... Er hadden enkele boeiende discussies plaats op het terrein, met onder meer de vertegenwoordigers van de afdeling Bos en Groen en de afdeling Natuur. Mits goed overleg en duidelijke afspraken kunnen inderdaad veel problemen worden voorkomen en concrete voorstellen worden uitgewerkt.

De eigenaar is lid van de Bosgroep Houtland. Hun ondervoorzitter, de heer, A. de Busschure, gaf een toelichting, uit de eerste hand, over de werking van de bosgroep in de Brugse regio..
Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
Erkenningsregeling voor kopers en exploitanten van hout
Vanaf 15 september 2006 zal het hebben van een erkenning noodzakelijk zijn voor het kopen en exploiteren van hout uit openbare bossen. In overleg met de houtexploitatiesector en de afdeling Bos & Groen kwam de erkenningsregeling, geldend in het Vlaamse Gewest, tot stand. De erkende kopers en exploitanten moeten voldoen aan gestelde voorwaarden wil deze erkenning een kwaliteitsgarantie bieden bij het uitvoeren van bosexploitaties. Vanaf 1 oktober 2005 was het mogelijk een aanvraagdossier in te dienen.

De erkenning is verplicht voor kopers en exploitanten die hout kopen of exploiteren in openbare bossen in Vlaanderen. Een erkenning is geldig voor een periode van 5 jaar.

Binnen de erkenningsregeling is er een "erkenningssecretariaat", een "erkenningscomitÈ" en een "comitÈ van beroep". Het erkenningssecretariaat staat in voor de administratieve opvolging. Het controleert of de dossiers volledig zijn en houdt een lijst bij van de erkende kopers en exploitanten. Het erkenningscomitÈ geeft advies aan de minister voor het toekennen van erkenningen en behandelt de klachten. Het comitÈ van beroep geeft advies wanneer beroep wordt aangetekend tegen een bepaalde uitspraak van het erkenningscomitÈ omtrent een ingediende klacht.

Noot van de redactie
De erkenningsregeling is van toepassing voor alle kopers en exploitanten die actief zijn in de openbare bossen in het Vlaams Gewest indien ze meer dan 50m3/j exploiteren. Het slaathier dus niet op de koper van brandhout of exploitanten voor persoonlijk of familiaal gebruik.

De lijst met erkende exploitanten zal op de website consulteerbaar zijn. Dus ook private boseigenaars kunnen ze consulteren.

Samengevat zijn volgende regels van toepassing : Men dient de boswetgeving en het lastenboek te volgen. We hopen dat dit de diefstal van hout en exploitatieschade kan beperken, en dit is een goede zaak. Men dient zijn kennis van het beroep te bewijzen en permanente vorming (1dag/jaar) te volgen. Verplicht voor elke nieuwe exploitant. We hopen dat deze vorming niet te theoretisch is, maar dat ze aangepast is aan de noden van de beroepsmensen die op het terrein hun brood verdienen, derhalve moet de vorming eerder op het terrein plaats vinden. Bio-afbreekbare olie is verplicht. Dit zal bijkomende kosten veroorzaken, die de bosexploitant moet kunnen terugverdienen door een hogere verkoopprijs van het hout op stam. 'Bio'olie kost ongeveer het dubbel van minerale olie. Oudere machines en tractoren dienen te worden aangepast om te kunnen werken op 'bio'olie.

De erkenning vraagt een behoorlijke administratieve last voor de exploitant, het risico bestaat dat sommige potentiÎle kopers zullen afhakken voor de openbare houtverkopen in het Vlaams Gewest.

Tot slot kunnen we stellen dat de sector van de houtexploitanten voldoende vertegenwoordigd is in het erkenningscomitÈ, evenals in het comitÈ van beroep. De beroepsernst van deze vertegenwoordigers moet het toelaten om bepaalde misbruiken tegen te gaan.
Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
175 miljoen ha Ö. De PEFC gecertificeerde bosoppervlakte is sterk toegenomen
De groei is te danken aan de erkenning door de PEFC Council van het SFI (Sustainable Forestry Initiative) programma van kracht in Canada en de Verenigde Staten

SFI (Sustainable Forestry Initiative) heeft de internationale erkenning van de PEFC Council bekomen. Een onafhankelijke evaluatie heeft inderdaad aangetoond dat SFI aan de internationale eisen van PEFC beantwoordt voor nationale systemen van boscertificatie.

De PEFC bosoppervlakte bedraagt momenteel meer dan 175 miljoen ha in de wereld (de 50 miljoen hectare gecertificeerd onder SFI systeem inbegrepen).

Gedurende de laatste 12 maanden heeft Ben Gunnenberg, algemeen secretaris van PEFC Council, bevestigd dat de PEFC gecertificeerde bosoppervlakte meer dan verdrievoudigd is. Een recente studie uitgevoerd in Noord Europa betreffende certificatie heeft bevestigd dat de PEFC certificatie het duurzaam bosbeheer verbetert en bevordert.

De Heer Gunnenberg kondigde eveneens aan dat het aantal exploitanten en bedrijven met een PEFC kontroleketen bijna is verdubbeld in de laatste 12 maanden. PEFC certificatie telt voortaan beroemde bedrijven zoals papierhandelaar Antalis in Duitsland en Unilin in BelgiÎ.
Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
Landelijk Vlaanderen  •  Centrumgalerij, Blok 2, 5 verdieping  •  1000 - Brussel

Tel : +32 (0)2 217 27 40  •  Fax : +32 (0)2 217 27 43  •  Email : infolandelijkvlaanderen.be  •  www.landelijkvlaanderen.be

 COPYRIGHT LANDELIJK VLAANDEREN © 2006