










|
 |
|
Inhoud
Woord van de voorzitter
Grondenbank
Mestdecreet
Afbakening land, bos, natuur
Natuurrichtplan
Prijs Leefmilieu SBNL
LV op het terrein
Erkenning bosexploitant
175 miljoen ha PEFC bos
|
| Woord van de voorzitter |
Genietend van
de kalmte van
de eerste winterdagen
in het
landelijke Vlaanderen wil ik U en uw dierbaren
mijn beste wensen overmaken voor
het nieuwe jaar. Met nieuwe moed en goede
intenties zijn we klaar om de uitdagingen
aan te gaan.
Na enkele jaren van grote decretale initiatieven,
zijn er nu plannen voor verfijning van instrumenten
en aanpassingen van decreten.
Telkens moet onze vereniging hiervan de
gevolgen bestuderen en inschatten, een
standpunt bepalen en eventueel reageren.
Ook moet zij, zo goed als mogelijk, de leden
informeren en hen de mogelijkheid bieden
op tijd te reageren. In deze taak schieten we
soms nog tekort, des te meer omdat wij
merken dat bepaalde dossiers onbekend
blijven of verkeerd worden beoordeeld.
Onder druk van de Europese Commissie,
moet het Mestdecreet aangepast worden
en waarschijnlijk wordt gans Vlaanderen als
kwetsbaar gebied aangeduid, wat een veel
strakkere politiek betekent. In deze context
wensen wij ook dat de nulbemestingzones
worden afgeschaft.
Twee belangrijke decreten zijn in voorbereiding.
De grondenbank en de harmonisatie
van de voorkooprechten. Het decreet
betreffende het voorkooprecht beoogt een
vereenvoudiging van de verschillende voorkooprechten,
vnl. naar procedure. De grondenbank
wordt een instrument om aan de
overheid o.a. de mogelijkheid te geven
grondruiloperaties te doen. Vooral in het
kader van de economische beveiliging van
de landbouwfunctie, gezien de beperkingen
opgelegd door verschillende decreten
(natuurdecreet, waterdecreet....). Het gaat
telkens over rechten die aan de overheid
worden gegeven om tussen te komen in de
marktmecanismen. Deze decreten zullen
ook invloed hebben op de relatie tussen de
overheid, de landbouwer/pachter en de
eigenaar. De mondialisatie van de landbouw
veroorzaakt belangrijke verschuivingen
in deze economische sector en er
wordt op alle niveauís naar nieuwe evenwichten
gezocht. De verschillende (lobbyís
van) actoren oefenen druk uit. De landeigenaar,
die soepel moet inspelen, wordt
echter al te vaak vergeten in het debat, of
blijft verscholen achter de ìlandbouwerî. Op
deze twee decreten komen wij in de toekomst
zeker terugÖ
De recente discussies over de Europese
begroting, gekoppeld aan de laatstse
beslissingen in Hong Kong over de
(wereld)handel van landbouwprodukten,
blijken voor ons Gewest gevolgen te hebben
op de financiering van de plattelandsontwikkeling.
De Vlaamse Regering
verwacht(te) veel van een vernieuwde plattelandspolitiek,
maar welke zal nog hun
financiÎle slagkracht zijn? En wat ook met
de gelden voor Natura 2000? Hierop hebben
wij vandaag geen duidelijk zicht. Dit
toont de afstand tussen een gewenste en
opgelegde politiek enerzijds,en de (niet
meer) beschikbare middelen anderzijds.
Over Natura 2000 : herinneren wij u eraan
dat momenteel de eerste projecten tot
opmaken van Natuurrichtplannen begonnen
zijn in zes regioís in Vlaanderen.
Decretaal krijgen de eigenaars weinig plaats
in deze procedure, en zelfs geen enkele in
de stuurgroep die dan de beslissing (unaniem)
moet nemen! En het gaat specifiek
over de terreinen van sommige eigenaars
waar men zal bepalen wat mag en niet
mag in het kader van het natuurbehoud,
natuurontwikkeling in functie van Natura
2000 met SBZ-V en SBS-H (speciale
beschermingszone vogel en speciale
beschermingszone habitat), VEN of voor
andere groene-, park- en bosgebieden.
De overheid beseft nu dat de eigenaars
toch moeten betrokken worden en Landelijk
Vlaanderen wordt aangesproken om hen
naar de overlegtafel te brengen.
Wij merken dat het niet gemakkelijk is om
ten eerste de eigenaars in deze gebieden te
vinden, en ten tweede hen te motiveren
deel te nemen aan het overleg. Ik herinner
u graag nog even aan wat ik schreef in het
vorig edito. Wij klagen graag als onze
eigendommen worden afgebakend in
een bepaald systeem, maar als wij dan
de kans krijgen om mede te beslissen,
moeten wij dan ook aanwezig zijn.
Na de zes testprojecten zal een evaluatie
van de natuurrichtplannen en eventuele
aanpassingen komen. In principe komt
elke regio van Vlaanderen aan de beurt. De
eigenaars moeten zich hierop voorbereiden.
We roepen u dan ook op om u nu
reeds aan te melden op het secretariaat
van Landelijk Vlaanderen, en om deel te
nemen aan het overleg in uw streek. Ik
raad u aan het artikel in dit nummer grondig
te lezen, u vindt er alle info.
Terzelfdertijd loopt ook het afbakeningsproces
van landbouw, natuur en bos in
het kader van de Ruimtelijke Ordening.
Voor deze zachte functies worden de
Gewestplannen aangepast en omgezet in
Ruimtelijke Uitvoeringsplannen, RUP.
De procedure is ver gevorderd voor de
Kust en Haspengouw, is aan de gang in
het Meetjesland, Hageland en Neteland en
start in andere regioís. U leest er meer
over in dit nummer. Ook hiervoor zoeken
wij vrijwilligers die ons per regio willen helpen
om dit op te volgen, de leden te informeren
en samen te brengen of Landelijk
Vlaanderen te vertegenwoordigen op de
verschillende overlegronden. Gelieve ons
ook hiervoor te contacteren. Deze twee
dossiers tonen aan in hoever een gedecentraliseerde
werking noodzakelijk is.
U hebt in onze brieven voor lidmaatschap
kunnen zien dat onze banden met KBBM
geleidelijk aan duidelijker worden. Doel is
om het lidmaatschap vanuit de vleugels te
innen. Iedereen wordt dan principieel lid,
van zowel KBBM, als van LV. Vanaf nu zal
elk dan ook de twee ledenbladen krijgen,
zodat de informatiedoorstroming gewaarborgd
blijft en een coherentere communicatie
mogelijk wordt.
