Landelijk Vlaanderen

Vereniging van Bos-, Land-, en Natuureigenaars v.z.w.






















Home > Landeigenaar > LE Nr 29



Inhoud
Woord van de voorzitter
Populier in Vlaanderen
Populierenboeren
Plattelandsbeleid
Ruimtelijke afbakening
Mest en nitraten
go4nature
InBev prijs
Week van het bos
Woord van de voorzitter
In mijn laatste edito verwees ik naar een aangename vaststelling, nl. dat Landelijk Vlaanderen de kans krijgt om gehoord te worden. Bij de overheid, zowel op politiek niveau, als bij de administratie, stellen we de wil vast om open kaart te spelen en is er een bereidheid tot medewerking met de privé sector. Er is een duidelijke kentering vast te stellen in hun communicatie.
Natuurlijk, de administratieve complexiteit blijft nog bestaan. Het gevoel van betutteling verdwijnt niet onmiddellijk. Niet iedereen is hier van overtuigd, maar belangrijk is, dat het probleem nu gekend en erkend wordt door de verantwoordelijken.
Wij moeten dus van deze gelegenheid gebruik maken. Het is een unieke kans. In overleg treden betekent echter niet enkel met onze frustraties naar buitenkomen en een klaagzang aanheffen. De ministers, hun kabinetten, en de ambtenaren, kennen nu maar al te goed de landelijke problemen. We moeten hen niet blijven bestoken met enkel klachten van onze kant. Dit werkt op termijn eerder contra-productief. Neen, we moeten juist constructief meewerken : met kennis van zaken, met concrete vragen en vooral met een brede waaier aan voorstellen, onderbouwd met degelijke argumenten. Onze gesprekspartners geven ons nu deze kans. We moeten deze mogelijkheden met beide handen aangrijpen en verantwoordelijkheid willen dragen.
Het wordt echter geen gemakkelijke klus. De overheid, met haar talrijke structuren en instrumenten, beschikt over een uitgebreid ambtenarenapparaat. Deze bekwame personen produceren initiatieven, adviezen en studies in de meeste diverse domeinen. Van Landelijk Vlaanderen wordt dan verwacht in een ijltempo, soms slechts in enkele dagen, te reageren, te antwoorden of te adviseren.
Maar met welke middelen ? Met onze gemotiveerde, maar veel te kleine staf en enkele vrijwilligers ??? Het is een ongelijke strijd, maar toch, de R.A.F heeft de Battle of Britain gewonnen 65 jaar geleden…. Bovendien denkt men al te gemakkelijk, dat Landelijk Vlaanderen, die de private landeigendom vertegenwoordigt, over belangrijke financiële middelen beschikt,…. Als ledenorganisatie werken we bijna uitsluitend op basis van de lidgelden.
Uit bovenstaande beschouwingen trek ik de volgende conclusies : In onze lobby-acties streven we naar een ‘constructieve en realistische dialoog’, Naar organisatie is het duidelijk dat we ons ‘professioneel moeten versterken om actief aanwezig te zijn rond de verschillende overlegtafels en om goed onderbouwde voorstellen te kunnen produceren.’
Deze professionele middelen moeten gekaderd worden door ervaren en bereidwillige vrijwilligers, met goede wisselwerking met de ledenbasis.
Op deze manier kunnen we bepalen over welke middelen we moeten kunnen beschikken om een termijnplan op te maken.
Hierbij richt ik graag een oproep tot al onze leden om, buiten hun specifieke problemen, geen individuele acties te gaan ondernemen tegenover de overheid. Het leidt vaak tot verwarring, en onbegrip bij onze partners. Zij zouden hun tijd beter bij ons kunnen besteden. We moeten meer gezamenlijke en gecoördineerde acties voeren, waardoor een goede samenwerking onze slagkracht versterkt.
In een volgend nummer zal ik hier nog verder op ingaan.
Maar het is nu reeds onze doelstelling meer beroep te doen op de inbreng en de wisselwerking met de leden, zowel naar tijd, middelen, expertise, als naar financiële middelen, ledenacties en andere activiteiten. Ook op gebied van imago en communicatie zullen wij actiever worden. Op korte termijn gaan wij, Landelijk Vlaanderen, onze relatie met KBBM verduidelijken en hiervoor gebruik maken van de lidmaatschapsbijdrage voor 2006.
Ik hoop dus in de volgende edities nog uw aandacht te mogen krijgen voor de verdere omschrijving van onze actiepunten.
Philippe Casier
Voorzitter

Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
Populier in Vlaanderen
Ruim zestig geïnteresseerden waren in de streek van Geraardsbergen op de afspraak op een zonnige najaarsdag (23 september ll.) om meer te weten te komen over het ecologisch beheer van populierenbestanden. De ruime belangstelling toonde duidelijk aan dat het thema populier bij de eigenaars actueel is. Hoopgevend was ook de aanwezigheid van verschillende gemeentebesturen en vertegenwoordigers uit de natuursector.

