










|
 |
|
Inhoud
Woord van de voorzitter
Populier in Vlaanderen
Populierenboeren
Plattelandsbeleid
Ruimtelijke afbakening
Mest en nitraten
go4nature
InBev prijs
Week van het bos
|
| Woord van de voorzitter |
In mijn laatste edito verwees ik naar een
aangename vaststelling, nl. dat Landelijk
Vlaanderen de kans krijgt om gehoord te
worden. Bij de overheid, zowel op politiek
niveau, als bij de administratie, stellen we de
wil vast om open kaart te spelen en is er een
bereidheid tot medewerking met de privé
sector. Er is een duidelijke kentering vast te
stellen in hun communicatie.
Natuurlijk, de administratieve complexiteit
blijft nog bestaan. Het gevoel van betutteling
verdwijnt niet onmiddellijk. Niet iedereen
is hier van overtuigd, maar belangrijk is,
dat het probleem nu gekend en erkend
wordt door de verantwoordelijken.
Wij moeten dus van deze gelegenheid
gebruik maken. Het is een unieke kans.
In overleg treden betekent echter niet enkel
met onze frustraties naar buitenkomen en
een klaagzang aanheffen. De ministers, hun
kabinetten, en de ambtenaren, kennen nu
maar al te goed de landelijke problemen.
We moeten hen niet blijven bestoken met
enkel klachten van onze kant. Dit werkt op
termijn eerder contra-productief.
Neen, we moeten juist constructief meewerken
: met kennis van zaken, met concrete
vragen en vooral met een brede waaier
aan voorstellen, onderbouwd met
degelijke argumenten. Onze gesprekspartners
geven ons nu deze kans. We moeten
deze mogelijkheden met beide handen
aangrijpen en verantwoordelijkheid willen
dragen.
Het wordt echter geen gemakkelijke klus. De
overheid, met haar talrijke structuren en instrumenten,
beschikt over een uitgebreid
ambtenarenapparaat. Deze bekwame personen
produceren initiatieven, adviezen en
studies in de meeste diverse domeinen.
Van Landelijk Vlaanderen wordt dan verwacht
in een ijltempo, soms slechts in enkele
dagen, te reageren, te antwoorden of te
adviseren.
Maar met welke middelen ? Met onze gemotiveerde,
maar veel te kleine staf en enkele
vrijwilligers ??? Het is een ongelijke strijd,
maar toch, de R.A.F heeft de Battle of Britain
gewonnen 65 jaar geleden….
Bovendien denkt men al te gemakkelijk, dat
Landelijk Vlaanderen, die de private landeigendom
vertegenwoordigt, over belangrijke
financiële middelen beschikt,….
Als ledenorganisatie werken we bijna uitsluitend
op basis van de lidgelden.
Uit bovenstaande beschouwingen trek ik
de volgende conclusies :
In onze lobby-acties streven we naar een
‘constructieve en realistische dialoog’,
Naar organisatie is het duidelijk dat we ons
‘professioneel moeten versterken om
actief aanwezig te zijn rond de verschillende
overlegtafels en om goed onderbouwde
voorstellen te kunnen produceren.’
Deze professionele middelen moeten gekaderd
worden door ervaren en bereidwillige
vrijwilligers, met goede wisselwerking met
de ledenbasis.
Op deze manier kunnen we bepalen over
welke middelen we moeten kunnen beschikken
om een termijnplan op te maken.
Hierbij richt ik graag een oproep tot al onze
leden om, buiten hun specifieke problemen,
geen individuele acties te gaan ondernemen
tegenover de overheid. Het leidt
vaak tot verwarring, en onbegrip bij onze
partners. Zij zouden hun tijd beter bij ons
kunnen besteden. We moeten meer gezamenlijke
en gecoördineerde acties voeren,
waardoor een goede samenwerking
onze slagkracht versterkt.
In een volgend nummer zal ik hier nog verder
op ingaan.
Maar het is nu reeds onze doelstelling meer
beroep te doen op de inbreng en de wisselwerking
met de leden, zowel naar tijd,
middelen, expertise, als naar financiële middelen,
ledenacties en andere activiteiten.
Ook op gebied van imago en communicatie
zullen wij actiever worden. Op korte
termijn gaan wij, Landelijk Vlaanderen,
onze relatie met KBBM verduidelijken en
hiervoor gebruik maken van de lidmaatschapsbijdrage
voor 2006.
Ik hoop dus in de volgende edities nog uw
aandacht te mogen krijgen voor de verdere
omschrijving van onze actiepunten.
Philippe Casier
Voorzitter
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
| Populier in Vlaanderen |
Ruim zestig geïnteresseerden waren in de streek van Geraardsbergen
op de afspraak op een zonnige najaarsdag (23 september ll.) om meer
te weten te komen over het ecologisch beheer van populierenbestanden.
De ruime belangstelling toonde duidelijk aan dat het thema
populier bij de eigenaars actueel is. Hoopgevend was ook de aanwezigheid
van verschillende gemeentebesturen en vertegenwoordigers
uit de natuursector.