Nog een laatste oproep: graag zouden
wij onze website opnieuw operationeel
maken en verder uitbouwen. Indien
iemand bereid is ons daarin te helpen,
zodat wij sneller en directer onze leden
kunnen bereiken. We zouden u hiervoor
zeer dankbaar zijn.
Dit zijn enkele van de talrijke dossiers die
wij dit jaar wensen te volgen. Er is nog veel
werk aan de winkel. De globale visie van
onze vereniging vindt U als bijlage bij dit
nummer. Gebruik deze visietekst. Laten
we afspreken dat elk van u dit jaar
nog minstens ÈÈn nieuw lid aanbrengt.
Het zal onze basis enorm versterken.
Een belangenvereniging kan niet zonder de
bereidwillige medewerking van vrijwilligers.
Mijn oproep in het vorig edito heeft
reeds verschillende mensen aangesproken.
Zonder volledig te zijn, wens ik toch
reeds enkele mensen te danken voor hun
inzet : Patrick Vienne en Guy Van
Wallegem (natuurrichtplan Hoppeland -
Ieper), Leopold Janssens (afbakeningsproces
Brugge-Meetjesland), Alec van
Havre (juridisch raadgever o.a. natuurrichtplannen),
onze provinciale verantwoordelijken,
Bernard Boes (West
Vlaanderen), Thierry de Grunne (Limburg).
Wij zoeken nog een verantwoordelijke voor
Vlaams Brabant, Antwerpen en Oost
Vlaanderen. Ik ben er zeker van dat vele
van onze leden, al was het maar tijdelijk,
wensen mee te werken aan diverse dossiers.
Aarzel niet om ons te contacteren.
Graag richt ik ook een oproep tot de wildbeheereenheden
en de leden van de
bosgroepen om tot een nauwere samenwerking
te komen.
U kan steeds terecht bij onze permanente
ploeg te Brussel, met Tom en Liliane,
voor de dagelijkse dossiers. Onze
Secretaris Generaal, Bertrand de Lophem
zorgt voor de algemene coˆrdinatie.
Ik hoop u binnenkort te mogen begroeten
en dank u nu reeds voor uw inzet
Philippe Casier
Voorzitter
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
| Grondenbank
|
Op voorstel van Kris PEETERS, Vlaams
minister van Openbare Werken, Energie,
Leefmilieu en Natuur, keurde de Vlaamse
Regering het voorontwerp van decreet
betreffende het oprichten van de Vlaamse
grondenbank principieel goed.
Met de Vlaamse grondenbank wil de
Vlaamse Regering grondeigenaars en
landbouwers, die omwille van grote infrastructuurwerken
of andere overheidsprojecten
hun eigendom dreigen te verliezen,
de mogelijkheid bieden om hun bedreigde
gronden uit te ruilen. Ook bij een bosuitbreiding
of inrichting van een landbouwgebied
kan de grondenbank ingezet worden.
Via ruil van zowel grondgebruik als grondeigendom,
kan de grondenbank zo oplossingen
aanreiken aan gebruikers en eigenaars
die omwille van een overheidsproject
geconfronteerd worden met grondverlies
of met bijkomende beperkingen op hun
gronden.
De grondenbank kan eveneens ingezet
worden in het kader van natuurinrichting en
landinrichtingsprojecten.
De doelstellingen van de grondenbank
gaan evenwel nog verder dan louter het uitruilen
van gronden. Met de Vlaamse grondenbank
is er ÈÈn aanspreekpunt waar
iedereen terecht kan voor informatie over
de bestaande rechten van voorkoop en de
koopplichten van de overheid.
Door middel van de Vlaamse Grondenbank
zullen zowel eigenaars als gebruikers
van gronden voortaan kunnen kiezen om
hun bedreigde gronden te ruilen in plaats
van te worden onteigend.
Toch reeds enkele bedenkingen : Vooraleer
de overheid gronden kan ruilen zal ze eerst
de gronden moeten aankopen, en dit op
een markt dit nu reeds gebukt gaat onder
een massa wettelijke bepalingen, onder
meer het voorkooprecht. Uit een eerste
lezing blijkt ook dat de overheid zich aan de
pachtwetgeving zou kunnen onttrekken.
Centrale Geografische
Databank
Naast de oprichting van de Vlaamse grondenbank
wordt eveneens voorzien in de
oprichting en optimalisatie van het
Agentschap voor Geografische Informatie
Vlaanderen (AGIV). Door het AGIV wordt
een centraal informatiesysteem uitgebouwd
dat zowel administratieve (onder
meer adres, kadastraal perceelsnummer)
als thematische informatie (onder andere
recht van voorkoop, wettelijke beschermingen,
bodemgebruik) over onroerende
goederen, gelegen in het Vlaamse Gewest
of toebehorend aan een administratieve
overheid van het Vlaamse Gewest, centraal
bundelt. Instanties, waaronder de
Vlaamse grondenbank, kunnen dan op
deze gecentraliseerde databank beroep
doen voor het verschaffen van grondgebonden
informatie.
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
Mest : Vlaanderen volledig kwetsbaar gebied
| De feiten
Landelijk Vlaanderen is niet verbaasd dat
de Europese Commissie Vlaanderen verplicht
het Vlaamse Gewest volledig aan
te duiden als kwetsbaar gebied. Reeds
sinds de oprichting van de Vlaamse
Landeigendom (VLE) in 1993 hebben we
geargumenteerd dat dit de beste oplossing
is, ook voor de landbouwers, om te voldoen
aan de Nitraatrichtlijn.
Om de verrijking van het oppervlakte- en
grondwater door fosfaten en nitraten tegen
te gaan werkte de Vlaamse Regering het
Mestdecreet uit. Doel was om gefaseerd
de bemestingnormen aan te scherpen en
overgangsmaatregelen te voorzien.
Maar...
Vlaanderen had echter de kwetsbare
gebieden aangeduid op basis van een
planologische indeling, nl de groene
bestemmingen op het gewestplan. Wij
hebben er steeds op gewezen dat de aanduiding
diende te gebeuren op grond van
het gebruik en op basis van wetenschappelijke
argumenten. Het Europese antwoord
hierop was duidelijk en onderstreept
ons standpunt : 'De Vlaamse Regering
dient de aanduiding van kwetsbare gebieden
te doen op basis van het intensieve
landbouwgebruik, en niet op basis van het
natuurlijke karakter van deze grond op
basis van groene bestemmingszones'.