Op het terrein Bij het terreinbezoek, van een populierenbestand in het VEN, was er onmiddellijk verbazing. Midden in het bestand waande niemand zich in een 'populierbestand', maar echt in het bos : een uitbundige en zeer diverse onderetage. In het voorjaar is de bosbodem er bedekt met een uitbundige bloeiende flora van speenkruid, bosanemoon, sleutelbloem,... Allen indicatoren van een oude bosbodem. Oude kaarten laten zien dat deze regio steeds bebost is geweest. Reeds enkele generaties populier stonden op de bezochte standplaats. Eén vooroordeel tegen de populier wordt hier reeds weerlegd : de kwaliteit en de bodemflora is niet aangetast. Momenteel is het bestand beplant met proefklonen aangeplant in 1982 en die nog niet in de handel verkrijgbaar zijn. Het betreft kruisingen tussen de P. maximowiczii (uit Azië) en de P. trichocarpa (uit VSA), met een gemiddelde jaarlijkse omtrekaangroei van 7 cm en een hoge roesttolerantie (verschillend van roestresistent). Onderzoek door de Universiteit Gent naar de houtkwaliteit toont een goede kwaliteit van zaaghout en fineerhout aan. Momenteel loopt de homologatieprocedure om de nieuwe klonen te laten goedkeuren voor de handel, Ze zullen wellicht op de markt komen met de namen Scado en Bakko.
Aan de rand van het bos werden ook enkele proefbomen van de grauwe abeel aangeplant. De abeel is wat in de anonimiteit verdwenen, maar was in het verleden vaak bekend als de eik voor de armen. Het lichte maar behoorlijke resistente hout kende tal van toepassingen : vloeren in karren tot dakgebinten en bouwhout. De grauwe abeel groeit iets trager dan de populier, past zich gemakkelijk aan zeer diverse bodemtypes aan, en werkt bodemverplegend. Een nadeel is dat integenstelling met de populier de abeel moeilijk te vermeerderen is, en in vitro cultuur aangewezen is. Een voordeel is dat hij, nochtans een kruising tussen P. tremula en S. alba, als inheems wordt aanzien, en dus subsidies (1500?/ha) verkrijgbaar zijn bij bebossing.
Tijdens het bezoek aan de proefkwekerij te Grimminge konden de deelnemers kennis maken met de laatste stand van zaken in het onderzoek naar nieuwe populierenklonen. In dat onderzoek ligt niet meer de klemtoon op roestresistentie maar eerder op tolerantie voor roest en ziekten. Men heeft immers vastgesteld dat de klonen die de schimmel tolereren, minder kwetsbaar zijn voor een massale roestinfectie. Het roest komt voor, maar zal slechts nog zelden agressief ontwikkelen, zodat de groeipotenties van de boom niet worden aangetast.

Toelichting over de positie van de populier in Vlaanderen
De heer Jos Van Slycken, directeur van het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer (IBW) en voorzitter van de Stichting Populier, had de eer om als populierenliefhebber het praktijkvoorbeeld van de voormiddag toe te lichten en te onderbouwen met wetenschappelijke data. Het IBW (ontstaan uit het private populierenonderzoekscentrum van Union Allumetière) heeft een wereldfaam in het onderzoek naar populier. Samen met de Universiteit Gent werden de oppervlakten en houtstromen in kaart gebracht. In 2001 was er 20300 ha populierenbos, voor 85% in privé-bezit, dit zorgde in de jaren 50 voor een belangrijk aandeel van bosuitbreiding op vrijgekomen gronden. Populier is goed voor 50% van de loofhoutproductie in Vlaanderen (lijnbeplanting niet meegerekend). In 2001 werd 537000m3 populierhout geoogst, waarvan 328000m3 in België zelf wordt verwerkt als vezel-, zaag-, fineer- en papierhout. Tel hierbij nog de 228000m3 populier die wordt ingevoerd en men komt op een totale verwerking van 579000 m3.

Onrust !
Men stelt echter vast dat er geen opvolging meer is van de huidige kaprijpe bestanden (van 120 cm tot 180 cm). De jonge bestanden maken slechts 30% uit van de totale oppervlakte aan populier. Bovendien stelt men als het ware een 'kruisvaart' tegen de populier vast. Populier in natuurreservaten moet zo snel mogelijk weg ! Gemeentelijke kapverordeningen bannen populier. En er zijn grote vraagtekens of er nog plaats is voor populier in het VEN, SBZ en groene gewestplanbestemmingen .