Op het terrein
Bij het terreinbezoek, van een populierenbestand
in het VEN, was er onmiddellijk
verbazing. Midden in het bestand
waande niemand zich in een 'populierbestand',
maar echt in het bos : een uitbundige
en zeer diverse onderetage. In
het voorjaar is de bosbodem er bedekt
met een uitbundige bloeiende flora van
speenkruid, bosanemoon, sleutelbloem,...
Allen indicatoren van een oude bosbodem.
Oude kaarten laten zien dat deze
regio steeds bebost is geweest. Reeds
enkele generaties populier stonden op de
bezochte standplaats. Eén vooroordeel
tegen de populier wordt hier reeds weerlegd
: de kwaliteit en de bodemflora is
niet aangetast. Momenteel is het bestand
beplant met proefklonen aangeplant in
1982 en die nog niet in de handel verkrijgbaar
zijn. Het betreft kruisingen tussen
de P. maximowiczii (uit Azië) en de P. trichocarpa
(uit VSA), met een gemiddelde
jaarlijkse omtrekaangroei van 7 cm en een
hoge roesttolerantie (verschillend van
roestresistent). Onderzoek door de
Universiteit Gent naar de houtkwaliteit
toont een goede kwaliteit van zaaghout en
fineerhout aan. Momenteel loopt de homologatieprocedure
om de nieuwe klonen te
laten goedkeuren voor de handel, Ze zullen
wellicht op de markt komen met de
namen Scado en Bakko.
Aan de rand van het bos werden ook enkele
proefbomen van de grauwe abeel aangeplant.
De abeel is wat in de anonimiteit
verdwenen, maar was in het verleden vaak
bekend als de eik voor de armen. Het
lichte maar behoorlijke resistente hout
kende tal van toepassingen : vloeren in
karren tot dakgebinten en bouwhout. De
grauwe abeel groeit iets trager dan de
populier, past zich gemakkelijk aan zeer
diverse bodemtypes aan, en werkt
bodemverplegend. Een nadeel is dat integenstelling
met de populier de abeel moeilijk
te vermeerderen is, en in vitro cultuur
aangewezen is. Een voordeel is dat hij,
nochtans een kruising tussen P. tremula en
S. alba, als inheems wordt aanzien, en
dus subsidies (1500?/ha) verkrijgbaar zijn
bij bebossing.
Tijdens het bezoek aan de proefkwekerij te
Grimminge konden de deelnemers kennis
maken met de laatste stand van zaken
in het onderzoek naar nieuwe populierenklonen.
In dat onderzoek ligt niet meer
de klemtoon op roestresistentie maar eerder
op tolerantie voor roest en ziekten. Men
heeft immers vastgesteld dat de klonen die
de schimmel tolereren, minder kwetsbaar
zijn voor een massale roestinfectie. Het
roest komt voor, maar zal slechts nog zelden
agressief ontwikkelen, zodat de groeipotenties
van de boom niet worden aangetast.
Toelichting over de positie van
de populier in Vlaanderen
De heer Jos Van Slycken, directeur van
het Instituut voor Bosbouw en
Wildbeheer (IBW) en voorzitter van de
Stichting Populier, had de eer om als
populierenliefhebber het praktijkvoorbeeld
van de voormiddag toe te lichten en
te onderbouwen met wetenschappelijke
data. Het IBW (ontstaan uit het private
populierenonderzoekscentrum van Union
Allumetière) heeft een wereldfaam in het
onderzoek naar populier. Samen met de
Universiteit Gent werden de oppervlakten
en houtstromen in kaart gebracht.
In 2001 was er 20300 ha populierenbos,
voor 85% in privé-bezit, dit zorgde in de
jaren 50 voor een belangrijk aandeel van
bosuitbreiding op vrijgekomen gronden.
Populier is goed voor 50% van de loofhoutproductie
in Vlaanderen (lijnbeplanting
niet meegerekend). In 2001 werd
537000m3 populierhout geoogst, waarvan
328000m3 in België zelf wordt verwerkt
als vezel-, zaag-, fineer- en papierhout.
Tel hierbij nog de 228000m3 populier
die wordt ingevoerd en men komt op een
totale verwerking van 579000 m3.
Onrust !
Men stelt echter vast dat er geen opvolging
meer is van de huidige kaprijpe
bestanden (van 120 cm tot 180 cm). De
jonge bestanden maken slechts 30% uit
van de totale oppervlakte aan populier.
Bovendien stelt men als het ware een
'kruisvaart' tegen de populier vast.
Populier in natuurreservaten moet zo snel
mogelijk weg ! Gemeentelijke kapverordeningen
bannen populier. En er zijn
grote vraagtekens of er nog plaats is
voor populier in het VEN, SBZ en groene
gewestplanbestemmingen .