De Vlaamse Regering koppelt aan de
kwetsbare gebieden ook automatisch de
strengste norm, nl. de nulbemesting of 2
grootvee-eenheden op grasland.
Aldus ontstaat er een grote discrepantie en
discriminatie op het terrein. Gelegen in
groengebied, dus kwetsbaar, kan u niets
meer, en uw buur kan rustig verder exploiteren.
Europa heeft nooit een dergelijke
strenge norm als een verplichting geÎist,
maar stelt scherpe normen voor met
betrekking tot het gebruik van meststoffen
in kwetsbare gebieden.
Door onmiddellijk de strengste normen te
voorzien in Vlaanderen, is er geen enkele
stimulans meer, noch verantwoording ten
opzichte van de gebruiker om hem aan te
zetten tot het nemen van maatregelen die
het leefmilieu bevorderen. Derhalve is geen
beheersovereenkomst mogelijk. De exploitatie
van de gronden is nihil en een compensatie
of vergoeding is onbestaande of
nihil : het komt eigenlijk neer op een de
facto onteigening !
De vergoeding natuur is zeker niet voldoende.
Trouwens gronden die in 1996 niet
werden aangegeven komen al niet in aanmerking
. De beheersovereenkomsten
lopen slechts over een periode van 5 jaar,
de nulbemesting voor altijd.
Veroordeling
Landelijk Vlaanderen was dan ook niet
verrast dat het Hof van Justitie op 22 september
2005 de lidstaat BelgiÎ opnieuw
veroordeelde en stelde dat de aanduiding
van kwetsbare gebieden in Vlaanderen
onjuist en onvolledig gebeurde.
De Europese Commissie verplicht nu de
Vlaamse Regering om Vlaanderen volledig
als kwetsbaar gebied aan te duiden met
een veralgemeende verscherpte normering.
Dit had eigenlijk reeds moeten gebeuren bij
het eerste MAP.
Bij toepassing van een veralgemeende
strenge bemestingsnorm is de nulbemesting
op de cultuurgronden gelegen in bosgebieden,
natuurgebieden, natuurontwikkelingsgebieden
of natuurreservaten dan
ook volstrekt overbodig. In gans
Vlaanderen zal immers een verscherpte
normering van toepassing zijn. In deze
optiek dient de nulbemestingsregel als
optioneel instrument naar voor geschoven
te worden. Een volledige afbakening
van Vlaanderen als kwetsbaar gebied biedt
tevens de mogelijkheid om aan de
Europese Commissie een derogatie aan
te vragen. In het verleden werd dit verzoek
steeds afgewezen omdat de aanduiding
niet afdoende was.
De nieuwe regeling zorgt voor een rechtvaardigere
verdeling van de milieubelasting
en creÎert een groter maatschappelijk
draagvlak. Het maakt bovendien het
behoud mogelijk van een gedifferentieerd
gebruik in de betrokken zones kwetsbare
natuur, water.
Nieuw voorstel
Landelijk Vlaanderen heeft steeds gepleit
om Vlaanderen volledig aan te duiden als
kwetsbaar gebied. De huidige regeling was
een onaanvaardbare aantasting van het
eigendomsrecht en een aanfluiting van het
proportionaliteitsbeginsel : de maatregel
van de nulbemesting, stond niet meer in
verhouding tot de individueel te dragen
last.
De nieuwe regeling zal het mogelijk maken
om de nulbemesting niet te verplichten,
maar als optioneel systeem aan te bieden.
Het Europees OriÎntatie- en Garantiefonds
voor de Landbouw voorziet in steun voor
plattelandsontwikkeling. Het is mogelijk om
beheersovereenkomsten af te sluiten en
compensaties te krijgen indien men dient
te voldoen aan de milieueisen in gebieden
met specifieke beperkingen op het milieugebied.
Landbouwers kunnen volgens
deze verordening ook financiÎle compensaties
krijgen voor kosten in inkomensverliezen.
Het optionele regime laat aldus het
gebruik toe van beheersovereenkomsten
om de verliezen te compenseren.
Deze nieuwe benadering van de nulbemesting
kadert beter binnen de opvatting
dat het nieuwe mestdecreet gebaseerd
moet worden op het principe van de ìzelfregulerende
mestafzetî, en een grotere
verantwoordelijkheid aan de landbouwer
moet gegeven worden, dat het nieuwe
mestbeleid in zijn algemeenheid flexibeler
en dynamischer moet zijn, en kadert binnen
de theorie van de ìminder restrictieve
alternatieve oplossingî zoals uitgewerkt
in de rechtspraak van het
Europees Hof.
Landelijk Vlaanderen heeft aan de
bevoegde minister Kris Peeters een nieuw
tekstvoorstel gedaan voor artikel 15ter
van het Mestdecreet waarin voor de nulbemesting
KAN gekozen worden, maar
niet verplicht is in de kwetsbare gebieden.
Tijdens verschillende onderhouden met
de bevoegde kabinetsmedewerkers werden
onze argumenten ter zake toegelicht
en werd ons de verzekering gegeven dat
deze ernstig worden genomen.
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
| Ruimtelijke visie voor Landbouw,
Natuur en Bos in uw regio. |
Zoals reeds werd gemeld op onze
Algemene Vergadering op 10 mei 2005, en
u kon lezen in de vorige nummers van de
Landeigenaar in Vlaanderen, werkt de
Administratie voor Ruimtelijke Ordening en
Milieu (AROHM) aan de afbakening van
de agrarische en natuurlijke structuur.
Het gaat over een nieuwe afweging tussen
landbouw, natuur en bos, dus uitsluitend
over het ìbuitengebiedî . Deze afbakening
gebeurt ten voordele van uitbreiding van
bos, natuur, park en recreatie, duidelijk ten
laste van landbouw en dit in het kader van
het nieuwe Ruimtelijke Structuurplan
Vlaanderen.
AROHM zal dan de gewenste ruimtelijke
structuur en de programmaís voor uitvoering
(ì per deelgebiedî) voorleggen aan de
Vlaamse Regering, om als basis gebruikt te
worden voor de concrete invulling van
ìGewestelijke Ruimtelijke Uitvoeringsplannenî
(RUP) en Natuurrichtplannen
(NRP).