Misvattingen en negatief imago
Spijtig genoeg heeft de populier af te rekenen met hardnekkig ingeburgerde misvattingen, die aanleiding geven tot een negatief imago. We sommen enkele van de vooroordelen op die in de natuurbehoudsector nog steeds grote aanhang kennen:
- Verantwoordelijk voor de banale kruidvegetatie - De populier is een exoot
- Populier verlaagt de biodiversiteit
- De ziekteproblemen
- De geringe aandacht van de overheden voor de productiefunctie van het bos
- Het Vlaamse bosbeleid geeft geen echte stimulansen voor populier
- De korte bedrijfstijd
- Bodembeschadiging bij de frequente exploitatie
- Populier is mede oorzaak van verdroging
- Populier vergiftigt waterlopen

De kwaliteiten
Er bestaan inmiddels voldoende studies en wetenschappelijk onderbouwde argumenten die deze vooroordelen één voor één kunnen weerleggen. Men moet er natuurlijk oog voor hebben. De populier heeft specifieke eigenschappen die mits een verantwoord beheer ook een aanwinst zouden kunnen zijn voor het natuurbeheer, ook in natuurgebieden, het VEN, SBZ en andere groengebieden. De brandnetelvegetatie is niet typisch voor populier, maar heeft alles te maken met het voormalige landbouwgebruik van de grond. Populier wordt nog steeds zeer veel aangeplant op voormalige landbouwgronden, deze zijn rijk aan fosfor, verantwoordelijk voor de groei van o.a. de brandnetel. Na 20 jaar is dit gehalte reeds gehalveerd en na 40 jaar niet meer te onderscheiden van andere bosbodems. Het gemiddeld waterverbruik van populier ligt zelfs lager dan dit van fijnspar of den. Naaldhout kent het gehele jaar verdamping, populier kent een piek in juli en augustus. Zeer opmerkelijk is het buffervermogen van populier voor stikstof. De stikstof-uitloging in populierenbestanden is bijna nihil, terwijl men onder eik of grove den ruim 40 tot 50 ppm aan NO3 meet. In de huidige problematiek rond mest en nitraatrichtlijnen opent dit misschien perspectieven om stikstof vast te leggen in landbouwgebieden. De populier behoudt ook de bodemvruchtbaarheid door de bodem niet te verzuren, dit in tegenstelling met bvb. de zwarte els.

Biodiversiteit
De populier levert ook een aanzienlijke bijdrage tot de biodiversiteit op zijn groeiplaats. Populier is van nature een boomsoort voor het vallei-ecosysteem. Onderzoekers vonden meer dan 700 soorten insecten, waarvan ruim 88 soortspecifiek, bvb voor els slechts 61 soorten en voor es nog 47 soorten. Het merendeel is aan het genus Populus gebonden. Het massaal verwijderen van cultuurbos met populier heeft een negatieve invloed op territoriale vogelsoorten en hun predatoren. Het hout van populier is een prima grondstof : lage densiteit gekoppeld met relatief hoge sterkte, maakt het zowel geschikt voor (zware) verpakking tot gebruik voor fineer. Bovendien is het kleur-, smaak-, en geurloos, dus uitermate geschikt voor: verpakking van voedingsmiddelen (concurrentie plastic!) Er is een aanzienlijk lagere milieukost i.v.m. naaldhout bij papier: 20 % minder energie, bijna geen chemicaliën, lichter gewicht. Geproduceerd als lokale grondstof (straal 150 km) kent populier een uitermate gunstig milieu-ecologisch profiel.

Toekomst
Nu ligt reeds 9500 ha of 44 % van onze populierenbossen in het Vlaams Ecologisch Netwerk (6000 ha overlapt met Natura2000 gebieden), en nog eens 2000 ha ligt enkel in Natura 2000 gebieden. In totaal meer dan de 50% van onze populierenbossen liggen in het VEN. Het Maatregelenbesluit schrijft voor het beheer van bossen het uitgebreid beheerplan voor dat dient te voldoen aan de Criteria Duurzaam Bosbeheer :
• Verbod niet-inheemse planten te introduceren = verbod cultuurpopulier (ook als die er al was?)
• Wel lijnbeplantingen met populier• Wel populier mits bestaand goedgekeurd beheerplan (20 j)
• Individuele ontheffing door minister, mits naleven zorgplicht
We hebben echter de indruk dat uit bepaalde drukkingsgroepen men nog enkel oog heeft voor de criteria m.b.t. milieubescherming, natuurbehoud en het behoud of de ontwikkeling van biodiversiteit. De CDB hebben echter ook in zeer belangrijke mate oog voor en bieden garanties voor sociale en culturele functies en de productie- en economische functies. De criteria moeten ook bekeken worden gespreid in de ruimte en de tijd. Veel zal worden bepaald bij het opmaken van de natuurrichtplannen. Indien men daar kiest voor een enge interpretatie en met de wetenschap dat een natuurrichtplan niet enkel wordt opgemaakt voor het VEN, maar ook voor Natura 2000 gebieden en de groene gewestplanbestemmingen is er terecht een grote vrees en onzekerheid naar de toekomst over het al dan niet nog mogen aanplanten van populier en zelfs van bosbeheer.