Misvattingen en negatief imago
Spijtig genoeg heeft de populier af te
rekenen met hardnekkig ingeburgerde
misvattingen, die aanleiding geven tot
een negatief imago. We sommen enkele
van de vooroordelen op die in de
natuurbehoudsector nog steeds grote
aanhang kennen: - Verantwoordelijk voor de banale kruidvegetatie
- De populier is een exoot
- Populier verlaagt de biodiversiteit
- De ziekteproblemen
- De geringe aandacht van de overheden
voor de productiefunctie van het bos
- Het Vlaamse bosbeleid geeft geen
echte stimulansen voor populier
- De korte bedrijfstijd
- Bodembeschadiging bij de frequente
exploitatie
- Populier is mede oorzaak van verdroging
- Populier vergiftigt waterlopen
De kwaliteiten
Er bestaan inmiddels voldoende studies
en wetenschappelijk onderbouwde argumenten
die deze vooroordelen één
voor één kunnen weerleggen. Men
moet er natuurlijk oog voor hebben. De
populier heeft specifieke eigenschappen
die mits een verantwoord beheer
ook een aanwinst zouden kunnen zijn
voor het natuurbeheer, ook in natuurgebieden,
het VEN, SBZ en andere
groengebieden.
De brandnetelvegetatie is niet typisch
voor populier, maar heeft alles te maken
met het voormalige landbouwgebruik
van de grond. Populier wordt nog steeds
zeer veel aangeplant op voormalige landbouwgronden,
deze zijn rijk aan fosfor,
verantwoordelijk voor de groei van o.a. de
brandnetel. Na 20 jaar is dit gehalte reeds
gehalveerd en na 40 jaar niet meer te
onderscheiden van andere bosbodems.
Het gemiddeld waterverbruik van populier
ligt zelfs lager dan dit van fijnspar of
den. Naaldhout kent het gehele jaar verdamping,
populier kent een piek in juli en
augustus.
Zeer opmerkelijk is het buffervermogen
van populier voor stikstof. De stikstof-uitloging
in populierenbestanden is bijna
nihil, terwijl men onder eik of grove den
ruim 40 tot 50 ppm aan NO3 meet. In de
huidige problematiek rond mest en
nitraatrichtlijnen opent dit misschien perspectieven
om stikstof vast te leggen in
landbouwgebieden. De populier behoudt
ook de bodemvruchtbaarheid door de
bodem niet te verzuren, dit in tegenstelling
met bvb. de zwarte els.
Biodiversiteit
De populier levert ook een aanzienlijke
bijdrage tot de biodiversiteit op zijn groeiplaats.
Populier is van nature een boomsoort
voor het vallei-ecosysteem.
Onderzoekers vonden meer dan 700
soorten insecten, waarvan ruim 88 soortspecifiek,
bvb voor els slechts 61 soorten
en voor es nog 47 soorten.
Het merendeel is aan het genus Populus
gebonden. Het massaal verwijderen van
cultuurbos met populier heeft een negatieve
invloed op territoriale vogelsoorten en
hun predatoren.
Het hout van populier is een prima grondstof
: lage densiteit gekoppeld met relatief
hoge sterkte, maakt het zowel geschikt
voor (zware) verpakking tot gebruik voor
fineer. Bovendien is het kleur-, smaak-, en
geurloos, dus uitermate geschikt voor:
verpakking van voedingsmiddelen
(concurrentie plastic!)
Er is een aanzienlijk lagere milieukost
i.v.m. naaldhout bij papier: 20 % minder
energie, bijna geen chemicaliën, lichter
gewicht.
Geproduceerd als lokale grondstof (straal
150 km) kent populier een uitermate gunstig
milieu-ecologisch profiel.
Toekomst
Nu ligt reeds 9500 ha of 44 % van onze
populierenbossen in het Vlaams
Ecologisch Netwerk (6000 ha overlapt
met Natura2000 gebieden), en nog eens
2000 ha ligt enkel in Natura 2000 gebieden.
In totaal meer dan de 50% van onze
populierenbossen liggen in het VEN.
Het Maatregelenbesluit schrijft voor het
beheer van bossen het uitgebreid
beheerplan voor dat dient te voldoen
aan de Criteria Duurzaam Bosbeheer :
• Verbod niet-inheemse planten te introduceren
= verbod cultuurpopulier (ook
als die er al was?)
• Wel lijnbeplantingen met populier• Wel populier mits bestaand goedgekeurd
beheerplan (20 j)
• Individuele ontheffing door minister,
mits naleven zorgplicht
We hebben echter de indruk dat uit
bepaalde drukkingsgroepen men nog
enkel oog heeft voor de criteria m.b.t.
milieubescherming, natuurbehoud en
het behoud of de ontwikkeling van biodiversiteit.
De CDB hebben echter ook in
zeer belangrijke mate oog voor en bieden
garanties voor sociale en culturele functies
en de productie- en economische
functies.
De criteria moeten ook bekeken worden
gespreid in de ruimte en de tijd. Veel zal
worden bepaald bij het opmaken van de
natuurrichtplannen. Indien men daar
kiest voor een enge interpretatie en met
de wetenschap dat een natuurrichtplan
niet enkel wordt opgemaakt voor het
VEN, maar ook voor Natura 2000 gebieden
en de groene gewestplanbestemmingen
is er terecht een grote vrees en
onzekerheid naar de toekomst over het al
dan niet nog mogen aanplanten van
populier en zelfs van bosbeheer.
Enkele suggesties
Diverse studies hebben reeds uitgewezen
dat de invloed van populier op de
natuurwaarde nihil is, integendeel, zelfs
een belangrijke bijdrage kan leveren in
zijn natuurlijk ecosysteem, de valleigebieden
en graslanden in Vlaanderen.