Voor deze visievorming, werd Vlaanderen
ingedeeld in 15 ìdeelgebiedenî of regioís,
die elk aan consultatie-rondes voor de
visie-opbouw worden onderworpen. Het
studiebureau CIBE werd hiervoor ingeschakeld.
De regio's ìVeldgebied Brugge-
Meetjeslandî, "Neteland" en
"Hageland" zijn nu volop aan de beurt.
Na de bekendmaking van een verkenningsnota
in juni 2005 werd aan de actoren
schriftelijk advies gevraagd. Rekening
gehouden met deze adviezen, werd in
december 2005 het verslag programma
voor Uitvoering en Onderzoek voorgesteld.
Programma ìUitvoeringî en
ìOnderzoekî
Ondertussen keurde de Vlaamse
Regering in juni 2005 de methodiek goed
voor het eerst aanduiden van de te herbevestigen
agrarische gebieden. Dit
betekent dat het huidig gewestplan voor
deze bepaalde gebieden, op kaart afgebakend,
ongewijzigd blijven en zo zal
een voorstel aan de Vlaamse Regering,
zonder verdere discussie gedistilleerd
worden (gebieden voor ìUitvoeringî).
De andere gebieden worden dan onderworpen
aan verder ìOnderzoekî en
dus voor uitvoering later.
Inhoud van de studie per deelgebied :
Ieder deelgebied wordt opgedeeld in
ìdeelruimtesî en vervolgens nog verfijnd
naar ìprogrammagebiedenî, met voor
elk de aanduiding als horende tot het
programma ìUitvoeringî of tot het programma
ìOnderzoekî en telkens met
voorstelkaarten.
Voor elk programmagebied wordt een
ruimte balans 1994/2005
landbouw/bos/ groen/Ö) weergegeven,
alsook de ìinhoudelijke elementen van
de visieî. In bijlage bij elke studie zit ook
de verwerking van de tot nu toe ontvangen
adviezen over de verkenningsnota
(proces, methodiek, vorm, inhoud)
Stand van het programma ìuitvoeringî
Nemen we als voorbeeld het deelgebied
Veldgebied Brugge - Meetjesland
dan werden op de 53 ìgebiedenî er 23
op de voorstellijst ìte herbevestigen
agrarische gebiedenî ondergebracht
(dus voorstel tot ongewijzigd gewestplan).
Dit is goed voor 53 284 ha landbouwgrond
(67%), op de 79 307 ha landbouwgrond
van de beschouwde regio.
Voor deze gebieden volgt nu een formele
adviesvraag en bilateraal overleg
over de kaart en dit tot 1 april 2006.
Daarna komt de besluitvorming van de
Vlaamse Regering.
Voor deze gebieden in ìonderzoekî, is er
vooruitzicht van een bilateraal overleg
voorzien in februari-maart: bespreking van
de algemene principes met belangengroepen.
ìLandelijk Vlaanderenî was en zal verder
op deze voorstellingen en consultatierondes
aanwezig zijn. Nu begint het concreet
werk van belang voor de eigenaars en
het is nodig, specifiek met de leden uit de
betrokken deelruimtes, informaties uit te
wisselen.
Ons lid, de heer, LÈopold Janssens de
Bisthoven, heeft aanvaard om de coordinatie
en het contact met de leden van de
betrokken regio Veldgebied Brugge-
Meetjesland, op zich te nemen. En de heer
Eric de Neeff zal deze taak waarnemen
voor Regio Hageland.
De Regio îKust-Polders-Westhoekî en
Regio Haspengouw-Voeren werden reeds
onderworpen aan deze procedure. Nu
komt daar concreet de eerste beslissing
zijnde de bepaling van de zones voor uitvoering
en het programma voor het onderzoek
van de andere zones bij (waarvoor
dan ook verder overleg zal plaatshebben).
Ook voor de overige regio's die in de loop
van 2006 zullen worden opgestart wenst
Landelijk Vlaanderen aanwezig te zijn bij het
overleg. We willen onze leden dan ook
oproepen om actief deel te nemen aan dit
overleg. U kent het best de lokale situatie.
We zouden het zeer op prijs stellen indien
u in naam van Landelijk Vlaanderen reeds
de lokale situatie in uw streek even zou
kunnen bestuderen en natrekken.
Neem contact op met uw lokale vertegenwoordiger
of met ons secretariaat als u in
een ander deelgebieden woont.
Uw mening als landeigenaar, en zakelijke
rechthouder, is van cruciaal belang om de
eventuele toekomstige gebruiksrechten
van uw eigendom te kunnen vrijwaren.
Landelijk Vlaanderen probeert per gebied
infovergaderingen te beleggen met de eigenaars,
om te informeren en u de mogelijkheid
te bieden uw mening kenbaar te
maken.
Alle rapporten en kaarten kan u vinden op
de officiÎle website : www.ruimtelijkeordening.
be en dan doorklikken op planningsprocessen,
dan buitengebied, en vervolgens
planningsproces land, bos, natuur.
U kan dan de reeds actieve deelregio's
aanklikken.
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar
|
| Het Natuurrichtplan. Een lerend proces en overleg noodzakelijk |
Op 11 mei 2003 stapten in Gent meer dan
20.000 mensen met een hart voor het platteland
mee in de grootste betoging ooit in
Vlaanderen georganiseerd door de plattelandsbeweging.
Het moest en het zou
gedaan zijn met die overdreven regelneverij,
die betutteling, al de beperkingen en tegenstrijdigheden.
De plattelandsbewoner, maar
ook jager, visser, ruiter, boer en landeigenaar
raakten ontmoedigd : gedegradeerd tot uitvoerders
van een opgelegd beleid. Het platteland
dreigde zijn kloppend hart te verliezen....
We zijn ruim twee jaar verder... en de tijden zijn
veranderd. De nieuwe Vlaamse regering
trok van wal met de slogan 'Vertrouwen
geven, verantwoordelijkheid nemen'. De
eerste tekenen van verandering kon men al
lezen in de beleidsnota van minister Kris
Peeters : "De in het decreet natuurbehoud
vooropgestelde natuurrichtplannen worden
opgemaakt in overleg met de betrokkenen en
gericht op samenwerking en maatwerk.
Hierbij treedt de overheid op als meewerkende
en " lerende" organisatie, veeleer dan
als regulator. Rechtszekerheid van de gebruiker
geldt als een belangrijke waarde. Waar
passend wordt de prioriteit gelegd bij de
Europese beschermingszones".