Enkele suggesties
Diverse studies hebben reeds uitgewezen dat de invloed van populier op de natuurwaarde nihil is, integendeel, zelfs een belangrijke bijdrage kan leveren in zijn natuurlijk ecosysteem, de valleigebieden en graslanden in Vlaanderen. De populier bezit een groot buffervermogen tegen stikstof, voorkomt verzuring van de bodem, verbruikt niet meer water dan andere bomen, maar heeft integendeel een laag zuurstofverbruik bij vertering van het blad in het water. Indien men om zeer specifieke natuurredenen toch verkiest de populier uit een natuurgebied te weren, wacht dan tot de normale kapleeftijd, of laat de populier gewoon natuurlijk afsterven in het ecosysteem.Naar beheer van populierbestanden is het aan te raden deze niet aan te planten in waardevolle (bos)ecosystemen, bij de aanplant gebruik te maken van de mozaïekstructuur, d.w.z. verschillende klonen, leeftijd en exploitatietijd. Ontwikkel een onderetage en verzorg de randen en zomen.
Het IBW voert momenteel een studie die deze verschillende criteria afweegt in de praktijk om te komen tot een bruikbaar beslissingsmodel van Code Goede Praktijk.
Al deze aanbevelingen zitten ook vervat in de film 'Ecologisch bosbeheer van populierenbossen', die ontwikkeld werd door onderzoeker ir. Arne Verstraeten in opdracht van het IBW.
Tijdens de vragenronde werd pijnlijk duidelijk dat deze kennis van het IBW nog niet tot de dagelijkse realiteit is doorgedrongen. Verschillende eigenaars wezen er op dat zij momenteel geen vergunning krijgen voor het aanplanten van populier. De vertegenwoordiger van de afdeling Natuur wees er echter op dat populier zeker nog zal kunnen en zelfs moet kunnen in het VEN. Hij deed een oproep om een dialoog op te starten, de Code Goede Praktijk opent hiervoor perspectieven. Landelijk Vlaanderen en het IBW voelen zich hiertoe bereid, en stellen voor om in de loop van 2006 te komen tot een standpunt voor het aanplanten van populier, maar ook andere exoten, in het VEN en andere gebieden met natuurbeperkingen en deze kenbaar te maken op een volgende studiedag of praktijkdag. We komen hier zeker nog op terug.
Meer info op website www.ibw.inbo.be Onze bijzondere dank voor het wetenschappelijke personeel van het IBW en het Natuureducatiefcentrum de Helix.
Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
POPULIERENBOEREN: TWEE GETUIGENISSEN.
door Linda Meiresonne, Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer
Populierenboeren in Vlaanderen? Ze bestaan echt! Boeren die populieren telen op hun gronden in plaats van maïs, aardappelen of tarwe, en ze met evenveel zorg opkweken om een rendabele oogst te halen. We gingen er twee bezoeken, Paul Nijskens in Zoutleeuw en Raf Dankaert in Zottegem.We lieten hen vertellen over hun ‘populierenbedrijf’.

Hoe word je populierenboer?
“Dit is een bedrijvigheid waar je langzaam inrolt”, zegt Paul, een gepensioneerde fruitkweker die zijn bedrijf aan zijn zonen overliet. Hij werd eigenaar van enkele hectaren bos via een erfenis van zijn vrouw. Nu en dan kocht hij aanpalende percelen bij. Laaggelegen zandleemgronden die te vochtig zijn voor de fruitteelt. Hij heeft nu ongeveer vijftig hectare populier in beheer.
Raf had een landbouwbedrijf. Maar hij vormde het om naar populier, toen de boerderij niet meer genoeg opbracht, en hij breidt nog steeds uit. Het populierenbedrijf is nu rond de tachtig hectaren groot. Raf wordt voor het beheer bijgestaan door zijn zoon.

De stiel van populierenboer
Een goede start begint bij goed uitgangsmateriaal. Paul kweekt zijn plantenmateriaal zelf en zweert bij de snelgroeiende kloon ‘Beaupré’. Raf koopt zijn bomen bij boomkwekers en heeft ook vertrouwen in nieuwere klonen zoals ‘Muur’, ‘Vesten’, ‘Oudenberg’ en ‘Grimminge’. Paul bewerkt zijn gronden alvorens aan te planten. Bovendien geeft hij de jonge planten flink wat stalmest mee. Het boorgat vult hij aan met argexkorrels om een vlotte beworteling te garanderen. De jonge planten moeten beschermd worden tegen wild. Netjes helpen tegen konijnen.
Om kwaliteitshout te telen, moet je veel zorg dragen voor je bomen. “Het geheim van een mooie populier is de regelmatige snoei”, beamen beide populierenboeren. Raf heeft geïnvesteerd in een verreiker, waarmee zijn zoon al het snoeiwerk zelf kan uitvoeren.
Paul is overtuigd van de voordelen van grondbewerking. In jonge aanplantingen freest hij maandelijks, in volwassen bestanden twee maal per jaar. De laatste jaren worden heel wat populieren ernstig aangetast door de roestziekte. Bij een goed verzorgde aanplanting op een aangepaste bodem kan de houtkoopman reeds na zestien à achttien jaar komen vellen. Dan hebben de bomen op anderhalve meter hoogte een omtrek bereikt van 150 à 170 centimeter.