De populier bezit een groot buffervermogen
tegen stikstof, voorkomt verzuring
van de bodem, verbruikt niet meer
water dan andere bomen, maar heeft
integendeel een laag zuurstofverbruik
bij vertering van het blad in het water.
Indien men om zeer specifieke natuurredenen
toch verkiest de populier uit een
natuurgebied te weren, wacht dan tot
de normale kapleeftijd, of laat de populier
gewoon natuurlijk afsterven in het
ecosysteem.Naar beheer van populierbestanden is
het aan te raden deze niet aan te planten
in waardevolle (bos)ecosystemen, bij de
aanplant gebruik te maken van de
mozaïekstructuur, d.w.z. verschillende
klonen, leeftijd en exploitatietijd.
Ontwikkel een onderetage en verzorg
de randen en zomen.
Het IBW voert momenteel een studie die
deze verschillende criteria afweegt in de
praktijk om te komen tot een bruikbaar
beslissingsmodel van Code Goede
Praktijk.
Al deze aanbevelingen zitten ook vervat
in de film 'Ecologisch bosbeheer van
populierenbossen', die ontwikkeld werd
door onderzoeker ir. Arne Verstraeten in
opdracht van het IBW.
Tijdens de vragenronde werd pijnlijk duidelijk
dat deze kennis van het IBW nog
niet tot de dagelijkse realiteit is doorgedrongen.
Verschillende eigenaars wezen
er op dat zij momenteel geen vergunning
krijgen voor het aanplanten van populier.
De vertegenwoordiger van de afdeling
Natuur wees er echter op dat populier
zeker nog zal kunnen en zelfs moet kunnen
in het VEN. Hij deed een oproep om
een dialoog op te starten, de Code
Goede Praktijk opent hiervoor perspectieven.
Landelijk Vlaanderen en het IBW voelen
zich hiertoe bereid, en stellen voor om in
de loop van 2006 te komen tot een standpunt
voor het aanplanten van populier,
maar ook andere exoten, in het VEN en
andere gebieden met natuurbeperkingen
en deze kenbaar te maken op een
volgende studiedag of praktijkdag. We
komen hier zeker nog op terug.
Meer info op website www.ibw.inbo.be
Onze bijzondere dank voor het wetenschappelijke
personeel van het IBW en het Natuureducatiefcentrum
de Helix. Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
POPULIERENBOEREN: TWEE GETUIGENISSEN.
door Linda Meiresonne,
Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer | Populierenboeren in Vlaanderen? Ze bestaan echt! Boeren die populieren telen op hun gronden in plaats van
maïs, aardappelen of tarwe, en ze met evenveel zorg opkweken om een rendabele oogst te halen. We gingen
er twee bezoeken, Paul Nijskens in Zoutleeuw en Raf Dankaert in Zottegem.We lieten hen vertellen over
hun ‘populierenbedrijf’.
Hoe word je populierenboer?
“Dit is een bedrijvigheid waar je langzaam
inrolt”, zegt Paul, een gepensioneerde
fruitkweker die zijn bedrijf aan
zijn zonen overliet. Hij werd eigenaar van
enkele hectaren bos via een erfenis van
zijn vrouw. Nu en dan kocht hij aanpalende
percelen bij. Laaggelegen zandleemgronden
die te vochtig zijn voor de
fruitteelt. Hij heeft nu ongeveer vijftig hectare
populier in beheer.
Raf had een landbouwbedrijf. Maar hij
vormde het om naar populier, toen de
boerderij niet meer genoeg opbracht, en
hij breidt nog steeds uit. Het populierenbedrijf
is nu rond de tachtig hectaren
groot. Raf wordt voor het beheer bijgestaan
door zijn zoon.
De stiel van populierenboer
Een goede start begint bij goed uitgangsmateriaal.
Paul kweekt zijn plantenmateriaal
zelf en zweert bij de snelgroeiende
kloon ‘Beaupré’. Raf koopt zijn
bomen bij boomkwekers en heeft ook
vertrouwen in nieuwere klonen zoals
‘Muur’, ‘Vesten’, ‘Oudenberg’ en
‘Grimminge’. Paul bewerkt zijn gronden
alvorens aan te planten. Bovendien geeft
hij de jonge planten flink wat stalmest
mee. Het boorgat vult hij aan met argexkorrels
om een vlotte beworteling te
garanderen. De jonge planten moeten
beschermd worden tegen wild. Netjes
helpen tegen konijnen.
Om kwaliteitshout te telen, moet je veel
zorg dragen voor je bomen. “Het geheim
van een mooie populier is de regelmatige
snoei”, beamen beide populierenboeren.
Raf heeft geïnvesteerd in een verreiker,
waarmee zijn zoon al het snoeiwerk zelf
kan uitvoeren.
Paul is overtuigd van de voordelen van
grondbewerking. In jonge aanplantingen
freest hij maandelijks, in volwassen
bestanden twee maal per jaar. De laatste
jaren worden heel wat populieren ernstig
aangetast door de roestziekte.
Bij een goed verzorgde aanplanting op
een aangepaste bodem kan de houtkoopman
reeds na zestien à achttien jaar
komen vellen. Dan hebben de bomen
op anderhalve meter hoogte een omtrek
bereikt van 150 à 170 centimeter.