Procedure
Wettelijk dient een bepaalde procedure te
worden gevolgd om een natuurrichtplan op
te maken. Het natuurrichtplan wordt opgemaakt
door een plangroep van Vlaamse
ambtenaren. De coˆrdinatie is in handen van
afdeling Natuur. De voorstellen die de plangroep
uitwerkt worden voorgelegd aan een
stuurgroep, samengesteld uit plaatselijke
overheden en vertegenwoordigers van lokale
gebruikers en eigenaars. Binnen de stuurgroep
wordt de discussie gevoerd over de
gebiedsvisie en de vertaling daarvan in maatregelen.
Vooraleer het ontwerpnatuurrichtplan
naar de minister gaat, geeft de stuurgroep.
Het plan wordt tevens onderworpen aan een
openbaar onderzoek en ten slotte definitief
goedgekeurd. Indien er echter geen consensus
is bereikt in de stuurgroep, dan dienen
de ministers bevoegd voor Ruimtelijke
Ordening en Leefmilieu, de knoop door te
hakken.
De samenstelling van de stuurgroep is wettelijk
vastgelegd. De landeigenaars zijn officieel
echter niet opgenomen in de
stuurgroep. De boseigenaar
kan op voordracht van
de bosgroep wel iemand
afvaardigen. Maar de geest
van de beleidsnota indachtig,
nl. het opmaken van een natuurrichtplan een
lerend proces dient te zijn, heeft de afdeling
Natuur niet geaarzeld om ook bilateraal overleg
op te starten met o.a. Landelijk
Vlaanderen, de koepel van jeugdverenigingen
en de recreatiesector.
Waar, wat, hoe,...?
Een natuurrichtplan wordt opgemaakt voor
alle gronden gelegen in het Vlaams
Ecologisch Netwerk, de natuurverbindingsgebieden,
de groen-, park-, buffer- en bosgebieden
en de vogel- en habitatrichtlijngebieden
(SBZ). Voor de overheid zijn de
maatregelen altijd bindend. Voor de particulier
zijn de maatregelen hoofdzakelijk stimulerend,
maar kunnen bindend zijn in het VEN,
SBZ en de groen- en bosgebieden.
Het Natuurrichtplan is een plan dat aangeeft
wat op vlak van natuurbehoud voor een specifiek
gebied wordt beoogd en waarin de
instrumenten en maatregelen zijn opgenomen
die al dan niet projectmatig verlopen, om
de beoogde doelstellingen op het vlak van het
natuurbehoud te realiseren. Opvallende vernieuwing
in de communicatie van de afdeling
Natuur : "Het plan komt tot stand en
wordt uitgevoerd met de medewerking
van eigenaars en grondgebruikers."
De verantwoordelijken voor de natuurrichtplannen
van de afdeling Natuur hebben reeds
voor diverse groepen eind 2005 voordrachten
gehouden, zo ondermeer voor
het Platform Buitengebied en ook voor de
landeigenaars in het proefgebied Hoppeland
te Ieper.
Inmiddels zijn als leerproces de eerste proefprojecten
voor het opmaken van een natuurrichtplan
opgestart. Het betreft volgenden gebieden :
1. Duinen van de Middenkust tussen
Oostende en Blankenberge;
2. Hoppenland van Poperinge en de
Zuidelijke Ijzervlakte;
3. Dendervallei tussen de gewestgrens en
Ninove, evenals het Raspailleboscomplex
en Geitebos;
4. Heuvelrug-benedenstrooms;
5. Demervallei tussen Diest en Aarschot;
6. Hoge Kempen.
De natuurrichtplannen boezemen immers
veel angst en onzekerheid in : de plannen
zouden alles willen verbieden en aan banden
leggen. Tijdens de eerste overlegvergaderingen
stelden we echter toch een onverwachte
openheid vast bij de afdeling Natuur.
Vanuit hun visie is het de bedoeling net meer
rechtszekerheid te bieden aan de eigenaars
en gebruikers. Waar mogelijk, de wetgeving
te gaan vereenvoudigen en indien beperkingen
zich opdringen (moeten steeds in consensus
worden goedgekeurd) dan zal en
moet ook een passende vergoeding en/of
begeleidende maatregelen worden voorzien.
Alhoewel niet officieel vertegenwoordigd rond
de onderhandelingstafel wil Landelijk
Vlaanderen toch actief deelnemen in dit
lerende overlegproces. In nauwe samenwerking
met de projectverantwoordelijken
en de afdeling Natuur hebben we een bilateraal
overleg opgestart zodat we over net
dezelfde informatie beschikken als de officiÎle
leden van de stuurgroep.
Voor alle info kan u vanzelfsprekend terecht op
ons secretariaat, maar ook op de website van
de afdeling Natuur HYPERLINK "http://www.
mina.be/natuurrichtplan.html" www.mina.be/
natuurrichtplan.html of tel 02 553 78 85
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar
|
| InBev Prijs voor het Leefmilieu 2005.
Prijsuitreiking te Bolderberg
| De Stichting Behoud Natuur en Leefmilieu had het genoegen om Z.K.H. Prins Laurent te mogen begroeten
op de wandeling door het vijvergebied Midden-Limburg. Het project van de v.z.w. Ontwikkeling
Vijvergebied Midden-Limburg is de laureaat 2005 van de prestigieuze InBev Prijs voor het Leefmilieu.
Meer dan honderd aanwezigen konden onder begeleiding van enkele bestuursleden kennis maken met
de pracht van het gebiedÖ De inzet en samenwerking van alle actoren, private landeigenaars, vissers,
jagers, recreanten, Ö vormen de waarborg dat deze terreinen ook een duurzame toekomst tegemoet
gaan. Landelijk Vlaanderen hielp bij de organisatie en neemt het secretariaat waar van de Stichting.
De heer E. Kesteloot, voorzitter van SBNL overhandigt de Inbev Prijs
voor het Leefmilieu 2005 aan de heer E. Smeets, voorzitter OVML.
Het verslag van de jury was
unaniem :
De toetsing van de ingediende projecten
aan de criteria die de Stichting Behoud
Natuur en Leefmilieu vooropstelt heeft de
jury er toe gebracht de 2de prijs toe te
kennen aan het project Plan ooievaar
Daknamse Meersen ingediend door de
vzw Natuurpunt.