En de rekening?
Onze populierenboeren zijn ervan overtuigd dat hun onderneming rendabel is. Dat hebben ze snel berekend. “Geschikte populierengrond koop je aan voor zeven duizend vijfhonderd à achtduizend zevenhonderd vijftig euro per hectare”, zo konden zowel Raf als Paul zelf ervaren. Raf verwacht bovendien dat er de komende tijd meer gronden te koop zullen komen en de prijs nog zal zakken. En dan is het rekenen: als je kwaliteitsvol te werk gaat, verkoop je het populierenhout aan vijftig à zestig euro per kubieke meter. Elke boom levert ongeveer twee kubieke meter kwaliteitshout. Met honderd vijftig bomen per hectare levert dit vijftien duizend euro op. Als je de grondprijs aftrekt, rest er dus een opbrengst van zeven duizend vijfhonderd à zes duizend tweehonderd en vijftig euro en je bent bovendien grondeigenaar geworden. “Dat is een spaarpotje voor later.” “Bij de eerste beplanting van een landbouwgrond heb je ook recht op subsidies”, benadrukt Paul. “Je krijgt een tussenkomst in de aanplantingkosten en de snoeikosten. En er is ook nog de inkomenscompensatie, zowel voor de landbouwer als voor de niet-landbouwer.” “Eenmaal je in een roterend systeem zit, is het mogelijk om uit populierenteelt een bevredigend jaarlijks inkomen te halen”, vindt Raf. Als je jaarlijks drie hectaren kan kappen, genereer je een inkomen van vijfenveertig duizend euro. Houtinkomsten zijn voor privé-personen niet belastbaar. Met een rotatietijd van twintig jaar, betekent dit dat een populierenbedrijf van zestig hectare voldoende groot is. Het vergt natuurlijk enige tijd en investering om dit op te bouwen. Maar beide populierenboeren beaamden dat ze in feite hun bedrijf voor hun kinderen opzetten.

Kiezen voor een bosbedrijf
Raf en Paul hebben een goedgekeurd beheerplan. Zo is het beheer van hun populierenbedrijf goed geregeld. Hun gronden liggen niet in het VEN, wat de zaak vergemakkelijkt. Ze zijn er zich wel van bewust dat zodra ze de tweede generatie populier aanplanten, hun landbouwgrond bos wordt. Voor Raf is dat geen bezwaar. “Grond onder pacht brengt toch niet veel op en als je die wilt verkopen, is hij tot dertig procent minder waard. Met bos erop blijf je eigenaar. En de eventueel gedaalde grondwaarde wordt gecompenseerd door het hout dat er op staat.” Ook Paul ziet geen problemen in deze bestemmingswijziging.

Populier niet populair?
De Afdeling Bos & Groen stimuleert de populierenteelt minder dan andere vormen van bebossing. De subsidies voor bebossing en herbebossing zijn volledig vervallen. De inkomenscompensatie bij bebossing van landbouwgronden is verlaagd. In VEN-gebieden gelden de Criteria Duurzaam Bosbeheer en is de subsidie voor bebossing van landbouwgronden afgeschaft. Raf en Paul begrijpen deze houding ten aanzien van de populier niet. “Wij vinden dat wij aan multifunctionele bosbouw doen: we produceren een waardevol economisch goed op een ecologisch verantwoorde wijze.” Helemaal moeilijk heeft Raf het met de houding van de natuurverenigingen. Hij vindt dat ze bossen aanleggen die helemaal niets opbrengen. Ze kanten zich tegen de populier omdat die niet inheems is. Dan zouden er toch nog veel andere teelten moeten verdwijnen uit Vlaanderen, zoals maïs, aardappel, enzovoort? De populier is hier al zo lang. Hij maakt deel uit van het Vlaamse landschap. Collega-boeren zien blijkbaar geen graten in de bedrijfspraktijken van deze populierenboeren. Zolang dit maar gebeurt op gronden die vrij zijn vanpacht. Of andere boeren ook interesse zouden kunnen krijgen voor de populierenteelt, betwijfelt Raf. “Oudere, uitbollende boeren zullen eerder zwichten voor de hoge bebossingsubsidies en inkomenscompensatie die verleend worden bij de aanplant van ‘edele’ boomsoorten, zoals es, kers, eik of beuk. Zulke bossen, die een omlooptijd van vijftig tot honderd vijftig jaar hebben, zullen niet onderhouden worden door de volgende generatie, want dat kost geld. Over vijftig jaar zal daar een bos staan zonder enige (economische) waarde. Waar is dan de investering naar toe?”

Met liefde
Deze boeren houden van hun bomen en van de natuur. Ze werken graag in hun bossen. Ze produceren door hun bijzondere zorg en grote liefde hoogwaardig hout, dat zeker zijn weg vindt naar de houtmarkt en daar een goede prijs zal halen. En ze verklaarden zich enthousiast bereid om aan collega-boeren alle aspecten van hun populierenbedrijf uit de doeken te doen. Het volledige artikel wordt u op eenvoudige aanvraag bij ons secretariaat per e-mail toegezonden.

Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
Plattelandsbeleid : een gezamenlijk innovatieproces
Leegstand op het platteland is een toenemend probleem. Mogelijkheden tot herbestemming dringen zich op !
De Vlaamse regering erkent nu het platteland in zijn drievoudige functie : als een kwalitatief leef- en woongebied, als een dynamisch productiegebied en als aanbieder van een aantal collectieve diensten voor de hele samenleving zoals open ruimte, natuur, recreatie en stilte. Ze wil stimulerende maatregelen nemen opdat deze drie hoofdfuncties harmonieus samengaan zonder dat één functie de andere verdrukt. Daartoe zal ondermeer een dialoog tussen alle actoren tot stand worden gebracht.
Met de opstart in juli ll. van het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg, IPO, (zie de Landeigenaar nr. 28) is reeds een eerste concrete stap gezet ter uitvoering van een vernieuwd Vlaams plattelandsbeleid. De 3 werkgroepen, waarin we tevens actief deelnemen, hebben reeds enkele thema's aangesneden, zoals het gebruik van leegstaande gebouwen voor hoeve- en plattelandstoerisme,...
Hierover werd half oktober ll. verslag uitgebracht in de politieke beleidscel, die de regering moet adviseren. Zo creëert het IPO, als beleidsdomein- en bestuursniveau overschrijdend overlegorgaan, de mogelijkheid om de bestaande expertise en de initiatieven die uitgaan van overheden en plattelandsactoren samen te brengen met het oog op een meer efficiënter en beter afgestemde inzet van middelen en instrumenten.
Naast de werking van het IPO werd door de regering ook een project gelanceerd: Plattelandsbeleid, een gezamenlijk innovatieproces. Dit participatieve proces wil een geïntegreerd plattelandsbeleid ondersteunen via de inbreng van een vernieuwde visie, strategie, instrumenten en indicatoren van het Vlaamse platteland. Vanuit een toekomstgerichte dialoog zullen een viertal scenario's voor het platteland in Vlaanderen ontwikkeld worden. Ook hieraan werken we actief mee. De bedoeling is dat de resultaten van dit project een bijdrage leveren aan de werking van het IPO en ook van de nieuwe PDPO, doch ook aan de opmaak van het Vlaams Plattelandsbeleidsplan, dat momenteel in voorbereiding is.
Een eerste Workshop had plaats op 20 september ll. en werd besteed aan een analyse van het verleden en de toekomst van het platteland.
Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
RUIMTELIJKE AFBAKING LAND, NATUUR EN BOS
Op 17 december 2004 besliste de Vlaamse Regering haar goedkeuring te hechten aan de manier van werken en de timing voor de afbakening van de gebieden van de agrarische en natuurlijke structuur. Er even aan herinneren dat het Ruimtelijk Structuurplan voorziet in 750.000 ha agrarisch gebied, 38.000 ha natuurgebied extra en 10.000 ha bijkomend bosgebied.

Vlaanderen werd opgesplitst in 15 deelgebieden (inmiddels gereduceerd tot 14). , zoals vervat in het regeerakkoord, die – prioritair voor belangrijke delen van de agrarische structuur – leiden tot het opstarten van ruimtelijke uitvoeringsplannen ter bevestiging van de agrarische bestemming.
In de regio Haspengouw-Voeren werd als eerste gestart met een proefproject. Inmiddels zijn alle adviezen en bezwaren verwerkt. Binnen deze regio werd in de verschillende gebieden samen volgende oppervlaktes herbevestigd : landbouw: 39.206 ha, natuur en reservaat: 161 ha, overig groen: 266 ha en bos: 55 ha Voor de gebieden die niet werden herbevestigd, werd een operationeel uit-voeringsprogramma opgemaakt dat - o.a. op basis van de elementen uit de adviezen en uit de actoren - een categorisering en fasering van de acties uit het programma voor uitvoering vastlegt. Men onderscheidt volgende categorieën :
- gebieden waarvoor gestart wordt met de voorbereiding van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP).
- gebieden waarvoor specifiek verder detailonderzoek nodig is (bv. een landbouwgevoeligheidsanalyse) vooraleer eventueel met de opmaak van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan gestart wordt.
- gebieden waarvoor de opmaak van een gewestelijk RUP op korte termijn niet haalbaar of aangewezen is omdat de resultaten van andere planningsprocessen afgewacht moeten worden of omdat verder overleg nodig is om tot overeenstemming te komen over de ruimtelijke visie.
- gebieden waarvoor de opmaak van een gewestelijk RUP op korte termijn weinig meerwaarde biedt ten opzichte van de bestaande plannen van aanleg omdat er recent gewestplanwijzigingen afgewerkt werden of weinig fundamentele bestemmingswijzigingen aan de orde zijn.
- gebieden waarvoor een principiële beleidskeuze nodig is, omdat de visies van verschillende actoren fundamenteel tegenstrijdig zijn en onmogelijk via overleg een compromis tot stand gebracht kan worden.