En de rekening?
Onze populierenboeren zijn ervan overtuigd
dat hun onderneming rendabel is.
Dat hebben ze snel berekend. “Geschikte
populierengrond koop je aan voor zeven
duizend vijfhonderd à achtduizend zevenhonderd
vijftig euro per hectare”, zo konden
zowel Raf als Paul zelf ervaren. Raf
verwacht bovendien dat er de komende
tijd meer gronden te koop zullen komen en
de prijs nog zal zakken. En dan is het
rekenen: als je kwaliteitsvol te werk gaat,
verkoop je het populierenhout aan vijftig à
zestig euro per kubieke meter. Elke boom
levert ongeveer twee kubieke meter kwaliteitshout.
Met honderd vijftig bomen per
hectare levert dit vijftien duizend euro op.
Als je de grondprijs aftrekt, rest er dus een
opbrengst van zeven duizend vijfhonderd
à zes duizend tweehonderd en vijftig euro
en je bent bovendien grondeigenaar
geworden. “Dat is een spaarpotje voor
later.” “Bij de eerste beplanting van een
landbouwgrond heb je ook recht op subsidies”,
benadrukt Paul. “Je krijgt een
tussenkomst in de aanplantingkosten en
de snoeikosten. En er is ook nog de
inkomenscompensatie, zowel voor de
landbouwer als voor de niet-landbouwer.”
“Eenmaal je in een roterend systeem zit, is
het mogelijk om uit populierenteelt een
bevredigend jaarlijks inkomen te halen”,
vindt Raf. Als je jaarlijks drie hectaren kan
kappen, genereer je een inkomen van vijfenveertig
duizend euro. Houtinkomsten
zijn voor privé-personen niet belastbaar.
Met een rotatietijd van twintig jaar,
betekent dit dat een populierenbedrijf van
zestig hectare voldoende groot is. Het
vergt natuurlijk enige tijd en investering om
dit op te bouwen. Maar beide populierenboeren
beaamden dat ze in feite hun
bedrijf voor hun kinderen opzetten.
Kiezen voor een bosbedrijf
Raf en Paul hebben een goedgekeurd
beheerplan. Zo is het beheer van hun
populierenbedrijf goed geregeld. Hun
gronden liggen niet in het VEN, wat de
zaak vergemakkelijkt. Ze zijn er zich wel
van bewust dat zodra ze de tweede
generatie populier aanplanten, hun landbouwgrond
bos wordt. Voor Raf is dat
geen bezwaar. “Grond onder pacht
brengt toch niet veel op en als je die wilt
verkopen, is hij tot dertig procent minder
waard. Met bos erop blijf je eigenaar. En
de eventueel gedaalde grondwaarde
wordt gecompenseerd door het hout dat
er op staat.” Ook Paul ziet geen problemen
in deze bestemmingswijziging.
Populier niet populair?
De Afdeling Bos & Groen stimuleert de
populierenteelt minder dan andere vormen
van bebossing. De subsidies voor
bebossing en herbebossing zijn volledig
vervallen. De inkomenscompensatie
bij bebossing van landbouwgronden is
verlaagd. In VEN-gebieden gelden de
Criteria Duurzaam Bosbeheer en is de
subsidie voor bebossing van landbouwgronden
afgeschaft. Raf en Paul begrijpen
deze houding ten aanzien van de
populier niet. “Wij vinden dat wij aan multifunctionele
bosbouw doen: we produceren
een waardevol economisch
goed op een ecologisch verantwoorde
wijze.” Helemaal moeilijk heeft Raf het
met de houding van de natuurverenigingen.
Hij vindt dat ze bossen aanleggen
die helemaal niets opbrengen. Ze
kanten zich tegen de populier omdat die
niet inheems is. Dan zouden er toch nog
veel andere teelten moeten verdwijnen uit
Vlaanderen, zoals maïs, aardappel, enzovoort?
De populier is hier al zo lang. Hij
maakt deel uit van het Vlaamse landschap.
Collega-boeren zien blijkbaar geen graten
in de bedrijfspraktijken van deze
populierenboeren. Zolang dit maar
gebeurt op gronden die vrij zijn vanpacht. Of andere boeren ook interesse
zouden kunnen krijgen voor de populierenteelt,
betwijfelt Raf. “Oudere, uitbollende
boeren zullen eerder zwichten voor
de hoge bebossingsubsidies en inkomenscompensatie
die verleend worden
bij de aanplant van ‘edele’ boomsoorten,
zoals es, kers, eik of beuk. Zulke
bossen, die een omlooptijd van vijftig tot
honderd vijftig jaar hebben, zullen niet
onderhouden worden door de volgende
generatie, want dat kost geld. Over vijftig
jaar zal daar een bos staan zonder
enige (economische) waarde. Waar is
dan de investering naar toe?”
Met liefde
Deze boeren houden van hun bomen en
van de natuur. Ze werken graag in hun
bossen. Ze produceren door hun bijzondere
zorg en grote liefde hoogwaardig
hout, dat zeker zijn weg vindt naar de
houtmarkt en daar een goede prijs zal
halen. En ze verklaarden zich enthousiast
bereid om aan collega-boeren alle
aspecten van hun populierenbedrijf uit de
doeken te doen.