De Hoofdprijs van 7500 ?, Inbevprijs voor
het leefmilieu 2005, werd toegekend aan
het project Ontwikkeling Vijvergebied
Midden-Limburg en de twee deelprojecten,
nl. het ëSneppenkotí in het landgoed
Terlamen en de aanleg van rietkragen ter
bevordering van de biotoop voor de
Roerdomp in het domein Kolberg.
Het gaat hier bij uitstek om belangrijke
materiÎle en financiÎle inspanningen van
private personen waarbij het terreinbeheer
gericht is op natuurbeheer en duurzaam
gebruik; dat enkele stichters van de vzw
fervente ornithologen zijn zal hier wel niet
vreemd aan zijn.
Er zijn op het terrein reeds concrete realisaties
te bewonderen.
Beide deelprojecten hebben een hoge voorbeeldfunctie
en het gebied wordt, in samenwerking
met de plaatselijk actieve natuurvereniging
ontsloten voor wandelaars;
InBev Prijs voor het Leefmilieu 2005
Prijsuitreiking te Bolderberg
De Stichting Behoud Natuur en Leefmilieu had het genoegen om Z.K.H. Prins Laurent te mogen begroeten
op de wandeling door het vijvergebied Midden-Limburg. Het project van de v.z.w. Ontwikkeling
Vijvergebied Midden-Limburg is de laureaat 2005 van de prestigieuze InBev Prijs voor het Leefmilieu.
Meer dan honderd aanwezigen konden onder begeleiding van enkele bestuursleden kennis maken met
de pracht van het gebiedÖ De inzet en samenwerking van alle actoren, private landeigenaars, vissers,
jagers, recreanten, Ö vormen de waarborg dat deze terreinen ook een duurzame toekomst tegemoet
gaan. Landelijk Vlaanderen hielp bij de organisatie en neemt het secretariaat waar van de Stichting.
De heer E. Kesteloot, voorzitter van SBNL overhandigt de Inbev Prijs
voor het Leefmilieu 2005 aan de heer E. Smeets, voorzitter OVML.
Situering
Het vijvergebied Midden-Limburg is het
grootste vijvergebied in BelgiÎ met een
wateroppervlakte van ruim 4000 ha. De
vzw Ontwikkeling Vijvergebied Midden-
Limburg (ca. 2500 ha) beheert een gebied
gekenmerkt door uitgestrekte bossen,
zowel dennen- als loofbossen, en verspreide
landbouwgebieden vaak met landschappelijk
waardevol karakter. Hier zijn
enkele historische landgoederen bewaard
gebleven, in het bijzonder de domeinen
van Vogelsanck, Terlaemen, Kolberg en
Galgenberg-Tegenschuer. Zij strekken zich
uit over het grondgebied van de gemeenten
Hasselt, Zonhoven en Heusden-Zolder.
Het grootste deel is afgelijnd als VENgebied
en onderworpen aan de Europese
voorschriften als Habitat- en Vogelrichtlijngebied.
Het is een ìankerplaatsî voor een
diversiteit aan fauna en flora.
Oorsprong van de
vzw OVML
In dit unieke gebied gaan bewoning, landbouw
en viskweek, recreatie en natuurbeheer
sinds mensenheugenis hand in hand.
In 2002 besloten enkele grondeigenaars
zich te verenigen. Hun eigendommen
maken immers meer dan 1000 ha uit van
het Vijvercomplex. De uitgebreide regelgeving
en de ìbetuttelingî van het
Buitengebied door de Overheid was een
directe stimulans om een vzw als een voor
het gebied representatief gespreksorgaan
te ontwikkelen. De leefbaarheid en het
duurzame karakter van de streek kwam
door gebrek aan inspraak en overleg in
het gedrang terwijl in hun privaat beleid
het natuurbehoud en het bewaren van het
duurzame karakter voor eigenaars/beheerders
en gebruikers altijd al van primordiaal
belang is geweest. Een samengaan van
natuurbehoud met menselijke economische
en recreatieve activiteit moet realiseerbaar
zijn in een duurzaam beheer
rondom vooropgestelde doelstellingen.
Door de oprichting ervan ontstond in ons
land voor het eerst een vereniging die de
verschillende gebruikers van een uniek en
waardevol natuurgebied verenigt rondom
dezelfde doelstellingen.
De vereniging heeft tot doel bestaande
initiatieven en activiteiten in het gebied te
behouden en nieuwe initiatieven te ontwikkelen
met verdediging van het eigendomsrecht,
de vrijheid van beheer en het
private initiatief.
Op die manier wenst de vzw een alternatieve
gesprekspartner te zijn voor alle
externe beleidsorganen en in overleg te
streven naar een haalbaar plan voor zowel
duurzaam natuurbeheer als voor socioeconomische
ontwikkeling van de streek
die ook het Vijvercomplex omvat.
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
| Landelijk Vlaanderen op het terrein
|
Onze najaarsexcursies hadden enorm veel bijval. Over de populierexcursie eind september 2005 kon u
reeds alles lezen in de vorige Landeigenaar. Op 7 oktober 2005 waren we te gast bij Sibelco, te Mol, met
als thema "Van ontginning naar natuurherstel". Op 21 oktober 2005 verwelkomde de familie Ph.
d'Ursel ons voor een bezoek aan het landgoed Gruuthuyse te Oostkamp. Voor onze nieuwe voorzitter
Philippe Casier was het telkens een gelegenheid om nader kennis te maken met de leden en om nog
eens de kernpunten van de toekomstvisie van Landelijk Vlaanderen toe te lichten.
Visie Landelijk Vlaanderen
De excursies waren de ideale gelegenheid
om op het terrein met de leden in discussie
te treden en te horen met welke problemen
ze geconfronteerd worden. Het
bood onze voorzitter, Philippe Casier, eveneens
de mogelijkheid de koers, die hij met
Landelijk Vlaanderen (LV) wenst te varen,
nader toe te lichten.
We willen hier nog eens kort deze krachtlijnen
weergeven.
Landelijk Vlaanderen komt op voor
de private-eigenaars en de titularissen
van de zakelijke rechten op het platteland.
Hierdoor nemen ze een bijzondere
plaats in ten opzichte van de
andere actoren in het buitengebied.
De leden ontplooien initiatieven : Ze
investeren in land en gebouwen op
basis van eigen expertise, ervaring,
kennis en adviezen, met een hoge persoonlijke
inbreng en betrokkenheid.
Hierdoor dragen ze bij tot de ontwikkeling
en de verscheidenheid van een
evenwichtig platteland.