Landelijk Vlaanderen is bij het overleg betrokken. Het blijft echter een enorme taak om voor elk deelgebied het dossier grondig op te volgen. Als vereniging hebben we fundamentele bezwaren tegen de procedure en het verloop van de inspraak. Samen met andere partners, die bij het overleg zijn betrokken hebben we het gevoel, dat de administratie Ruimtelijke Planning slechts weinig afwijkt van de uitgestippelde koers, en maar minimaal rekening houdt met de bezwaren. Er wordt een visie van een visie gemaakt, en aan de andere kant weten we dat er nu reeds druk wordt gewerkt aan de voorbereiding van het nieuwe Ruimtelijke Structuurplan. Het blijft ook een abstract gegeven, want we konden vooraf geen kaarten (met concrete aanduidingen) inkijken. We willen de leden hierbij oproepen om ons eventuele knelpunten in hun regio te melden, zodat we dit alsnog kunnen meenemen in onze adviezen. Landelijk Vlaanderen onderschrijft ook een gemeenschappelijk advies van de bossector, dat in samenspraak wordt opgemaakt met de Vereniging voor Bos in Vlaanderen, en de Vlaamse Hoge Bosraad. Alle info vindt u ook op de website www.ruimtelijkeordening.be en doorklikken op planningsprocessen en dan buitengebied.
Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
MEST EN NITRAAT : Vlaanderen veroordeeld door de Europese Commissie
Het Europees Hof van Justitie heeft op 22 september 2005 geoordeeld dat het Vlaamse Gewest in 1999 geen (mogelijk) verontreinigde wateren en niet genoeg kwetsbare zones water heeft aangeduid. Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur stelt dat Vlaanderen zich volledig zal schikken naar dit arrest. Hij maakt volop werk van de afbakening van de verontreinigde wateren en van bijkomende kwetsbare gebieden water. Hij kondigt reeds aan dat hij het initiatief neemt om bijkomend kwetsbaar gebied af te bakenen : op basis van de recentste meetresultaten van het nitraatgehalte in oppervlaktewater gaat het over netto 142.000 ha.
Op basis van zijn visienota, die de Vlaamse regering goedkeurde op 22 juli jl., en in overleg met alle betrokkenen brengt minister Peeters tegen 1 januari 2006 een nieuw mestactieplan in uitvoering. Het zal meer resultaatgericht zijn en een grotere verantwoordelijkheid opdragen aan de individuele landbouwer om de mest van zijn bedrijf op een leefmilieukundig verantwoorde manier af te zetten. De belangrijkste klemtonen liggen hierbij op:
- de afbakening van de verontreinigde wateren en van bijkomende kwetsbare gebieden water, afhankelijk van de nauwgezette opvolging van de metingen van het oppervlakte- en grondwater en op basis van de drie criteria van de nitraatrichtlijn.
- de omkeerbaarheid van de afgebakende kwetsbare gebieden oppervlaktewater bij goede meetresultaten.
- maatregelen in de kwetsbare gebieden om de kwaliteit van het water te verbe- het terugdringen van overbemesting via een strenge handhaving (verstrengen controle op mesttransporten en steekproefsgewijze controle op nitraatresidugehalte op percelen in gebieden met uitzonderlijk hoge nitraatconcentratie)
- de nadruk op een oordeelkundige bemesting, die beantwoordt aan de behoeften van de gewassen, zodat de verliezen naar het leefmilieu van fosfaten en nitraten tot het minimum worden beperkt.
- de opvolging van de transacties van de nutriëntenemissierechten, met telkens afroming van een bepaald percentage om op die manier het algemeen mestoverschot in Vlaanderen te verminderen.
- De opkoopregeling van nutriëntenemissierechten door de overheid.
Minister Peeters dringt er op aan dat iedereen nu zijn verantwoordelijkheid neemt : "De landbouworganisaties dienen hun leden maximaal te sensibiliseren voor de naleving van de code van goede landbouwpraktijken. En alle individuele landbouwers worden geacht het uitrijden van mest op het land correct uit te voeren volgens de normen van het mestdecreet"
Landelijk Vlaanderen heeft begrip voor de maatregelen uitgevaardigd door minister Peeters, maar wil tevens ook nog enkele aanbevelingen formuleren. Het arrest stelt nog eens dat de Nitraatrichtlijn duidelijke normen voorschrijft, die dienen gehaald te worden. Nergens wordt geëist dat de nulbemesting, van kracht in het Vlaams Gewest, gekoppeld is aan een bepaalde gewestplanbestemming. Voor Europa kan bemesting in groen- en natuurgebieden derhalve wel, men dient echter steeds de norm te halen. In de geest van de richtlijn kan Landelijk Vlaanderen een volledige afbakening van het Vlaams Gewest als kwetsbaar gebied aanvaarden, ook al is dit op korte termijn een pijnlijke maatregel voor de landbouw. Maar, een nulbemesting kan ook nooit gedwongen opgelegd worden vindt Europa. Het uitbetalen van een (eenmalige) premie is totaal ontoereikend om de verliezen te compenseren. Het aanmoedigen van vrijwillige beheerovereenkomsten lijkt ons meer aangewezen. Dit sluit aan bij de visie van minister Peeters: respecteer de normen, vul zelf in en neem zelf verantwoordelijkheid. Bovendien waarschuwt Landelijk Vlaanderen voor een mogelijke planologische ruil van agrarische gewestplanbestemmingen in kwetsbare gebieden, met groene bestemmingen buiten deze gebieden. Voor de landeigenaars zou dit de doodsteek betekenen voor de rentabiliteit van hun eigendom. De norm van de richtlijn is bepalend, niet de gewestplanning van de grond!!!! Landelijk Vlaanderen zal er alles aandoen om dit standpunt hoorbaar te maken bij de Vlaamse regering !

Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
De eerste editie van GO4NATURE is achter de rug !
Op 25 juni werd de editie 2005 van Go4Nature afgesloten met een heus Go4Nature-feest in het Dierenpark Planckendael. Alle indieners van één van de 32 dossiers werden uitgenodigd. Bijna 400 mensen gingen in op de uitnodiging. Ook Landelijk Vlaanderen was van de partij. Het werd een onvergetelijke dag !
Aan het onthaal kreeg iedereen een leuke Go4Nature-rugzak met o.m. een Go4Nature-badge en onze nieuwsbrief Bos. In het Dogondorp werden de groepen verwend met een spetterend en avontuurlijk Go4Nature-programma: een insectensnackbar en een splinternieuwe speeltuin voor de jongsten, een avontuurlijk touwenparcours ‘wandelen door bomen’ voor durvers, spannende groepsspelen voor avonturiers onder leiding van Matthias ‘Robinson’ Verscheure, peter van Go4Nature. Geïnteresseerden kregen een rondleiding over milieuzorg in Planckendael. Er waren 18 winnaars (2000 euro per winnend project) en er werden ook 5 aanmoedigingsprijzen (500 euro) uitgereikt. Dankzij Cera kon Argus een totale financiële steun van 38 500 euro toekennen.
Terug naar Inhoud van deze editie                                                             Terug naar overzicht Landeigenaar
Inbev-leefmilieuprijs 2005 voor Limburg
De prestigieuze Inbev- Leefmilieuprijs 2005 van de Stichting Behoud Natuur en Leefmilieu wordt dit jaar toegekend aan het project van de v.z.w. Vijvergebied Midden-Limburg. Verschillende private landeigenaars hebben zich daar verenigd om zo gezamenlijk hun eigendommen te beheren. De afwisseling van vijvers, vennen, rietkragen, heide en bos, maakt het een zeer waardevol gebied met een hoge natuurwaarde, o.a. de roerdomp broedt nog in het gebied! Half december zal, in aanwezigheid van ZKH Prins Laurent, de hoofdprijs van 7500 ? worden overhandigd aan deze vereniging. In een volgend nummer komen we hier zeker op terug. Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
HERBOS JEZELF
De Week van het Bos had dit jaar als slogan “Herbos jezelf”. Het bos is immers dé plaats om te herbronnen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het bos goed is voor onze gezondheid. Bij de officiële opening van de Week van het Bos op 2 oktober ll. in het Meerdaalwoud, zegde minister Peeters zijn volle steun toe aan de aanleg van nieuwe bossen. Hij riep op tot dialoog. Het is een uitgelezen kans voor boseigenaars, professionele bosbeheerders en elkeen die een sterke band met het bos heeft, om in dialoog te gaan met alle geïnteresseerde en betrokken partijen. Slechts op die manier kan sprake zijn van een ware opbouw van het draagvlak voor allerhande maatregelen en initiatieven ten voordele van het bos. Dit moet leiden tot nog meer steun voor het behoud van onze bossen en tot meer en nieuwe bossen. Een belangrijk deel van zijn beleid rond bossen, steunt op het opnieuw kansen en vertrouwen geven aan de boseigenaars om hun bossen met meer kennis en interesse te gaan beheren. De bosgroepen maken dit mogelijk door de formule van gegroepeerd beheer en ondersteuning aan vooral de privéboseigenaars. Tevens werd het ecoduct over de N25, het eerste is in zijn soort in Vlaanderen, officieel ingehuldigd door de minister. Kwetsbare diersoorten, reeën en ruiters kunnen nu veilig deze drukke verkeersader door het bos oversteken.
Terug naar Inhoud van deze editie                                                                      Terug naar overzicht Landeigenaar
Landelijk Vlaanderen  •  Centrumgalerij, Blok 2, 5 verdieping  •  1000 - Brussel

Tel : +32 (0)2 217 27 40  •  Fax : +32 (0)2 217 27 43  •  Email : infolandelijkvlaanderen.be  •  www.landelijkvlaanderen.be

 COPYRIGHT LANDELIJK VLAANDEREN © 2006