Het volledige artikel wordt u op eenvoudige aanvraag
bij ons secretariaat per e-mail toegezonden.
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
| Plattelandsbeleid : een gezamenlijk innovatieproces |
Leegstand op het platteland is een toenemend probleem.
Mogelijkheden tot herbestemming dringen zich op ! De Vlaamse regering erkent nu het platteland
in zijn drievoudige functie : als
een kwalitatief leef- en woongebied, als
een dynamisch productiegebied en als
aanbieder van een aantal collectieve
diensten voor de hele samenleving zoals
open ruimte, natuur, recreatie en stilte. Ze
wil stimulerende maatregelen nemen
opdat deze drie hoofdfuncties harmonieus
samengaan zonder dat één functie
de andere verdrukt. Daartoe zal ondermeer
een dialoog tussen alle actoren tot
stand worden gebracht.
Met de opstart in juli ll. van het
Interbestuurlijk Plattelandsoverleg,
IPO, (zie de Landeigenaar nr. 28) is reeds
een eerste concrete stap gezet ter uitvoering
van een vernieuwd Vlaams plattelandsbeleid.
De 3 werkgroepen, waarin
we tevens actief deelnemen, hebben
reeds enkele thema's aangesneden,
zoals het gebruik van leegstaande
gebouwen voor hoeve- en plattelandstoerisme,...
Hierover werd half oktober ll. verslag uitgebracht
in de politieke beleidscel, die
de regering moet adviseren. Zo creëert
het IPO, als beleidsdomein- en bestuursniveau
overschrijdend overlegorgaan,
de mogelijkheid om de bestaande
expertise en de initiatieven die uitgaan
van overheden en plattelandsactoren
samen te brengen met het oog op een
meer efficiënter en beter afgestemde
inzet van middelen en instrumenten.
Naast de werking van het IPO werd door
de regering ook een project gelanceerd:
Plattelandsbeleid, een gezamenlijk
innovatieproces. Dit participatieve
proces wil een geïntegreerd plattelandsbeleid
ondersteunen via de inbreng van
een vernieuwde visie, strategie, instrumenten
en indicatoren van het Vlaamse
platteland. Vanuit een toekomstgerichte
dialoog zullen een viertal scenario's voor
het platteland in Vlaanderen ontwikkeld
worden. Ook hieraan werken we actief
mee. De bedoeling is dat de resultaten
van dit project een bijdrage leveren aan
de werking van het IPO en ook van de
nieuwe PDPO, doch ook aan de opmaak
van het Vlaams Plattelandsbeleidsplan,
dat momenteel in voorbereiding is.
Een eerste Workshop had plaats op 20
september ll. en werd besteed aan een
analyse van het verleden en de toekomst
van het platteland. Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar
|
| RUIMTELIJKE AFBAKING LAND, NATUUR EN BOS |
Op 17 december 2004 besliste de Vlaamse Regering haar goedkeuring te hechten aan de manier van werken
en de timing voor de afbakening van de gebieden van de agrarische en natuurlijke structuur. Er even aan herinneren
dat het Ruimtelijk Structuurplan voorziet in 750.000 ha agrarisch gebied, 38.000 ha natuurgebied
extra en 10.000 ha bijkomend bosgebied.
Vlaanderen werd opgesplitst in 15 deelgebieden
(inmiddels gereduceerd tot
14). , zoals vervat in het regeerakkoord,
die – prioritair voor belangrijke delen van
de agrarische structuur – leiden tot het
opstarten van ruimtelijke uitvoeringsplannen
ter bevestiging van de agrarische
bestemming.
In de regio Haspengouw-Voeren werd
als eerste gestart met een proefproject.
Inmiddels zijn alle adviezen en bezwaren
verwerkt. Binnen deze regio werd in de
verschillende gebieden samen volgende
oppervlaktes herbevestigd : landbouw:
39.206 ha, natuur en reservaat: 161 ha,
overig groen: 266 ha en bos: 55 ha
Voor de gebieden die niet werden herbevestigd,
werd een operationeel uit-voeringsprogramma opgemaakt dat -
o.a. op basis van de elementen uit de
adviezen en uit de actoren - een categorisering
en fasering van de acties uit het
programma voor uitvoering vastlegt. Men
onderscheidt volgende categorieën :
- gebieden waarvoor gestart wordt met
de voorbereiding van een gewestelijk
ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP).
- gebieden waarvoor specifiek verder
detailonderzoek nodig is (bv. een landbouwgevoeligheidsanalyse)
vooraleer
eventueel met de opmaak van een
gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan
gestart wordt.
- gebieden waarvoor de opmaak van een
gewestelijk RUP op korte termijn niet
haalbaar of aangewezen is omdat de
resultaten van andere planningsprocessen
afgewacht moeten worden of
omdat verder overleg nodig is om tot
overeenstemming te komen over de
ruimtelijke visie.