Het actieterrein is multidisciplinair en
vergt een horizontale aanpak van
het beleid rond bos, landbouw, natuur,
leefmilieu, water, landgoederen, parken,
jacht, recreatie, ruimtelijke ordening,
landschap, monumenten, en
andere beleidsdomeinen. Het vereist
een brede kennis van alle verschillende
actoren en elementen van het plattelandsbeleid.
Eeuwenoude tradities en persoonlijke
betrokkenheid van de landeigenaar
hebben het platteland continue getekend
en opgebouwd. Het vormt de
basis en het bewijs dat hun duurzaam
beheer bijdraagt tot een dynamisch en
waardevol platteland.
Eigenaars zijn terecht trots en fier op
hun werk. Ze streven naar een voortdurende
verbetering van het beheer en
het waardebehoud van hun goederen.
Waardoor een belangrijke maatschappelijke
meerwaarde ontstaat.
Hun ondernemerschap en hun sociale
verantwoordelijkheidszin zorgen
nog steeds voor een duurzame productie
van voedsel, het behoud van
cultureel erfgoed, waardevolle landschappen
en het behoud van biodiversiteit
en natuurwaarden.
Respect, aangepaste reglementering en
financiÎle vergoedingen zijn aangewezen
om de niet-economische functies van het
landbeheer te ondersteunen. Een gezonde
economische functie blijft immers essentieel.
Aanvaardbare vergoedingen moeten
de eigenaars stimuleren om te blijven investeren
in hun erfgoed.
In het buitengebied is er plaats voor de
landbouwer, de jager, de visser, en ook de
natuurverenigingen, en zelfs de boseigenaars
Doch de landeigenaar wordt over het
hoofd gezien ondanks zijn centrale rol. Dit
is het gevolg van de versnippering of het
gebrek aan actie. Zo bv. in het overleg bij
afbakeningprocessen, regionale landschappen,
natuurrichtplannen - allemaal
regelgevingen die ingrijpen op het beheer
van de eigendom - zijn de landeigenaars
zelfs niet uitgenodigd.
De basisdoelstelling van Landelijk
Vlaanderen moet nu worden : ìsamenwerking
van de eigenaars onderlingî en
ìsamenwerking van de landeigenaars met
de overheid en de andere actorenî Steunend op een brede ledenbasis en
op een exclusieve dossierkennis, wil
Landelijk Vlaanderen de positieve
en noodzakelijke gesprekspartner zijn
voor al wie de toekomst van het buitengebied
in Vlaanderen ter harte
neemt.
Van ontginning tot
natuurherstel
De naam Sibelco doet wellicht bij weinig
mensen een belletje rinkelen. Belgen zijn
maar al te bescheiden, nochtans is Sibelco,
met bedrijfszetel te Mol, de wereldleider in
zand- en mineralenontginning. Niet het
zand dat je vindt in de doe-het-zelf-handel,
maar hoog kwalitatief zand voor ondermeer
de glasindustrie. Wie de streek van
Mol, Dessel, Lommel een beetje kent, weet
dat het gebied zeer waterrijk is (het zilvermeer
te Mol). Al deze putten zijn ontstaan
door de ontginning door Silbelco van het
witte Molse zand in de ondergrond. De
gebroeders Emsens startten bescheiden,
en zijn het ook steeds gebleven, maar bouwden
in de afgelopen halve eeuw een wereldgroep
uit. Vandaag ontginnen ze in bijna
alle hoeken van de wereld. Een grote kans
dat het glas van uw wagen, huis of eenvoudig
waterglas, gemaakt is met zand uit
ÈÈn van hun ontginningen. Een glasfabrikant
heeft trouwens een vestiging te Mol.
De ontginning op zich is zeer ingrijpend in
het landschap, en niets zal meer zijn zoals
voordien. Sibelco is zich daar terdege van
bewust en doet er alles aan om zowel tijdens
als na de ontginning de schade voor
het milieu tot een minimum te beperken.
In Lommel heeft Sibelco nieuwe ontginningen
in gebruik genomen, maar niet vooraleer
ze op eigen kosten de zwaar vervuilde
grond van de voormalige zinkfabriek
volledig hadden gesaneerd. De vervuilde
grond is nu veilig opgeborgen in een 'eeuwige
bergplaats'.
Na een ontginning blijft een 'put met water'
achter. Niet zo voor Sibelco. De fracties die
het bedrijf niet kan gebruiken worden
opgespoten in reeds ontgonnen putten
om aan landwinning te doen en om de
oevers te verstevigen. Nadien komt de
landschapherinrichting. Er wordt zoveel
mogelijk opnieuw bos aangeplant, evenals
rietkragen, moerasgebieden en poelen heringericht.
In 2003 kreeg Sibelco de prestigieuze
leefmilieuprijs van de "Andres Wall
foundation" voor de herinrichting van de
Kikbeenbron te Maasmechelen. Na de ontginning
werd dit gebied immers opnieuw
ingericht met heide, bos en water om zo op
een natuurlijke manier aan te sluiten en te
integreren in de omliggende natuurgebieden.
Het landgoed Gruuthuyse
Op 22 oktober 2005 was Landelijk
Vlaanderen te gast op het domein
Gruuthuyse te Oostkamp bij Brugge.
Gastheer Graaf Philippe d'Ursel leidde ons
door dit prachtige gebied en liet ons deelgenoot
zijn van zijn enorme ervaring en
kennis over het beheer van zijn eigendom.
Het domein Gruuthuyse kan gezien worden
als een mooi voorbeeld van een traditioneel
landgoed, dat de diverse functies van het
platteland integreert in ÈÈn geheel : monument,
park, landschap, bosbouw, water,
jacht, toerisme, recreatie, landbouw,.....
m.a.w. multidisciplinair. Derhalve is hier
nood aan een horizontale aanpak en niet
een sectorale verticale benadering. De
eigendom wordt doorsneden door minstens
vier ruimtelijke zones : parkgebied,
VEN-gebied, natuurgebied en habitatrichtlijngebied.
De heer d'Ursel is vergroeid met het
domein ; hij is er geboren, opgegroeid, en
heeft alles geleerd als een 'self-made' man.
De uitwisseling met andere eigenaars, o.a.
door de excursie van de KBBM, waren
een goede leerschool. Hij is ook een kenner
van het landschapbeheer. Als bezoeker
heeft men enkel oog voor de schoonheid
en het 'natuurlijk' karakter van het park en
het landschap. Alles blijkt echter minutieus
uitgedacht, van de vorm van de haag, tot
de positie van de zichtassen, de omvang
van de grasperken, het inplanten van de
bomen.
Als landeigenaar heeft de heer d'Ursel het
momenteel moeilijk met de toenemende
wetgevingen, die totaal niet op elkaar zijn
afgestemd. Vooral met de diverse plannen,
die een concrete lange-termijnvisie
op papier vereisen, zoals het bosbeheerplan,
liggen moeilijk bij de eigenaar.
Nochtans was hij ÈÈn van de eerste om een
dergelijk bosbeheerplan in te dienen, omdat
hij overtuigd was van de rechtzekerheid die
het hem zou bieden. Het plan legt alles vast
voor een termijn van 20 jaar. Maar visies en
ideeÎn evolueren... Er hadden enkele boeiende
discussies plaats op het terrein, met
onder meer de vertegenwoordigers van
de afdeling Bos en Groen en de afdeling
Natuur. Mits goed overleg en duidelijke
afspraken kunnen inderdaad veel problemen
worden voorkomen en concrete voorstellen
worden uitgewerkt.
De eigenaar is lid van de Bosgroep
Houtland. Hun ondervoorzitter, de heer, A.
de Busschure, gaf een toelichting, uit de
eerste hand, over de werking van de bosgroep
in de Brugse regio..
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
| Erkenningsregeling voor
kopers en exploitanten van hout
|
Vanaf 15 september 2006
zal het hebben van een erkenning
noodzakelijk zijn voor het
kopen en exploiteren van hout
uit openbare bossen. In
overleg met de houtexploitatiesector
en de afdeling Bos &
Groen kwam de erkenningsregeling,
geldend in het
Vlaamse Gewest, tot stand.
De erkende kopers en exploitanten
moeten voldoen aan
gestelde voorwaarden wil
deze erkenning een kwaliteitsgarantie
bieden bij het uitvoeren
van bosexploitaties.
Vanaf 1 oktober 2005 was het
mogelijk een aanvraagdossier
in te dienen.
De erkenning is verplicht
voor kopers en exploitanten
die hout kopen of exploiteren
in openbare bossen in
Vlaanderen. Een erkenning is
geldig voor een periode van 5 jaar.
Binnen de erkenningsregeling is er
een "erkenningssecretariaat", een
"erkenningscomitÈ" en een "comitÈ
van beroep".
Het erkenningssecretariaat staat
in voor de administratieve opvolging.
Het controleert of de dossiers volledig
zijn en houdt een lijst bij van de erkende
kopers en exploitanten.
Het erkenningscomitÈ geeft
advies aan de minister voor het toekennen
van erkenningen en behandelt
de klachten.
Het comitÈ van beroep geeft
advies wanneer beroep wordt aangetekend
tegen een bepaalde uitspraak
van het erkenningscomitÈ omtrent een
ingediende klacht.
Noot van de redactie
De erkenningsregeling is van toepassing
voor alle kopers en exploitanten
die actief zijn in de openbare bossen
in het Vlaams Gewest indien ze
meer dan 50m3/j exploiteren. Het slaathier dus niet op de koper
van brandhout of exploitanten
voor persoonlijk of familiaal
gebruik.
De lijst met erkende exploitanten
zal op de website consulteerbaar
zijn. Dus ook
private boseigenaars kunnen
ze consulteren.
Samengevat zijn volgende
regels van toepassing :
Men dient de boswetgeving
en het lastenboek te
volgen. We hopen dat dit de
diefstal van hout en exploitatieschade
kan beperken, en
dit is een goede zaak.
Men dient zijn kennis van
het beroep te bewijzen en permanente
vorming (1dag/jaar)
te volgen. Verplicht voor elke
nieuwe exploitant. We hopen
dat deze vorming niet te theoretisch
is, maar dat ze aangepast is aan
de noden van de beroepsmensen die
op het terrein hun brood verdienen,
derhalve moet de vorming eerder op
het terrein plaats vinden.
Bio-afbreekbare olie is verplicht.
Dit zal bijkomende kosten veroorzaken,
die de bosexploitant moet kunnen
terugverdienen door een hogere
verkoopprijs van het hout op stam.
'Bio'olie kost ongeveer het dubbel van
minerale olie. Oudere machines en
tractoren dienen te worden aangepast
om te kunnen werken op 'bio'olie.
De erkenning vraagt een behoorlijke
administratieve last voor de exploitant,
het risico bestaat dat sommige
potentiÎle kopers zullen afhakken voor
de openbare houtverkopen in het
Vlaams Gewest.
Tot slot kunnen we stellen dat de
sector van de houtexploitanten voldoende
vertegenwoordigd is in het
erkenningscomitÈ, evenals in het
comitÈ van beroep. De beroepsernst
van deze vertegenwoordigers moet
het toelaten om bepaalde misbruiken
tegen te gaan.
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
| 175 miljoen ha Ö.
De PEFC gecertificeerde
bosoppervlakte is sterk
toegenomen |
De groei is te danken aan de erkenning door de PEFC Council
van het SFI (Sustainable Forestry Initiative) programma van
kracht in Canada en de Verenigde Staten
SFI (Sustainable Forestry Initiative) heeft de internationale
erkenning van de PEFC Council bekomen. Een onafhankelijke
evaluatie heeft inderdaad aangetoond dat SFI aan de internationale
eisen van PEFC beantwoordt voor nationale systemen
van boscertificatie.
De PEFC bosoppervlakte bedraagt momenteel meer dan 175
miljoen ha in de wereld (de 50 miljoen hectare gecertificeerd
onder SFI systeem inbegrepen).
Gedurende de laatste 12 maanden heeft Ben Gunnenberg,
algemeen secretaris van PEFC Council, bevestigd dat de
PEFC gecertificeerde bosoppervlakte meer dan verdrievoudigd
is. Een recente studie uitgevoerd in Noord Europa betreffende
certificatie heeft bevestigd dat de PEFC certificatie het duurzaam
bosbeheer verbetert en bevordert.
De Heer Gunnenberg kondigde eveneens aan dat het aantal
exploitanten en bedrijven met een PEFC kontroleketen bijna
is verdubbeld in de laatste 12 maanden. PEFC certificatie telt
voortaan beroemde bedrijven zoals papierhandelaar Antalis in
Duitsland en Unilin in BelgiÎ.
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
|