- gebieden waarvoor de opmaak van een
gewestelijk RUP op korte termijn weinig
meerwaarde biedt ten opzichte van de
bestaande plannen van aanleg omdat
er recent gewestplanwijzigingen afgewerkt
werden of weinig fundamentele
bestemmingswijzigingen aan de orde
zijn.
- gebieden waarvoor een principiële
beleidskeuze nodig is, omdat de visies
van verschillende actoren fundamenteel
tegenstrijdig zijn en onmogelijk via
overleg een compromis tot stand
gebracht kan worden.
Landelijk Vlaanderen is bij het overleg
betrokken. Het blijft echter een enorme
taak om voor elk deelgebied het dossier
grondig op te volgen. Als vereniging
hebben we fundamentele bezwaren
tegen de procedure en het verloop van
de inspraak. Samen met andere partners,
die bij het overleg zijn betrokken
hebben we het gevoel, dat de administratie
Ruimtelijke Planning slechts weinig
afwijkt van de uitgestippelde koers, en
maar minimaal rekening houdt met de
bezwaren. Er wordt een visie van een
visie gemaakt, en aan de andere kant
weten we dat er nu reeds druk wordt
gewerkt aan de voorbereiding van het
nieuwe Ruimtelijke Structuurplan. Het blijft
ook een abstract gegeven, want we
konden vooraf geen kaarten (met
concrete aanduidingen) inkijken. We
willen de leden hierbij oproepen om
ons eventuele knelpunten in hun regio
te melden, zodat we dit alsnog kunnen
meenemen in onze adviezen. Landelijk
Vlaanderen onderschrijft ook een
gemeenschappelijk advies van de bossector,
dat in samenspraak wordt opgemaakt
met de Vereniging voor Bos in
Vlaanderen, en de Vlaamse Hoge
Bosraad.
Alle info vindt u ook op de website
www.ruimtelijkeordening.be en doorklikken
op planningsprocessen en dan buitengebied. Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
MEST EN NITRAAT :
Vlaanderen veroordeeld
door de Europese Commissie
|
Het Europees Hof van Justitie heeft op 22 september 2005 geoordeeld dat het Vlaamse Gewest in 1999 geen
(mogelijk) verontreinigde wateren en niet genoeg kwetsbare zones water heeft aangeduid. Kris Peeters, Vlaams
minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur stelt dat Vlaanderen zich volledig zal schikken naar
dit arrest. Hij maakt volop werk van de afbakening van de verontreinigde wateren en van bijkomende kwetsbare
gebieden water. Hij kondigt reeds aan dat hij het initiatief neemt om bijkomend kwetsbaar gebied af te bakenen
: op basis van de recentste meetresultaten van het nitraatgehalte in oppervlaktewater gaat het over netto
142.000 ha.
Op basis van zijn visienota, die de
Vlaamse regering goedkeurde op 22 juli
jl., en in overleg met alle betrokkenen
brengt minister Peeters tegen 1 januari
2006 een nieuw mestactieplan in uitvoering.
Het zal meer resultaatgericht
zijn en een grotere verantwoordelijkheid
opdragen aan de individuele landbouwer
om de mest van zijn bedrijf op een leefmilieukundig
verantwoorde manier af te
zetten. De belangrijkste klemtonen liggen
hierbij op:
- de afbakening van de verontreinigde
wateren en van bijkomende kwetsbare
gebieden water, afhankelijk van de
nauwgezette opvolging van de metingen
van het oppervlakte- en grondwater
en op basis van de drie criteria van
de nitraatrichtlijn.
- de omkeerbaarheid van de afgebakende
kwetsbare gebieden oppervlaktewater
bij goede meetresultaten.
- maatregelen in de kwetsbare gebieden
om de kwaliteit van het water te verbe- het terugdringen van overbemesting
via een strenge handhaving (verstrengen
controle op mesttransporten en
steekproefsgewijze controle op nitraatresidugehalte
op percelen in gebieden
met uitzonderlijk hoge nitraatconcentratie)
- de nadruk op een oordeelkundige
bemesting, die beantwoordt aan de
behoeften van de gewassen, zodat de
verliezen naar het leefmilieu van fosfaten
en nitraten tot het minimum worden
beperkt.
- de opvolging van de transacties van
de nutriëntenemissierechten, met telkens
afroming van een bepaald percentage
om op die manier het algemeen
mestoverschot in Vlaanderen te
verminderen.
- De opkoopregeling van nutriëntenemissierechten
door de overheid.
Minister Peeters dringt er op aan dat
iedereen nu zijn verantwoordelijkheid
neemt : "De landbouworganisaties dienen
hun leden maximaal te sensibiliseren
voor de naleving van de code van goede
landbouwpraktijken. En alle individuele
landbouwers worden geacht het uitrijden
van mest op het land correct uit te
voeren volgens de normen van het mestdecreet"
Landelijk Vlaanderen heeft begrip voor
de maatregelen uitgevaardigd door
minister Peeters, maar wil tevens ook
nog enkele aanbevelingen formuleren.
Het arrest stelt nog eens dat de
Nitraatrichtlijn duidelijke normen voorschrijft,
die dienen gehaald te worden.
Nergens wordt geëist dat de nulbemesting,
van kracht in het Vlaams
Gewest, gekoppeld is aan een bepaalde
gewestplanbestemming. Voor
Europa kan bemesting in groen- en
natuurgebieden derhalve wel, men dient
echter steeds de norm te halen. In de
geest van de richtlijn kan Landelijk
Vlaanderen een volledige afbakening
van het Vlaams Gewest als kwetsbaar
gebied aanvaarden, ook al is dit op korte
termijn een pijnlijke maatregel voor de
landbouw. Maar, een nulbemesting kan
ook nooit gedwongen opgelegd worden
vindt Europa. Het uitbetalen van een
(eenmalige) premie is totaal ontoereikend
om de verliezen te compenseren.
Het aanmoedigen van vrijwillige beheerovereenkomsten
lijkt ons meer aangewezen.
Dit sluit aan bij de visie van minister
Peeters: respecteer de normen, vul
zelf in en neem zelf verantwoordelijkheid.
Bovendien waarschuwt Landelijk
Vlaanderen voor een mogelijke planologische
ruil van agrarische gewestplanbestemmingen
in kwetsbare
gebieden, met groene bestemmingen
buiten deze gebieden. Voor de landeigenaars
zou dit de doodsteek betekenen
voor de rentabiliteit van hun eigendom.
De norm van de richtlijn is bepalend,
niet de gewestplanning van de
grond!!!!
Landelijk Vlaanderen zal er alles aandoen
om dit standpunt hoorbaar te
maken bij de Vlaamse regering !
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar
|
| De eerste editie van GO4NATURE is achter de rug ! |
Op 25 juni werd de editie
2005 van Go4Nature
afgesloten met een heus
Go4Nature-feest in het
Dierenpark Planckendael.
Alle indieners van één van de 32
dossiers werden uitgenodigd. Bijna
400 mensen gingen in op de uitnodiging.
Ook Landelijk Vlaanderen was
van de partij.
Het werd een onvergetelijke dag !
Aan het onthaal kreeg iedereen een
leuke Go4Nature-rugzak met o.m. een
Go4Nature-badge en onze nieuwsbrief
Bos. In het Dogondorp werden
de groepen verwend met een spetterend
en avontuurlijk Go4Nature-programma:
een insectensnackbar en
een splinternieuwe speeltuin voor de
jongsten, een avontuurlijk touwenparcours
‘wandelen door bomen’ voor
durvers, spannende groepsspelen
voor avonturiers onder leiding van
Matthias ‘Robinson’ Verscheure,
peter van Go4Nature. Geïnteresseerden
kregen een rondleiding over
milieuzorg in Planckendael.
Er waren 18 winnaars (2000 euro per
winnend project) en er werden ook 5
aanmoedigingsprijzen (500 euro) uitgereikt.
Dankzij Cera kon Argus een
totale financiële steun van 38 500
euro toekennen. Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
| Inbev-leefmilieuprijs 2005 voor Limburg |
| De prestigieuze Inbev-
Leefmilieuprijs 2005
van de Stichting
Behoud Natuur en
Leefmilieu wordt
dit jaar toegekend
aan het project
van de v.z.w.
Vijvergebied
Midden-Limburg.
Verschillende private
landeigenaars
hebben zich daar
verenigd om zo gezamenlijk
hun eigendommen te
beheren. De afwisseling van vijvers, vennen, rietkragen,
heide en bos, maakt het een zeer waardevol gebied met een
hoge natuurwaarde, o.a. de roerdomp broedt nog in het
gebied! Half december zal, in aanwezigheid van ZKH Prins
Laurent, de hoofdprijs van 7500 ? worden overhandigd aan
deze vereniging. In een volgend nummer komen we hier
zeker op terug.
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar |
| HERBOS JEZELF |
De Week van het Bos had dit jaar als slogan “Herbos
jezelf”. Het bos is immers dé plaats om te herbronnen.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het bos goed is
voor onze gezondheid.
Bij de officiële opening van de Week van het Bos op 2 oktober
ll. in het Meerdaalwoud, zegde minister Peeters zijn volle
steun toe aan de aanleg van nieuwe bossen.
Hij riep op tot dialoog. Het is een uitgelezen kans voor boseigenaars,
professionele bosbeheerders en elkeen die een
sterke band met het bos heeft, om in dialoog te gaan met
alle geïnteresseerde en betrokken partijen. Slechts op die
manier kan sprake zijn van een ware opbouw van het
draagvlak voor allerhande maatregelen en initiatieven ten
voordele van het bos. Dit moet leiden tot nog meer steun
voor het behoud van onze bossen en tot meer en nieuwe
bossen. Een belangrijk deel van zijn beleid rond bossen,
steunt op het opnieuw kansen en vertrouwen geven aan de
boseigenaars om hun bossen met meer kennis en interesse
te gaan beheren.
De bosgroepen maken dit mogelijk door de formule van
gegroepeerd beheer en ondersteuning aan vooral de privéboseigenaars.
Tevens werd het ecoduct over de N25, het eerste is in zijn
soort in Vlaanderen, officieel ingehuldigd door de minister.
Kwetsbare diersoorten, reeën en ruiters kunnen nu veilig
deze drukke verkeersader door het bos oversteken.
Terug naar Inhoud van deze editie Terug naar overzicht Landeigenaar
| |